Advertentie

Psalm 119

176 verzen · 181 kanttekeningen · Statenvertaling · Berijming 1773

De heerlijkheid van het goddelijke Woord

Vers 1 Aleph. Welgelukzalig zijn de oprechten van wandel, die in de wet des Heeren gaan.1 oprechten Hebr. de oprechten van weg; dat is, wier weg oprecht is, dat is, die een oprecht leven voeren.Vers 2 Welgelukzalig zijn zij, die Zijn getuigenissen onderhouden, die Hem van ganser harte zoeken;2 getuigenissen Door de getuigenissen des Heeren moet men hier verstaan zijn wetten, die Hij zijn volk gegeven heeft tot een getuigenis zijner gunst en zijns verbonds, hetwelk Hij met hen opgericht had.Vers 3 Ook geen onrecht werken, maar wandelen in Zijn wegen.3 geen onrecht Dat is, geen verkeerde, onrechtvaardige werken doen.4 Zijn Dat is, in de wegen, die Hij hun bevolen en voorgeschreven heeft. Zie de aantekening bij 1 Kon. 11:33.Vers 4 Heere! Gij hebt geboden, dat men Uw bevelen zeer bewaren zal.5 dat men Dat een ieder zich bevlijtige zijn leven naar Uw bevelen aan te stellen.Vers 5 Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen te bewaren!6 mijn wegen Dat is, mijne gedachten, genegenheden, beraadslagingen en de uitwendige daden gericht, of vastgemaakt.Vers 6 Dan zou ik niet beschaamd worden, wanneer ik merken zou op al Uw geboden.7 niet beschaamd Te weten, staande, of verschijnende voor Uw aanschijn, o Heere.Vers 7 Ik zal U loven in oprechtheid des harten, als ik de rechten Uwer gerechtigheid geleerd zal hebben.8 de rechten Dat is, de rechten, die ons de gerechtigheid, die U behaaglijk is, aanwijzen.Vers 8 Ik zal Uw inzettingen bewaren; verlaat mij niet al te zeer.9 verlaat Dat is, onttrek mij Uwe hand niet zo ver, dat ik Uwe geboden verwerpen zou. God laat de zijnen somwijlen struikelen, opdat zij hunne zwakheid te beter zouden leren kennen.Vers 9 Beth. Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord.10 Waarmede zal Dat is, bij welk middel.11 de jongeling Dat is, zijnen weg alzo aanstellen, dat hij recht en zuiver is. Hij spreekt uitdrukkelijk van een jongeling, [hoewel dit alle mensen aangaat] omdat de jonge lieden meest geneigd zijn zich te laten afleiden van den rechten weg, door de kwade bewegingen des vleses.12 Als Of, indien hij zich houdt naar Uw woord. Hebr. houdende [dat] naar Uw woord.Vers 10 Ik zoek U met mijn gehele hart, laat mij van Uw geboden niet afdwalen.Vers 11 Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.Vers 12 Heere! Gij zijt gezegend; leer mij Uw inzettingen.13 gezegend Dat is, geprezen.Vers 13 Ik heb met mijn lippen verteld al de rechten Uws monds.14 uws monds Dat is, die Gij met Uwen mond uitgesproken hebt.Vers 14 Ik ben vrolijker in den weg Uwer getuigenissen, dan over allen rijkdom.15 den weg Dat is, vanwege den weg, dien mij Uwe getuigenissen of geboden aanwijzen.16 allen rijkdom Dat is, meer dan of ik al het goed, have, of rijkdom der wereld bezat.Vers 15 Ik zal Uw bevelen overdenken, en op Uw paden letten.17 uwe bevelen Anders: van Uwe bevelen spreken,18 uwe paden Te weten, die Gij in Uwe wet uw volk hebt voorgeschreven.Vers 16 Ik zal mijzelven vermaken in Uw inzettingen; Uw woord zal ik niet vergeten.19 uw woord Of, Uwe woorden:Vers 17 Gimel. Doe wel bij Uw knecht, dat ik leve en Uw woord beware.20 uwen knecht Dat is, bij mij, die uw knecht ben.Vers 18 Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet.21 mijn ogen Niet zozeer de vleselijke ogen als de ogen des verstands, aldus bekennende zijn aangeboren blindheid en verdorvenheid. Zie; 1 Cor. 2:14.Vers 19 Ik ben een vreemdeling op de aarde, verberg Uw geboden voor mij niet.22 Ik ben Alsof hij zeide: Ik ben als een arme pelgrim en wandelaar, niet wetende noch kennende den weg, dien ik moet ingaan; daarom bid ik U, o Heere, dat Gij mij wilt leren en leiden door Uwe wetten. Zie; Ps. 39:13.Vers 20 Mijn ziel is verbroken vanwege het verlangen naar Uw oordelen te aller tijd.Vers 21 Gij scheldt de vervloekte hovaardigen, die van Uw geboden afdwalen.23 afdwalen Te weten, moedwilliglijk.Vers 22 Wentel van mij versmaadheid en verachting, want ik heb Uw getuigenissen onderhouden.24 Wentel Hebr. rol af van op mij.Vers 23 Als zelfs de vorsten zittende tegen mij gesproken hebben, heeft Uw knecht Uw inzettingen betracht.25 tegen Zich tezamen beraadslagende hoe zij mij ten verderve brengen mochten.26 uw knecht Dat is, ik, die Uw knecht ben.27 betracht Dat is, overlegd, bedacht, gepractiseerd. Zie boven Ps. 119:15, en Ps. 1:2, en dit is te merken op dit woord van dezen ganse Psalm door.Vers 24 Ook zijn Uw getuigenissen mijn vermakingen, en mijn raadslieden.Vers 25 Daleth. Mijn ziel kleeft aan het stof; maak mij levend naar Uw woord.28 Mijn ziel Dat is, ik ben schier dood en in het stof der aarde begraven. Hiermede geeft de profeet te kennen een zeer zwaar en zorgelijk lijden. Zie Ps. 44:26.29 maak mij Of, behoud mij in het leven naar Uw woord; dat is, naar uwe belofte.Vers 26 Ik heb U mijn wegen verteld, en Gij hebt mij verhoord; leer mij Uw inzettingen.30 Ik heb Ik heb U, o Heere, mijne handelingen en gelegenheden geopenbaard, en mijne zaken U ten enenmaal bevolen, biddende dat Gij die altemaal wilt richten en bestieren naar Uw heiligen en goeden wil, en tot mijne zaligheid.Vers 27 Geef mij den weg Uwer bevelen te verstaan, opdat ik Uw wonderen betrachte.Vers 28 Mijn ziel druipt weg van treurigheid; richt mij op naar Uw woord.31 richt mij Of, bevestig mij, gelijk Ps. 119:38, en Ps. 119:106.Vers 29 Wend van mij den weg der valsheid, en verleen mij genadiglijk Uw wet.32 den weg Bij den weg der valsheid mag men hier verstaan valse leringen en inzettingen, die tegen Gods wet en ordinantiën strijden; gelijk straks Ps. 119:30. bij den weg der waarheid de rechte leer en geboden, die ons getrouwelijk ter zaligheid leiden, te verstaan zijn.33 verleen Dat is, doe mij de genade, dat ik mij steeds aan uwe wet houde.Vers 30 Ik heb verkoren den weg der waarheid, Uw rechten heb ik mij voorgesteld.34 den weg Deze weg is de gehoorzaamheid der geboden Gods. Zie de aantekening bij 1 Kon. 8:36.Vers 31 Ik kleef vast aan Uw getuigenissen; o Heere! beschaam mij niet.Vers 32 Ik zal den weg Uwer geboden lopen, als Gij mijn hart verwijd zult hebben.35 als Gij Dat is, als Gij mij met wijsheid zult verrijkt en overvloediglijk begaafd hebben, gelijk 1 Kon. 4:29; òf, met troost gesterkt zult hebben, gelijk 2 Cor. 6:11.Vers 33 He. Heere! leer mij den weg Uwer inzettingen, en ik zal hem houden ten einde toe.36 ten einde Het Hebr. woord betekent eigenlijk de hiel, of de voetzool; of - eigenlijk het einde; en somtijds beloning, of vergelding. Zie Ps. 19:12.Vers 34 Geef mij het verstand, en ik zal Uw wet houden; ja, ik zal ze onderhouden met gansen harte.Vers 35 Doe mij treden op het pad Uwer geboden, want daarin heb ik lust.Vers 36 Neig mijn hart tot Uw getuigenissen, en niet tot gierigheid.37 gierigheid Onder de naam van gierigheid worden verstaan alle andere ondeugden, omdat de gierigheid is de wortel van alle kwaad.Vers 37 Wend mijn ogen af, dat zij geen ijdelheid zien; maak mij levend door Uw wegen.38 Wend Hebr. doe voorbijgaan, of doorgaan, gelijk Ps. 119:39.39 ijdelheid Als daar zijn wellusten, schoonheid, rijkdom, of eer dezer wereld. Zie Job 15:31.40 Maak mij Anders: maak dat ik leef in uwe wegen.41 door uwe Dat is, door de leer van uw woord.Vers 38 Bevestig Uw toezegging aan Uw knecht, die Uw vreze toegedaan is.42 die Uw Hebr. die tot, naar, of in uwe vreze is.Vers 39 Wend mijn smaadheid af, die ik vreze, want Uw rechten zijn goed.43 Wend mijn Of, doe mijne smaadheid voorbijgaan, of doorgaan, of passeren.44 goed Dat is, rechtvaardig en billijk; daarom, wil ik zeggen, zult Gij die niet te schande laten komen, die U dienen, gelijk ik doe.Vers 40 Zie, ik heb een begeerte tot Uw bevelen; maak mij levend door Uw gerechtigheid.45 ik heb Dat is, ik ben begerig en benaarstig mij om al Uwe geboden in al mijn handel en wandel te gehoorzamen.Vers 41 Vau. En dat mij Uw goedertierenheden overkomen, o Heere! Uw heil, naar Uw toezegging;46 uw heil Te weten, waarmede Gij mij behoudt en verlost, dat ik niet onderga.Vers 42 Opdat ik mijn smader wat heb te antwoorden, want ik vertrouw op Uw woord.47 Opdat ik Dat is, opdat ik mijnen tegenpartijders doe blijken dat mijn hoop en vertrouwen op U niet ijdel of vergeefs geweest is, gelijk zij mij verweten hebben.48 wat heb Of, een woord hebbe te antwoorden.Vers 43 En ruk het woord der waarheid van mijn mond niet al te zeer, want ik hoop op Uw rechten.49 het woord Dat is, dat woord, hetwelk de waarheid leert, te weten, de ware leer van God en zijn godsdienst.Vers 44 Zo zal ik Uw wet steeds onderhouden, eeuwiglijk en altoos.Vers 45 En ik zal wandelen in de ruimte, omdat ik Uw bevelen gezocht heb.50 in de ruimte Dat is, vrij, buiten dwang of schrik; gelijk Ps. 4:2, Ps. 18:20, Ps. 118:5.Vers 46 Ook zal ik voor koningen spreken van Uw getuigenissen, en mij niet schamen.51 voor koningen Dat is, in de tegenwoordigheid van koningen.Vers 47 En ik zal mij vermaken in Uw geboden, die ik liefheb.Vers 48 En ik zal mijn handen opheffen naar Uw geboden, die ik liefheb, en ik zal Uw inzettingen betrachten.52 opheffen Te weten, om naar Uwe geboden te grijpen, uit grote begeerte, die ik tot dezelfde heb. Of, ik zal mijne handen aan het werk slaan om uwe geboden metterdaad te doen en te gehoorzamen.53 ik zal Of, ik zal van uwe inzettingen spreken.Vers 49 Zain. Gedenk des woords, tot Uw knecht gesproken, op hetwelk Gij mij hebt doen hopen.54 des woords Dat is, der belofte, die Gij op uwe knecht gedaan hebt.Vers 50 Dit is mijn troost in mijn ellende, want Uw toezegging heeft mij levend gemaakt.Vers 51 De hovaardigen hebben mij boven mate zeer bespot; nochtans ben ik van Uw wet niet geweken.Vers 52 Ik heb gedacht, o Heere! aan Uw oordelen van ouds aan, en heb mij getroost.55 uwe oordelen Door welke Gij de goddelozen gestraft en uwe kinderen verlost en bewaard hebt.56 van ouds Hebr. van eeuwigheid; dat is, van den beginne der wereld gepleegd.Vers 53 Grote beroering heeft mij bevangen vanwege de goddelozen, die Uw wet verlaten.57 Grote Of een brandende storm, of een stormwind; dat is, een grote beroerte des harten.58 vanwege Te weten, als ik denk hoe zwaarlijk zij zondigen en hoe zware straffen zij te verwachten hebben.Vers 54 Uw inzettingen zijn mij gezangen geweest, ter plaatse mijner vreemdelingschappen.59 gezangen Dat is, de inhoud mijner psalmen en gezangen.60 ter plaatse Hebr. in het huis, of ten huize; te weten ter plaatse, waar ik hier en daar als vreemdeling en balling heb moeten dwalen.Vers 55 Heere! des nachts ben ik Uws Naams gedachtig geweest, en heb Uw wet bewaard.Vers 56 Dat is mij geschied, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.61 Dat is Dat is, dat ik mijne nachtrust zelf gebroken heb om op U te denken, Ps. 119:55; dat is gesproten uit den ijver, dien ik heb tot de onderhouding uwer geboden. Zie Ps. 1:2.Vers 57 Cheth. De Heere is mijn deel, ik heb gezegd, dat ik Uw woorden zal bewaren.62 mijn deel Dat is, het zal mij zo lief zijn gelijk een mens zijn erfdeel pleegt te zijn. Anders: Heere, ik heb gezegd mijn deel zal zijn Uwe woorden te bewaren.Vers 58 Ik heb Uw aanschijn ernstelijk gebeden van ganser harte, wees mij genadig naar Uw toezegging.63 ernstelijk Zie de aantekening bij Job 11:19.64 toezegging Dat is, belofte.Vers 59 Ik heb mijn wegen bedacht, en heb mijn voeten gekeerd tot Uw getuigenissen.65 mijn wegen Dat is, mijne aanslagen en daden, al mijn doen en laten, al mijne gedachten woorden en werken, of ik mij ergens in tegen Uwe wetten mocht vergrepen hebben; en indien ja, dat ik mij straks wederom op Uw onfeilbare wegen begeven mocht.Vers 60 Ik heb gehaast, en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.Vers 61 De goddeloze hopen hebben mij beroofd; nochtans heb ik Uw wet niet vergeten.66 hopen Zie de aantekening bij 1 Sam. 10:5,10.Vers 62 Te middernacht sta ik op, om U te loven voor de rechten Uwer gerechtigheid.67 Te middernacht Hij wil zeggen dat hij den tijd, die tot lichamelijke rust verordineerd was en dien anders lieden met slapen door brachten, wakende ter ere Gods besteedde, gelijk Ps. 16:7.Vers 63 Ik ben een gezel van allen, die U vrezen, en van hen, die Uw bevelen onderhouden.Vers 64 Heere! de aarde is vol van Uw goedertierenheid; leer mij Uw inzettingen.Vers 65 Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, Heere, naar Uw woord.68 uw woord Dat is, naar uwe belofte, gelijk boven Ps. 119:25.Vers 66 Leer mij een goeden zin en wetenschap, want ik heb aan Uw geboden geloofd.69 een goeden zin Of, goed verstand. Hebr. goedheid des verstands, of des zins.70 geboden Dat is, beloften.Vers 67 Eer ik verdrukt werd, dwaalde ik, maar nu onderhoud ik Uw woord.71 verdrukt Of, vernederd.72 dwaalde De boze lusten van mijn vlees volgende.73 uw woord Dat is, uwe geboden.Vers 68 Gij zijt goed en goeddoende; leer mij Uw inzettingen.Vers 69 De hovaardigen hebben leugens tegen mij gestoffeerd; doch ik bewaar Uw bevelen van ganser harte.Vers 70 Hun hart is vet als smeer; maar ik heb vermaak in Uw wet.74 is vet Te weten, doordien zij naar het vlees zo welvaren en groten voorspoed hebben, welken zij misbruiken, en daardoor heel ongevoelig en dom zijn geworden, geen lust hebbende tot overleggen van de wet Gods; Ps. 17:10 en Ps. 73:7. Job 15:27. Zie Deut. 32:15.Vers 71 Het is mij goed, dat ik verdrukt ben geweest, opdat ik Uw inzettingen leerde.75 verdrukt Te weten, met kruis en tegenspoed. Alzo ook boven Ps. 119:67.Vers 72 De wet Uws monds is mij beter, dan duizenden van goud of zilver.76 duizenden Dat is, veel duizend stukken gouds en zilver; Ps. 68:31 staat stukken zilvers.Vers 73 Jod. Uw handen hebben mij gemaakt, en bereid; maak mij verstandig, opdat ik Uw geboden lere.77 handen Menselijkerwijze van God gesproken. Zie Job 14:15.Vers 74 Die U vrezen, zullen mij aanzien, en zich verblijden, omdat ik op Uw woord gehoopt heb.78 zullen Te weten, als een exempel der genadige hulp en verlossing, die Gij dengenen doet, die op U hopen en Uwe geboden liefhebben.79 omdat Dat is, omdat ik op het woord Uwer toezegging zolang, doch niet tevergeefs, gewacht heb.Vers 75 Ik weet, Heere! dat Uw gerichten de gerechtigheid zijn, en dat Gij mij uit getrouwheid verdrukt hebt.80 de gerechtigheid De zin is: Heere, ofschoon Gij mij met zwaar kruis getuchtigd hebt, zo hebt Gij daarmede niet gehandeld tegen Uwe gerechtigheid en waarheid, maar veel meer hebt Gij daardoor Uwe gunst te mijwaarts bewezen, want zulke kastijdingen hebben mij tot beterschap des levens gediend, en derhalve zijn zij mij goed en bevordelijk geweest; 1 Cor. 10:13.Vers 76 Laat toch Uw goedertierenheid zijn om mij te troosten, naar Uw toezegging aan Uw knecht.Vers 77 Laat mij Uw barmhartigheden overkomen, opdat ik leve, want Uw wet is al mijn vermaking.81 al mijn Hebr. mijne vermakingen.Vers 78 Laat de hovaardigen beschaamd worden, omdat zij mij met leugen nedergestoten hebben; doch ik betracht Uw geboden.Vers 79 Laat hen tot mij keren, die U vrezen, en die Uw getuigenissen kennen.82 Laat hen Dat is, dat zij zich bij mij voegen en dat zij het met mij houden, verlatende der bozen gezelschap.83 uwe getuigenissen Dat is, Uwe wetten en woorden, door welke Gij Uwen wil betuigt en te kennen geeft.84 kennen Dat is, achten, lief en waard houden.Vers 80 Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.Vers 81 Caph. Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt.85 Mijn ziel Zie 2 Sam. 13,de aantekening bij Ps. 119:39; Job 19:27; en Ps. 84:3.86 op uw woord Dat is, naar de volbrenging van het woord uwer belofte, gelijk boven Ps. 119:25.Vers 82 Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten?87 mij vertroosten Te weten, mij gevende hetgeen ik van U bid en verwacht.Vers 83 Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.88 ik ben De zin is: Vanwege mijn langdurig leed en tegenspoed, ben ik verdroogd en mijn vel is samengekrompen en zwart geworden gelijk leder, dat lang in de rook hangt; Spreuk. 17:22.Vers 84 Hoe vele zullen de dagen Uws knechts zijn? Wanneer zult Gij recht doen over mijn vervolgers?89 de dagen Te weten, de dagen mijner ellende.90 recht Dat is, mijne vijanden en vervolgers straffen.Vers 85 De hovaardigen hebben mij putten gegraven, hetwelk niet is naar Uw wet.91 hebben Te weten, opdat ik in dezelve zou vallen en vergaan. Alsof hij zeide: zij staan listiglijk naar mijn leven. Zie Ps. 35:7.92 hetwelk Anders: die niet [doen] naar Uwe wet.Vers 86 Al Uw geboden zijn waarheid; zij vervolgen mij met leugen, help mij.93 De zin is Zij zijn de waarheid, of de getrouwheid zelve. Zij houden ons op het allergetrouwste voor hetgeen waar, goed, recht en heilig is.Vers 87 Zij hebben mij bijna vernietigd op de aarde, maar ik heb Uw bevelen niet verlaten.94 op de aarde Maar niet in den hemel. Zie Matth. 10:28. Luk. 10:20.Vers 88 Maak mij levend naar Uw goedertierenheid, dan zal ik de getuigenis Uws monds onderhouden.95 de getuigenis Dat is, de geboden, die Gij met Uwen mond uitgesproken en ons bevolen hebt.Vers 89 Lamed. O Heere! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.Vers 90 Uw goedertierenheid is van geslacht tot geslacht; Gij hebt de aarde vastgemaakt, en zij blijft staan;Vers 91 Naar Uw verordeningen blijven zij nog heden staan, want zij allen zijn Uw knechten.96 Naar Dat is, gelijk U dat eens heeft beliefd te ordineren en te wijzen, gelijk Ps. 33:9.97 zij nog heden Te weten, hemel en aarde.98 zijn uwe Dat is, hemel en aarde en al wat er in is moet tot Uw dienst staan.Vers 92 Indien Uw wet niet ware geweest al mijn vermaking, ik ware in mijn druk al lang vergaan.99 al lang Hebr. toen, of alsdan.Vers 93 Ik zal Uw bevelen in der eeuwigheid niet vergeten, want door dezelve hebt Gij mij levend gemaakt.Vers 94 Ik ben Uw, behoud mij, want ik heb Uw bevelen gezocht.Vers 95 De goddelozen hebben op mij gewacht, om mij te doen vergaan; ik neem acht op Uw getuigenissen.Vers 96 In alle volmaaktheid heb ik een einde gezien; maar Uw gebod is zeer wijd.100 alle Dat is, alle geschapen dingen, hoe volmaakt ze ook wezen mogen, hebben hun einde of bepaling.101 gebod Dat is, aangaande de wijsheid, die Gij ons openbaart in Uw Woord en geboden, die heeft einde noch bepaling.Vers 97 Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.102 mijn Dat is, de stof mijner meditatiën of overdenkingen en mijner redenen.Vers 98 Zij maakt mij door Uw geboden wijzer, dan mijn vijanden zijn, want zij is in eeuwigheid bij mij.103 zij maakt, zij is Te weten, Uwe wet. Anders: Gij te weten, o God.Vers 99 Ik ben verstandiger dan al mijn leraars, omdat Uw getuigenissen mijn betrachting zijn.104 verstandiger Of, kloeker, voorzichtiger, vernuftiger.105 betrachting Zie Ps. 119:97.Vers 100 Ik ben voorzichtiger dan de ouden, omdat ik Uw bevelen bewaard heb.Vers 101 Ik heb mijn voeten geweerd van alle kwade paden, opdat ik Uw woord zou onderhouden.106 geweerd Of, afgehouden.107 paden Hebr. pad.Vers 102 Ik ben niet geweken van Uw rechten, want Gij hebt mij geleerd.Vers 103 Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond!108 redenen Hebr. rede; dat is, elkeen van Uwe redenen.Vers 104 Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden.109 alle leugenpaden Hebr. allen pad des leugens, of der valsheid.Vers 105 Nun. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.110 lamp Of, lantaarn, kaarsen, Spreuk. 6:23.111 voet Dat is, voeten.Vers 106 Ik heb gezworen, en zal het bevestigen, dat ik onderhouden zal de rechten Uwer gerechtigheid.112 de rechten Dat is, Uw rechtvaardige rechten.Vers 107 Ik ben gans zeer verdrukt, Heere! maak mij levend naar Uw woord.Vers 108 Laat U toch, o Heere! welgevallen de vrijwillige offeranden mijns monds, en leer mij Uw rechten.113 rechten. Dat is, mijn gebed en dankzegging; gelijk Lev. 22:18; Num. 29:39; 2 Kron. 31:14; Ps. 54:8; Amos 4:5.Vers 109 Mijn ziel is geduriglijk in mijn hand; nochtans vergeet ik Uw wet niet.114 Mijn ziel Zie de aantekening bij Richt. 12:3; 1 Sam. 19:5, en 1 Sam. 28:21; Job 13:14.Vers 110 De goddelozen hebben mij een strik gelegd; nochtans ben ik niet afgedwaald van Uw bevelen.115 gelegd Hebr. gegeven.Vers 111 Ik heb Uw getuigenissen genomen tot een eeuwige erve, want zij zijn mijns harten vrolijkheid.116 tot een Dat is, voor mijn beste en bestendigste goed.Vers 112 Ik heb mijn hart geneigd, om Uw inzettingen eeuwiglijk te doen, ten einde toe.117 om Uw Dat is, om te doen wat Uwe inzettingen bevelen.118 ten einde Zie de aantekening bij Ps. 119:33.Vers 113 Samech. Ik haat de kwade ranken, maar heb Uw wet lief.119 de kwade Of, de dubbelhartige gepeinzen, of [de ijdele] gedachten, of de door elkander lopende gedachten; dat is, de manier van doen dergenen, die met alle winden waaien en die twee pezen op hun boog zoeken te hebben. Het Hebr. woord betekent eigenlijk, ranken of takken, die met menigte in een boom door elkander lopen. Zie aantekening bij 1 Kon. 18:21.Vers 114 Gij zijt mijn Schuilplaats en mijn Schild; op Uw Woord heb ik gehoopt.120 Gij zijt Dat is, Gij o Heere, zijt het, onder wiens vleugelen ik schuil ten tijde van gevaar en vervolging.121 mijn schild Dat is, die mij beschut en beschermt.Vers 115 Wijkt van mij, gij boosdoeners! dat ik de geboden mijns Gods moge bewaren.Vers 116 Ondersteun mij naar Uw toezegging, opdat ik leve; en laat mij niet beschaamd worden over mijn hope.122 naar uwe Of, door; in het Hebr. is Caf of Beth; de eerste betekent naar, de andere door.Vers 117 Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn; dan zal ik mij steeds in Uw inzettingen vermaken.123 vermaken Of, dan zal ik steeds uwe inzettingen aanschouwen.Vers 118 Gij vertreedt al degenen, die van Uw inzettingen afdwalen, want hun bedrog is leugen.124 leugen Dat is, bedriegelijk. Want zij verkrijgen niet door hun bedrog hetgeen zij hoopten.Vers 119 Gij doet alle goddelozen der aarde weg als schuim, daarom heb ik Uw getuigenissen lief.125 Gij doet Gij doet weg. Hebr. Gij doet ophouden, of rusten.126 schuim Te weten, dat men wegwerpt als nergens toe deugende. Het is een manier van spreken, genomen bij gelijkenis van degenen, die metalen raffineren of zuiveren. Zie Jes. 1:25; Ezech. 22:18,19,20,21,22; Mal. 3:3; Spreuk. 25:4,5. Anders: het schuim, [namelijk] al de goddelozen der aarde hebt Gij teniet gemaakt.Vers 120 Het haar mijns vleses is te berge gerezen van verschrikking voor U, en ik heb gevreesd voor Uw oordelen.127 Het haar Dit is hierbij gevoegd uit Joz. 4:15. Anders: mijn vlees schudt, beeft, siddert.128 van verschrikking Hebr. van uwe verschrikking; te weten, als ik gedenk de grote gestrengheid, die Gij over de goddelozen oefent.Vers 121 Ain. Ik heb recht en gerechtigheid gedaan; geef mij niet over aan mijn onderdrukkers.Vers 122 Wees borg voor Uw knecht ten goede; laat de hovaardigen mij niet onderdrukken.129 Wees borg Te weten, dat hem geen kwaad wedervaren zal, en handhaaf en bescherm hem tegen al zijne vijanden. Of, wees uwen knecht zoet, of lieflijk.Vers 123 Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw heil, en naar de toezegging Uwer rechtvaardigheid.130 naar de Of, naar uw rechtvaardige toezegging; te weten, die Gij rechtvaardiglijk en trouwelijk wilt houden.Vers 124 Doe bij Uw knecht naar Uw goedertierenheid, en leer mij Uw inzettingen.Vers 125 Ik ben Uw knecht, maak mij verstandig, en ik zal Uw getuigenissen kennen.Vers 126 Het is tijd voor den Heere, dat Hij werke, want zij hebben Uw wet verbroken.131 voor den Of, dat de Heere werke; dat is, dat Hij zijne macht betone en doe blijken, of dat Hij doe hetgeen Hij mij belooft heeft.132 zij hebben Te weten, mijn stoute wederpartijders, van welke Ps. 119:121, Ps. 119:122 gesproken is.133 verbroken Dat is, zij werpen ze en houden ze van gene waarde.Vers 127 Daarom heb ik Uw geboden lief, meer dan goud, ja, meer dan het fijnste goud.134 heb ik Alsof hij zeide: ik laat niet uwe geboden lief te hebben, al worden zij van de bozen vernietigd; maar ik heb ze des te liever en waarder.Vers 128 Daarom heb ik al Uw bevelen, van alles, voor recht gehouden; maar alle valse pad heb ik gehaat.135 al Uw Te weten, die Gij gemaakt hebt, van welke zaken die ook zijn, zonder onderscheid of uitneming. Anders: daarom heb ik de bevelen van alles, of in alles verbeterd. Anders: ik heb al de bevelen van allen [te weten, van alle mensen] verbeterd; te weten, naar het richtsnoer van uwe wet.136 alle valse Of, allen weg der leugenen.Vers 129 Pe. Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel.137 zijn wonderbaar Hebr. zijne wonderen.Vers 130 De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.138 opening Of, ingang; dat is, wanneer men maar de eerste beginselen van uwe wet gesmaakt heeft, zo haast als men ze komt te lezen of te onderzoeken, zo krijgt men terstond grote kennis door de kracht en werking van den Heiligen Geest.Vers 131 Ik heb mijn mond wijd opengedaan, en gehijgd, want ik heb verlangd naar Uw geboden.139 Ik heb De zin is: Ik heb uwe leer met zulke begeerte aangenomen als den besten drank, dien men mij zou mogen geven om mij te laven in een zeer groten dorst. Of, het is ene gelijkenis, genomen van een mens, die zich zeer haast om ergens, waar hij zeer groot verlangen naar heeft, te komen en zijnen mond opendoet om in het lopen zijnen adem beter te halen.140 verlangd Of, gehaakt. Of, ik heb gesnakt naar. Zie Ps. 56:2.Vers 132 Zie mij aan, wees mij genadig, naar het recht aan degenen, die Uw Naam beminnen.141 naar het recht Of, naar het gebruik. Dat is, gelijk Gij gewoon zijt te doen. Of, gelijk het recht en betamelijk is. Zie aantekening bij Gen. 40:13.Vers 133 Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord, en laat geen ongerechtigheid over mij heersen.142 Maak mijn Dat is, geef dat ik zonder struikelen mag wandelen in uwe wegen en doen naar uw woord.Vers 134 Verlos mij van des mensen overlast, en ik zal Uw bevelen onderhouden.143 overlast Of, onderdrukking.Vers 135 Doe Uw aangezicht lichten over Uw knecht, en leer mij Uw inzettingen.144 Doe uw Dat is, aanzie mij met een schoon en klaar, of blij gelaat, toon mij een teken uwer goedertierenheid. Zie de aantekening bij Num. 6:25.Vers 136 Waterbeken vlieten af uit mijn ogen, omdat zij Uw wet niet onderhouden.145 Waterbeken Dat is, overvloedige tranen.146 zij Uw Te weten, de goddelozen, gelijk in Ps. 119:158.Vers 137 Tsade. Heere! Gij zijt rechtvaardig, en elkeen Uwer oordelen is recht.Vers 138 Gij hebt de gerechtigheid Uwer getuigenissen, en de waarheid hogelijk geboden.147 Anders uw rechtvaardige getuigenissen.148 hogelijk Hebr. zeer.Vers 139 Mijn ijver heeft mij doen vergaan, omdat mijn wederpartijders Uw woorden vergeten hebben.149 heeft mij Of, heeft mij onderdrukt. Zie Ps. 69:10.Vers 140 Uw woord is zeer gelouterd, en Uw knecht heeft het lief.150 zeer Te weten, gelijk het goud en zilver door het vuur gezuiverd en gelouterd wordt.Vers 141 Ik ben klein en veracht, doch Uw bevelen vergeet ik niet.Vers 142 Uw gerechtigheid is gerechtigheid in eeuwigheid, en Uw wet is de waarheid.151 Uw wet Dat is, uwe wet is enkel waarheid, ja zo waarachtig als de waarheid zelve. Zie een gelijke spreuk Joh. 17:17.Vers 143 Benauwdheid en angst hebben mij getroffen, doch Uw geboden zijn mijn vermakingen.152 hebben mij Hebr. hebben mij gevonden; gelijk Ps. 116:3.Vers 144 De gerechtigheid Uwer getuigenissen is in der eeuwigheid; doe ze mij verstaan, zo zal ik leven.Vers 145 Koph. Ik heb van ganser harte geroepen: verhoor mij, o Heere! ik zal Uw inzettingen bewaren.Vers 146 Ik heb U aangeroepen, verlos mij, en ik zal Uw getuigenissen onderhouden.Vers 147 Ik ben de morgen schemering voorgekomen, en heb geschrei gemaakt; op Uw woord heb ik gehoopt.153 Ik ben Hebr. Ik heb de schemering [te weten de schemering des dageraads] voorgekomen. Zie aantekening bij 2 Kon. 7:5.Vers 148 Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.154 ogen Dat is, ik ben eer wakker geweest dan de verscheidene nachtwaken, of de morgenwaken aankomen. Verg. Ps. 63:7.Vers 149 Hoor mijn stem naar Uw goedertierenheid, o Heere! maak mij levend naar Uw recht.155 recht Hetwelk vereist dat Gij een onschuldige voorstaat tegen zijn boze verdrukkers. Anders, naar uwe wijze; alzo onder Ps. 119:156.Vers 150 Die kwade praktijken najagen, genaken mij, zij wijken verre van Uw wet.156 kwade Dat is, die de lastering met vlijt zoeken en najagen.157 genaken Dat is, zij zijn mij op de hielen, zo men gemeenlijk zegt, te weten om mij te beschadigen.Vers 151 Maar Gij, Heere! zijt nabij, en al Uw geboden zijn waarheid.158 nabij Te weten, met uwe hulp, allen die op U vertrouwen.Vers 152 Van ouds heb ik geweten van Uw getuigenissen, dat Gij ze in eeuwigheid gegrond hebt.159 Gij ze Dat is, dat zij zo vast en bestendig zijn, dat niemand ze zal omstoten of teniet kunnen doen. Christus zegt: Hemel en aarde zullen vergaan, maar mijne woorden zullen blijven staan.Vers 153 Resch. Zie mijn ellende aan, en help mij uit, want Uw wet heb ik niet vergeten.Vers 154 Twist mijn twistzaak, en verlos mij, maak mij levend, naar Uw toezegging.160 Twist Zie Ps. 35,en de aantekening bij Ps. 119:1.Vers 155 Het heil is verre van de goddelozen, want zij zoeken Uw inzettingen niet.161 is verre Of, zij.Vers 156 Heere! Uw barmhartigheden zijn vele; maak mij levend naar Uw rechten.162 vele Of, groot.163 naar uwe Verg. boven, Ps. 119:149.Vers 157 Mijn vervolgers en mijn wederpartijders zijn vele, maar van Uw getuigenissen wijk ik niet.Vers 158 Ik heb gezien degenen, die trouwelooslijk handelen, en het verdroot mij, dat zij Uw woord niet onderhielden.164 degenen Dat is, die van U zijn afgevallen, en bij wie trouw noch geloof te vinden is.Vers 159 Zie aan, dat ik Uw bevelen lief heb, o Heere! maak mij levend naar Uw goedertierenheid.Vers 160 Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.165 Het begin Dat is, het is uit de waarheid voortgekomen en zal voorts in eeuwigheid de waarheid blijven. Hebr. het hoofd, of, hoofdstuk.Vers 161 Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.166 mijn hart De zin is: Ik heb de mensen niet gevreesd, maar heb alleen gevreesd iets te doen tegen uw woord. Zie Matth. 10:28.Vers 162 Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.Vers 163 Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.Vers 164 Ik loof U zevenmaal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.167 zevenmaal Dat is, dikwijls, gelijk Lev. 26:18; 1 Sam. 2:5; Spreuk. 24:16, en Spreuk. 26:25.Vers 165 Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.168 zij hebben Zie 1 Joh. 2:10.Vers 166 O Heere! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.Vers 167 Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.Vers 168 Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.169 al mijn Dat is, al mijn gedachten, woorden en werken zijn U bekend, daarom wandel ik oprechtelijk voor U, als wiens ogen het al zien.Vers 169 Thau. O Heere! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.Vers 170 Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.170 red mij Te weten, uit mijn lijden en verdriet.Vers 171 Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.171 overvloediglijk Of, uithobbelen, uitgieten; dat is, overvloediglijk uitspreken, gelijk ene fontein water uitgeeft. Zie Ps. 19:3.Vers 172 Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.172 van uwe rede Dat is, van uwe geboden, gelijk er straks volgt.Vers 173 Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.173 mij te hulp Of, komen om mij te helpen.Vers 174 O Heere! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.174 naar uw heil Dat is, naar uw verlossing.175 Uw wet Gelijk boven Ps. 119:77.Vers 175 Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.176 mijn ziel Dat is, mij. Verg. Richt. 16:30.177 laat uwe Hij wil zeggen: Laat mij dat bevorderlijk zijn, dat ik uwe geboden gehouden heb, achtervolgens uwe belofte.Vers 176 Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.178 heb gedwaald Alsof hij zeide: Ik heb een tijdlang niet geweten waarheen ik mij zou keren of wenden, te weten, toen mij mijne vijanden, en inzonderheid Saul met de zijnen, zo zwaarlijk vervolgden.179 als een Of, als een schaap, dat verloren gaat. Hebr. een schaap der verderving. Zie Deut. 26:5.180 zoek Te weten, gelijk een herder het dwalende schaap zoekt; breng mij in den rechten schaapsstal en geef mij rust, opdat ik U in vrede en in stilheid dienen moge.181 uwe knecht Dat is mij die uw knecht ben.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.