Advertentie

Psalm 105

45 verzen · 84 kanttekeningen · Statenvertaling · Berijming 1773

Lofzang aan God voor Zijn weldaden aan Israël bewezen

Vers 1 Looft den Heere, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken.1 den HEERE, Een groot deel van dezen psalm staat geschreven 1 Kron. 16:8, hetwelk gezongen is geweest voor de ark des Heeren.Vers 2 Zingt Hem, psalmzingt Hem, spreekt aandachtelijk van al Zijn wonderen.Vers 3 Roemt u in den Naam Zijner heiligheid; het hart dergenen, die den Heere zoeken, verblijde zich.2 in den naam Of, van den naam zijner heiligheid.Vers 4 Vraagt naar den Heere en Zijn sterkte; zoekt Zijn aangezicht geduriglijk.3 zijne sterkte; Van welke men een zichtbare getuigenis had in de ark. Zie 2 Kron. 6:41; Ps. 78:61, en de aantekening bij Ps. 63:3.4 zijn aangezicht Dat is, zijn raad en geboden; 2 Sam. 21:1.Vers 5 Gedenkt Zijner wonderen, die Hij gedaan heeft, Zijner wondertekenen, en der oordelen Zijns monds.5 die Hij gedaan Te weten, in Egypte door Mozes en Aäron.6 der oordelen Versta hier de plagen van Egypte waarmede God hen tevoren gedreigd had. Het woord oordelen, of gerichten, wordt dikwijls gebruikt voor plagen of straffen; gelijk Rom. 13:2, en 1 Cor. 11:29.Vers 6 Gij zaad van Abraham, Zijn knecht, gij kinderen van Jakob, Zijn uitverkorene!7 Gij zaad van Dezelfde woorden van dit vers staan ook 1 Kron. 16:13. Behalve dat er staat: Gij zaad Israëls, en hier staat: Gij zaad Abrahams.8 zijnen uitverkorene. Te weten, Gods uitverkorenen.Vers 7 Hij is de Heere, onze God; Zijn oordelen zijn over de gehele aarde.9 zijne oordelen Dat is, Hij oefent zijne gerichten over den gansen aardbodem, dat is over alle natiën en volken, opdat men zijnen naam vertelle op de ganse aarde; Exod. 9:16.Vers 8 Hij gedenkt Zijns verbonds tot in der eeuwigheid, des woords, dat Hij ingesteld heeft, tot in duizend geslachten;10 zijns verbonds Te weten, dat Hij met ons gemaakt heeft.11 ingesteld heeft Hebr. bevolen; dat is, zijne belofte, die zo vast en zeker is alsof het een ingestelde en bevolen wet ware. Zie van het Hebr. woord 2 Sam. 7:11.12 tot in duizend Dat is, vele geslachten.Vers 9 Des verbonds, dat Hij met Abraham heeft gemaakt, en Zijns eeds aan Izak;13 dat Hij met Zie hiervan hetgeen geschreven staat Gen. 15:18, en Gen. 17:2, en Gen. 22:16; Luk. 1:73; Hebr. 6:13.Vers 10 Welken Hij ook gesteld heeft aan Jakob tot een inzetting, aan Israël tot een eeuwig verbond,14 tot Hebr. tot een verbond der eeuw.Vers 11 Zeggende: Ik zal u geven het land Kanaän, het snoer van ulieder erfdeel.15 het snoer Zie de aantekening bij Deut. 32:9, en Ps. 16:6.Vers 12 Als zij weinig mensen in getal waren, ja, weinig en vreemdelingen daarin;16 weinig Hebr. lieden van getal; dat is licht te tellen, telbaar. Zie Gen. 34:30; het tegendeel is volk zonder getal; dat is ontelbaar; Ps. 147:5.Vers 13 En wandelden van volk tot volk, van het ene koninkrijk tot het andere volk;17 van volk tot volk, Te weten, in het land Kanaän, waar zeven machtige natiën in waren; Deut. 7:1. Hoe de patriarchen daarin gewandeld hebben als vreemdelingen, zie Gen. 12:8,9,10, en Gen. 13:18, en Gen. 20:1, en Gen. 23:4, en Gen. 26:1,23, en Gen. 33:19, en Gen. 35:1, enz.; Hebr. 11:9,13.Vers 14 Hij liet geen mens toe hen te onderdrukken; ook bestrafte Hij koningen om hunnentwil, zeggende:18 bestrafte Hij Te weten, met woorden en ook metterdaad, gelijk Farao, Gen. 12:17; Abimelech, Gen. 20:3, en meer anderen.Vers 15 Tast Mijn gezalfden niet aan, en doet Mijn profeten geen kwaad.19 Tast De profeet voert met deze woorden God in, toesprekende de koningen en overheden, hen belastende dat zij wel zouden toezien zijne knechten niet te beschadigen.20 mijne gezalfden Dat is, die tot mijn dienst geheiligd zijn. Hier wordt vooreerst gesproken van Abraham, Izak en Jakob, onder wie ook andere profeten en dienaren Gods te verstaan zijn.21 profeten geen Abraham wordt een profeet genoemd, zie de aantekening bij Gen. 20:7.Vers 16 Hij riep ook een honger in het land; Hij brak allen staf des broods.22 Hij riep Deze manier van spreken staat ook 2 Kon. 8:1; honger en dure tijd, gelijk alle andere plagen, zijn boden en uitrichters van Gods bevelen over de zondaars.23 land, Te weten, over het land van Egypte, Kanaän en andere landen, Gen. 41:54, enz., en Gen. 42:1.24 Hij brak Zie Lev. 26:26. Gelijk een zwak of oud mens met een stok of staf ondersteund wordt, alzo stijft en sterkt het brood des mensen hart; Ps. 104:15.Vers 17 Hij zond een man voor hun aangezicht henen; Jozef werd verkocht tot een slaaf.Vers 18 Men drukte zijn voeten in den stok; zijn persoon kwam in de ijzers.25 in den stok, Of, boeien. Zie Gen. 39:20, en Gen. 40:15.26 zijn persoon Hebr. zijne ziel, dat is hijzelf. Zie de aantekening bij Gen. 12:5.27 de ijzers. Dat is, in ijzeren boeien. Hebr. in het ijzer.Vers 19 Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des Heeren doorlouterd.28 zijn woord Te weten, het woord des Heeren. De zin is: Totdat de tijd vervuld was dat geschieden zou hetgeen God over hem besloten en hem in den droom had te kennen gegeven; Gen. 37:5, enz., en Gen. 42:9.29 kwam, heeft Dat is, vervuld werd; komen voor vervuld worden staat ook 1 Sam. 9:6; Job 6:8; Jer. 17:15, en elders.30 de rede des Te weten, de belofte, die hem God door dromen gedaan had; Gen. 37:31 doorlouterd. Te weten, in zwaar kruis en lijden. Zie Ps. 12:7, en 1 Petr. 1:7.Vers 20 De koning zond, en deed hem ontslaan; de heerser der volken liet hem los.32 De koning Te weten, Farao, Gen. 41:14, en Gen. 45:8.33 liet hem los. Hebr. die opende hem; dat is, Hij opende en maakte los de banden en boeien met welke hij gebonden was.Vers 21 Hij zette hem tot een heer over zijn huis, en tot een heerser over al zijn goed;Vers 22 Om zijn vorsten te binden naar zijn lust, en zijn oudsten te onderwijzen.34 zijne vorsten Te weten, van den koning Farao.35 naar Hebr. naar zijne ziel; dat is, naar zijn lust, wil, believen, goeddunken. Anders, verbinden aan zijne ziel.36 zijn lust Te weten, van den koning; of Jozef.37 zijne oudsten Te weten, van den koning Farao; raadsheren en edelen aan zijn hof.38 te onderwijzen. Te weten, hoe zij het koren der vruchtbare jaren zouden inzamelen en bewaren, opdat er voorraad zou wezen tegen de kwade jaren; Gen. 41:47.Vers 23 Daarna kwam Israël in Egypte, en Jakob verkeerde als vreemdeling in het land van Cham.39 kwam Van Farao en Jozef geroepen, en van God daartoe vermaand en gesterkt zijnde; Gen. 45:17,20, en Gen. 46:3,4.40 Israël in Te weten, met zijn ganse huisgezin.41 in het land van Dat is, in het land, hetwelk de nakomelingen van Cham bezaten; te weten in Egypte. Cham was Mitsraïms; zie Ps. 78:51.Vers 24 En Hij deed Zijn volk zeer wassen, en maakte het machtiger dan Zijn tegenpartijders.42 tegenpartijders. Of, benauwers.Vers 25 Hij keerde hun hart om, dat zij Zijn volk haatten, dat zij met Zijn knechten listiglijk handelden.43 hun hart om, Te weten, der Egyptenaars. Anders: hun hart keerde zich om, of werd omgekeerd.44 dat zij met Of, dat zij listen aanlegden tegen zijne knechten; te weten, de kinderen Israël.45 listiglijk Zie de aantekening bij Gen. 37:18.Vers 26 Hij zond Mozes, Zijn knecht, en Aäron, dien Hij verkoren had.46 dien Hij Om te zijn Mozes, mond tot het volk en een profeet aan Farao; Exod. 4:12,14,16, en Exod. 7:1,2,3.Vers 27 Zij deden onder hen de bevelen Zijner tekenen, en de wonderwerken in het land van Cham.47 de bevelen zijner Hebr. de woorden zijner tekenen; dat is den last, dien hun God gegeven had om tekenen te doen.48 in het land Zie boven Ps. 105:23.Vers 28 Hij zond duisternis, en maakte het duister; en zij waren Zijn woord niet wederspannig.49 Hij zond Te weten, God.50 duisternis en maakte Dit was de negende plaag, welke God over Egypte gezonden heeft, en deze duisternis duurde drie dagen lang; Exod. 10:22,23.51 zij waren Dat is, de wondertekenen geschieden terstond als Hij het woord uitgesproken had. Of, versta dit alzo dat Mozes en Aäron deden hetgeen hun bevolen was, ofschoon het met groot gevaar huns levens scheen vermengd te wezen.52 zijn woord niet Dat is, zijn bevel.Vers 29 Hij keerde hun wateren in bloed, en Hij doodde hun vissen.53 Hij keerde Dat was de eerste van de tien plagen van Egypte; Exod. 7:20; Ps. 78:44. De profeet stelt in dezen psalm enige zware plagen, die God in Egypte gedaan heeft, zonder de orde te volgen, die in Exodus staat.Vers 30 Hun land bracht vorsen voort in overvloed, tot in de binnenste kameren hunner koningen.54 bracht vorsen Dit was de tweede plaag; Exod. 8:6; Ps. 78:45.55 hunner koningen. Versta hier Farao en zijne vorsten; Exod. 8:3.Vers 31 Hij sprak, en er kwam een vermenging van ongedierte, luizen, in hun ganse landpale.56 ongedierte, Als sprinkhanen, kevers en dergelijke. Zie Ps. 78:45. Dit was de vierde plaag; Exod. 8:24.57 luizen, Dit was de derde plaag; Exod. 8:17.Vers 32 Hij maakte hun regen tot hagel, vlammig vuur in hun land.58 maakte hunnen Dit was de zevende plaag; Exod. 9:23. Zie ook Ps. 78:47.59 vlammig Hebr. vuur der vlam; nimmerwas dergelijke in Egypte gezien; Exod. 9:24.Vers 33 En Hij sloeg hun wijnstok en hun vijgeboom, en Hij brak het geboomte hunner landpalen.60 Hij sloeg Te weten, door den hagel en het vuur.Vers 34 Hij sprak, en er kwamen sprinkhanen en kevers, en dat zonder getal;61 kwamen Dit was de achtste plaag; Exod. 10:13; Ps. 78:46.62 sprinkhanen en Hebr. de sprinkhaan en de kever.Vers 35 Die al het kruid in hun land opaten, ja, aten de vrucht hunner landouwe op.Vers 36 Hij versloeg ook alle eerstgeborenen in hun land, de eerstelingen al hunner krachten.63 Hij versloeg ook Dit was de tiende plaag. Zie Exod. 12:23,29; Ps. 78:51.64 alle eerstgeborenen In dit vers wordt een ding tweemaal, doch met andere woorden gezegd, hetwelk bij de Hebr. zeer gebruikelijk is. Zie boven Ps. 105:20.65 eerstelingen Dit is ene beschrijving der eerstgeborenen, gelijk Gen. 49:3, en Ps. 78:51.Vers 37 En Hij voerde hen uit met zilver en goud; en onder hun stammen was niemand, die struikelde.66 met zilver Dat is, met zilveren en gouden vaten; Exod. 12:35.67 onder hunne Sterk zijnde zeshonderd duizend mannen, behalve de vrouwen en kinderen, Exod. 12:37, en Exod. 13:18. Dusdanige belofte werd der kerk Gods ook gedaan; Jes. 33:24.68 die struikelde. Te weten, van zwakheid.Vers 38 Egypte was blijde, als zij uittrokken, want hun verschrikking was op hen gevallen.69 hunne verschrikking Dat is, zij hadden een schrik voor de Israëlieten gekregen, zodat zij hen voortdreven en hun hun beste juwelen gaven, Exod. 12:33,35; vrezende dat zij allen van God zouden gedood worden indien zij hen niet lieten trekken. Zie dergelijke manier van spreken Esther 8:17, en Esther 9:2.Vers 39 Hij breidde een wolk uit tot een deksel, en vuur om den nacht te verlichten.70 ene wolk Te weten, om de Israëlieten voor de hitte der zon te bedekken en te beschermen.71 vuur om den Dat is, een vurige kolom.Vers 40 Zij baden, en Hij deed kwakkelen komen, en Hij verzadigde hen met hemels brood.72 Zij baden, Of, het bad; te weten het volk van Israël. Zie Num. 11,en Ps. 78:27,28.73 Hij deed Te weten, God de Heere.74 met hemels Dat is, met brood, dat uit den hemel, dat is uit de lucht viel. Zie Exod. 16:1-14; Ps.78:24,25.Vers 41 Hij opende een steenrots, en er vloeiden wateren uit, die gingen door de dorre plaatsen als een rivier.75 Hij Te weten, God.76 opende Te weten, te Rafidim, Exod. 17:6, en te Kades, Num. 20:11. Zie ook Ps. 78:15.77 de dorre Door welke de Israëlieten reisden. Waar zij gingen, het water volgde hen na. Zie 1 Cor. 10:4.Vers 42 Want Hij dacht aan Zijn heilig woord, aan Abraham, Zijn knecht.78 aan zijn heilig Hebr. aan het woord zijner heiligheid; dat is aan zijn heilige beloften.79 aan Abraham Dat is, aan het verbond met Abraham gemaakt. Anderen, tot Abraham [gesproken].Vers 43 Alzo voerde Hij Zijn volk uit met vrolijkheid, Zijn uitverkorenen met gejuich.80 zijne uitverkorenen Te weten, van God; gelijk boven Ps. 105:6.Vers 44 En Hij gaf hun de landen der heidenen, zodat zij in erfenis bezaten den arbeid der volken;81 Hij gaf hun Zie de Boeken Numeri, Deuteronomium, en Jozua.82 der heidenen, Te weten, der zeven natiën, van welke gesproken wordt Ps. 78:55.83 den arbeid Dat is, de goederen, die de heidense volken met moeite en arbeid verkregen hadden; Deut. 6:10,11.Vers 45 Opdat zij Zijn inzettingen onderhielden, en Zijn wetten bewaarden. Hallelujah!84 Hallelujah. Zie de aantekening bij Ps. 104:35.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.