Advertentie

Psalm 107

43 verzen · 68 kanttekeningen · Statenvertaling · Berijming 1773

Danklied van de verlosten

Vers 1 Looft den Heere, want Hij is goed; want Zijn goedertierenheid is in der eeuwigheid.Vers 2 Dat zulks de bevrijden des Heeren zeggen, die Hij van de hand der wederpartijders bevrijd heeft.1 [zulks] Te weten, dat de Heere goed is, enz. Ps. 107:1.2 de bevrijden Of, verlosten; te weten, uit veel gevaren en zwarigheden, gelijk straks volgt.Vers 3 En Hij die uit de landen verzameld heeft, van het oosten en van het westen, van het noorden en van de zee.3 de zee. Te weten, de Rode zee, die ten zuiden van het land Kanaän; Joz. 23:4.Vers 4 Die in de woestijn dwaalden, in een weg der wildernis, die geen stad ter woning vonden;4 weg der Hebr. in ene wildernis, of eenzaamheid van den weg; zie van deze woestijn Deut. 8:15; Jer. 2:6.5 geen stad Anders: geen bewoonlijke stad. Hebr. gene stad der woning.Vers 5 Zij waren hongerig, ook dorstig; hun ziel was in hen overstelpt.6 overstelpt. Te weten, van angst en benauwdheid gelijk Ps. 102:1.Vers 6 Doch roepende tot den Heere in de benauwdheid, die zij hadden, heeft Hij hen gered uit hun angsten;7 in de benauwdheid, Anders: in hunne benauwdheid.Vers 7 En Hij leidde hen op een rechten weg, om te gaan tot een stad ter woning.8 tot ene stad Hebr. ene stad der woning; gelijk Ps. 107:4.Vers 8 Laat hen voor den Heere Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;9 Laat hen Dit vers wordt herhaald onder Ps. 107:15.10 voor den HEERE Of, bij den Heere; dat is, zo heimelijk, in hun hart [wetende dat God een kenner der harten en doorgronder der nieren is] als openlijk voor Gods gemeente.11 voor de kinderen Dat is, dat het de mensen horen en zien.Vers 9 Want Hij heeft de dorstige ziel verzadigd, en de hongerige ziel met goed vervuld;12 dorstige ziel Hebr. begerige, of begerende; te weten een dronk om den dorst te lessen; gelijk Jes. 29:8. Zie de aantekening bij Job 39:1.13 de hongerige ziel Zie Ps. 65:5; Luk. 1:53. Zie ook de aantekening bij Job 18:12.Vers 10 Die in duisternis en de schaduw des doods zaten, gebonden met verdrukking en ijzer;14 schaduw des Dat is, dikke duisternis, waarvan men verschrik, of zulke duisternis als onder de aarde is, waar de doden begraven liggen. Zie Ps. 23:4.15 met verdrukking Dat is, in de ijzers geslagen en zeer bedrukt. Zie Job 36:8,9.Vers 11 Omdat zij wederspannig waren geweest tegen Gods geboden, en den raad des Allerhoogsten onwaardiglijk verworpen hadden.16 geboden en den Hebr. redenen, of zeggen; dat is geboden, bevelen.Vers 12 Waarom Hij hun het hart door zwarigheid vernederd heeft; zij zijn gestruikeld, en er was geen helper.17 Hij hun het hart Te weten, de Heere.Vers 13 Doch roepende tot den Heere in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.18 Doch roepende Gelijk Ps. 107:6.Vers 14 Hij voerde hen uit de duisternis en de schaduw des doods, en Hij brak hun banden.19 uit de duisternis Dat is, uit de benauwdheid en bangheid.Vers 15 Laat hen voor den Heere Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;20 Laat hen Gelijk Ps. 107:8.Vers 16 Want Hij heeft de koperen deuren gebroken, en de ijzeren grendelen in stukken gehouwen.21 de koperen Waarmede de gevangenissen gesloten waren; versta hierdoor alle grote hindernissen. Zie Jes. 45:2.22 gebroken, in stukken Te weten, om de ellendige en benauwde mensen te verlossen.Vers 17 De zotten worden om den weg hunner overtreding, en om hun ongerechtigheden geplaagd;23 De zotten Dat is, de kwalijk beradene en kwalijk bedachte mensen, of die God niet vrezen, hetwelk de grootste dwaasheid is, gelijk integendeel God vrezen de grootste wijsheid is. Zie Job 5:2.Vers 18 Hun ziel gruwelde van alle spijze, en zij waren tot aan de poorten des doods gekomen.24 ziel gruwelde Dat is, eetlust; gelijk Job 33:20.25 zij waren Dat is, zij zijn in merkelijke gevaar des doods gekomen. Zie Job 33:22; Ps. 9:14.Vers 19 Doch roepende tot den Heere in de benauwdheid, die zij hadden, verloste Hij hen uit hun angsten.26 Doch roepende Zie boven Ps. 107:6.Vers 20 Hij zond Zijn woord uit, en heelde hen, en rukte hen uit hun kuilen.27 zijn woord Dat is, zijn bevel; te weten opdat zij weder gezond zouden worden.28 heelde hen, Zie Deut. 32:39; Job 33:19,24; Hos. 6:1; zie een exempel in Hizkia: 2 Kon. 20:1,4,5,7.29 rukte hen Dat is, Hij heeft hen gelijk als uit het graf weder doen opstaan en in de uiterste gevaarlijkheid des doods bewaard. Zie Ps. 7:16; Job 33:24,28,30.30 kuilen. Of, verdervingen.Vers 21 Laat hen voor den Heere Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen.31 Laat hen Gelijk boven Ps. 107:8.Vers 22 En dat zij lofofferen offeren, en met gejuich Zijn werken vertellen.Vers 23 Die met schepen ter zee afvaren, handel doende op grote wateren;32 afvaren, Te weten, diepte in de baren der zee. Of van den oever afdalen, afvaren, of nederdalen.33 op grote Anders: op vele wateren.Vers 24 Die zien de werken des Heeren, en Zijn wonderwerken in de diepte.34 in de diepte. Zie Job 41:22.Vers 25 Als Hij spreekt, zo doet Hij een stormwind opstaan, die haar golven omhoog verheft.35 hare golven Te weten, der zee. Zie de aantekening bij Job 26:12.Vers 26 Zij rijzen op naar den hemel; zij dalen neder tot in de afgronden; hun ziel versmelt van angst.36 Zij rijzen op Dit is ene afbeelding der gevaren, in welke de mensen op zee zijn als zich de stormwinden verheffen.37 tot in de Dat is, tot op den bodem der zee. Zie Ps. 42:8.38 hun ziel Dat is, de moed ontzinkt hun, en zij zijn zo bang alsof zij straks het leven verliezen zouden.39 angst. Hebr. van het kwaad.Vers 27 Zij dansen en waggelen als een dronken man, en al hun wijsheid wordt verslonden.40 al hunne wijsheid Dat is, zij weten geen raad hoe zij uit die benauwdheid geraken zullen.Vers 28 Doch roepende tot den Heere in de benauwdheid, die zij hadden, zo voerde Hij hen uit hun angsten.Vers 29 Hij doet den storm stilstaan, zodat hun golven stilzwijgen.41 Hij doet den Hebr. Hij stelt den storm in stilte; dat is, Hij verandert den storm in kalmte. Zie Job 26:12.42 hunne golven Hebr. hunlieder golven; te weten, de golven, die zij zozeer vreesden als die hen den dood dreigden. Zie Jona 1:15; Matth. 8:26; Mark. 4:37.43 stilzwijgen. Alzo ook Ps. 107:30.Vers 30 Dan zijn zij verblijd, omdat zij gestild zijn, en dat Hij hen tot de haven hunner begeerte geleid heeft.44 omdat zij Te weten, de wateren.Vers 31 Laat hen voor den Heere Zijn goedertierenheid loven, en Zijn wonderwerken voor de kinderen der mensen;Vers 32 En Hem verhogen in de gemeente des volks, en in het gestoelte der oudsten Hem roemen.45 in het gestoelte Dat is, in het gestoelte waar de oudsten bij elkander zitten.46 der oudsten Hem Dat is, de raadsheren en oversten des volks.Vers 33 Hij stelt de rivieren tot een woestijn, en watertochten tot dorstig land.47 Hij Te weten, de Heere.48 stelt de Dat is, Hij verandert vruchtbare waterige landen in droge onvruchtbare woestijnen.49 watertochten Hebr. uitgangen; dat is, vochtige vruchtdragende landen. De zin van dit vers is dat God door zijn goddelijke kracht, voorzienigheid en regering, dikwijls wonderbaarlijke verandering in de wereld brengt, als Hij een land straffen of zegenen wil, opdat zijne glorie en macht blijke, zo in het straffen als in het zegenen.Vers 34 Het vruchtbaar land tot zouten grond, om de boosheid dergenen, die daarin wonen.50 Het vruchtbaar Hetgeen hier gezegd wordt, blijkt aan het Joodse land, hetwelk eertijds zeer vruchtbaar geweest is, maar nu is het zeer onvruchtbaar, woest en dor.51 tot zouten Hebr. tot zoutigheid; dat is, tot een zout, onvruchtbaar land. Alzo ook Job 39:9; Jer. 17:6; want zoutigheid veroorzaakt onvruchtbaarheid. Zie Deut. 29:23; Richt. 9:45.Vers 35 Hij stelt de woestijn tot een waterpoel, en het dorre land tot watertochten.52 Hij stelt Dat is, het droge onvruchtbare land maakt Hij vochtig en dienvolgens vruchtbaar.53 tot watertochten, Hebr. tot uitgangen der wateren, gelijk Ps:107:33.Vers 36 En Hij doet de hongerigen aldaar wonen, en zij stichten een stad ter woning;54 de hongerigen Zie boven Ps. 107:9.55 aldaar wonen, Te weten, in dat land, hetwelk Hij van onvruchtbaar tot vruchtbaar land heeft gemaakt.56 ene stad ter Hebr. ene stad der woning.Vers 37 En bezaaien akkers, en planten wijngaarden, die inkomende vrucht voortbrengen.57 die inkomende Hebr. die vrucht der inkomsten maken; dat is, vruchten jaarlijks inkomende. Of zij, te weten, de landbouwers, geven vruchtbare opkomsten.Vers 38 En Hij zegent hen, zodat zij zeer vermenigvuldigen, en hun vee vermindert Hij niet.58 vermindert Versta hierbij, maar Hij vermeerdert het.Vers 39 Daarna verminderen zij, en komen ten onder, door verdrukking, kwaad en droefenis.59 komen ten onder Hebr. worden nedergebogen, of nedergekromd; te weten, wanneer God, omdat zij zich wederom enig verloop geeft in het land, waar zij hunne woning hadden.60 kwaad en Dat is, ongeluk, allerlei ellende.Vers 40 Hij stort verachting uit over de prinsen, en doet hen dwalen in het woeste, waar geen weg is.61 Hij Te weten, de Heere. Zie Job 12:21,24.62 stort verachting Te weten, als Hij hen straffen wil.63 over de prinsen Dat is, over of op de voornaamste en meest uitstekende personen des lands.Vers 41 Maar Hij brengt den nooddruftige uit de verdrukking in een hoog vertrek, en maakt de huisgezinnen als kudden.64 in een hoog Dat is, op een hoge plaats, waar hij buiten gevaar is van vertreden of overrompeld te worden.65 maakt de Dat is, Hij maakt hen sterk van geslachten, of Hij vermeerdert hen.Vers 42 De oprechten zien het, en zijn verblijd, maar alle ongerechtigheid stopt haar mond.66 alle ongerechtigheid Dat is, alle ongerechtigen, gelijk Job 24:20; alzo staat er hovaardij voor hovaardige mensen, Ps. 36:12; boosheid voor boze. De profeet wil zeggen: De bozen en goddelozen zulks ziende, worden gedwongen den mond toe te houden, dien zij tegen God geopend hadden, voortaan de voorzienigheid Gods niet durvende tegenspreken. Zie Job 5:16.Vers 43 Wie is wijs? Die neme deze dingen waar; en dat zij verstandelijk letten op de goedertierenheden des Heeren.67 Wie is wijs? Of, wie is wijs en neemt deze dingen waar? alsof hij zeide: Och hoe weinige zulke wijzen vindt men? Alzo ook Jer. 9:12; Hos. 14:10.68 dat zij verstandelijk Of, zo zal men verstaan de goedertierenheid des Heeren.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.