Liturgie

Van den gezetten tijd des mensen

Dit is nummer 3 van de Ziekentroost.

En deze tijd staat in des Heeren hand; gelijk Job zegt: Zijn dagen zijn bestemd, en het getal zijner maanden is bij God, en Hij heeft zijn bepalingen gemaakt, die hij niet overgaan zal. Hetwelk ook Paulus zegt, dat God bescheiden heeft de tijden tevoren geordineerd, en de bepalingen van hun woning. En David zegt dat God onze dagen een handbreed gesteld heeft, en onze leeftijd als niets voor Hem is; immers is een ieder mens, hoe vast hij staat, enkel ijdelheid. Want onze dagen zijn lichter dan een weversspoel, en dan een loper. Ook zijn wij hier maar gasten en vreemdelingen voor een kleinen tijd. Want aangaande de dagen onzer jaren, daarin zijn zeventig jaar; of zo wij zeer sterk zijn, tachtig jaar; en het uitnemendste van die is moeite en verdriet; want het wordt snellijk afgesneden, en wij vliegen daarheen. En als wij lang leven, zo leven wij honderd jaren. Gelijk een druppel water is, vergeleken met het water van de zee, even weinig zijn onze jaren, vergeleken met de eeuwigheid. En Petrus zegt dat één dag bij den Heere is als duizend jaren, en duizend jaren als één dag. Alzo zijn onze jaren, te rekenen bij de eeuwigheid.

Ga naar ziekentroost 4: Van den val en de ellendigheid des mensen
of ziekentroost 2: Door Adam zijn alle mensen in den dood gekomen


Toon nummering: naast | in tekst | niet
Deze pagina afdrukken