Liturgie

De wet Gods eist van ons, volkomen te zijn

Dit is nummer 18 van de Ziekentroost.

Dewijl nu de wet Gods deze volkomenheid van ons eist (gelijk geschreven staat: Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet, om dat te doen; gelijk ook Jakobus zegt: Wie in één struikelt, is schuldig geworden aan alle; wederom: Wie de wet doet, die zal door dezelve leven), maar wij het allerminste gebod niet volkomenlijk kunnen volbrengen, gelijk de wijze man zegt: Als wij menen voldaan te hebben, zo beginnen wij slechts (en al ware het, dat wij het alles deden, zo doen wij slechts hetgeen wij schuldig zijn); waarom wij door de wet onder Gods rechtvaardigen toorn verdoemd liggen; zo hebben wij hiertegen een zekere remedie en middel, namelijk Christus, Die ons (gelijk Paulus zegt) verlost heeft van den vloek der wet, en aan de gerechtigheid Gods voor ons voldaan heeft, vrede makende, en den middelmuur des afscheidsels gebroken hebbende, namelijk de wet der geboden in inzettingen bestaande; en onze misdaden heeft vergeven, en het handschrift heeft uitgewist en aan het kruis genageld. En voor deze grote liefde van Christus behoren wij Hem weder lief te hebben, en dankbaar te zijn met goede werken, en in Hem waarachtig te geloven, dat Hij ons al deze schone weldaden geschonken heeft. Want die tot God komt, moet geloven dat Hij is, en een Beloner is dergenen die Hem zoeken. Want de rechtvaardige zal uit het geloof leven. Zo besluiten wij dan dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet. En al moeten wij met Christus wat lijden, zo moeten wij niet kleinmoedig wezen; want wij zien dat Christus Zelf, toen Hij om onze eigen zonden geslagen was, niet wedergeslagen, maar geduldig geleden heeft.

Ga naar ziekentroost 19: Van den voorspoed der goddelozen
of ziekentroost 17: Van het geloof en de goede werken


Toon nummering: naast | in tekst | niet
Deze pagina afdrukken