Liturgie

Waar wij heengaan, als wij vanhier verscheiden

Dit is nummer 13 van de Ziekentroost.

Tot dit avondmaal nu kunnen wij niet komen dan door den dood. Daarom zegt Paulus: Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. En zodra de gelovigen vanhier scheiden, gaan zij in de eeuwige rust, gelijk Christus zegt: Waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En wederom: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. Hetgeen ook duidelijk te bemerken is in den moordenaar, toen hij gebeden en gezegd heeft: Heere, gedenk mijner als Gij in uw Koninkrijk zult gekomen zijn; waarop hem Christus heeft geantwoord: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Daarom zegt Paulus wél (hiermede overeenkomende): Ik heb begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Sálomo zegt ook dat het stof weder tot aarde keert, als het geweest is; maar de geest weder tot God, Die hem gegeven heeft. Hetwelk ook duidelijk blijkt in het voorbeeld van Henoch en Elía, die beiden werden opgenomen in den hemel; waar ons burgerschap en onze wandel is; waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam.

Ga naar ziekentroost 14: Wij moeten sterven, eer wij verheerlijkt worden
of ziekentroost 12: Wij behoren naar den dood te verlangen. Wij moeten uit dit lichaam verhuizen, eer wij bij den Heere komen


Toon nummering: naast | in tekst | niet
Deze pagina afdrukken