Liturgie

Sommige troostelijke uitspraken der Heilige Schrift, om in doodsnood te bidden

Dit is nummer 22 van de Ziekentroost.

O HEERE, straf mij niet in Uw toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.
O HEERE, verkwik mijn ziel, en leid mij in het spoor der gerechtigheid, en blijf bij mij.
Zijt mij genadig, HEERE, zie mijn ellende aan, van mijn haters mij aangedaan, Gij, Die mij verhoogt uit de poorten des doods.
Wees niet verre van mij, want benauwdheid is nabij, en er is geen helper.
O HEERE, op U vertrouw ik, laat mij niet beschaamd worden.
Wend U tot mij en zijt mij genadig, want ik ben eenzaam en ellendig.
Aanzie mijn ellende en mijn moeite, en neem weg al mijn zonden.
Gij zijt mijn Steenrots en mijn Burcht; leid mij dan, en voer mij.
Als ik U aanroep, zo ben ik zeker, dat Gij mijn God zijt, Die mijn ziel van den dood verlost.
Verberg Uw aangezicht van mijn zonden, en delg uit al mijn ongerechtigheden.
O HEERE, verberg Uw aangezicht niet van mij, want mij is bange; haast U, verhoor mij, en verlos mij.
In den dag mijner benauwdheid roep ik U aan; wend U tot mij en zijt mij genadig, geef Uw knecht Uw sterkte.
Banden des doods hebben mij omvangen, en de angsten der hel hebben mij getroffen; och HEERE, bevrijd mijn ziel.
O HEERE, ga niet in het gericht met Uw knecht; want niemand die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.
Deze en dergelijke uitspraken kunt gij lezen door het gehele boek der Psalmen.

Ga naar ziekentroost 23: Hier volgen insgelijks nog sommige uitspraken, dienende voor de kranken in hun uiterste
of ziekentroost 21: Van het laatste oordeel


Toon nummering: naast | in tekst | niet
Deze pagina afdrukken