Liturgie

Van de verrijzenis der doden

Dit is nummer 20 van de Ziekentroost.

En hierin hebben wij een groten troost, dat alle gelovigen ten jongsten dage zullen opstaan. En Paulus, dit betogende, zegt: Indien er geen opstanding der doden is, zo is Christus ook niet opgewekt; zo is ook onze prediking ijdel, en wij worden bevonden valse getuigen (1 Kor. 15, doorlopend). En omtrent de wijze der opstanding kunnen wij duidelijk zien bij Ezechiël, hfdst. 37, hoe wij met vlees en been zullen opstaan. En Job zegt ook duidelijk: Ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan; en als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Insgelijks zegt Jesaja, dat de aarde en de zee hun doden geven zullen, die in haar geslapen hebben; want Christus is de Opstanding, de Eersteling dergenen die ontslapen zijn. Doch ik wil niet dat gij onwetende zijt van degenen die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt gelijk als de anderen, die geen hoop hebben. Want indien wij geloven dat Jezus gestorven is en opgestaan, alzo zal ook God degenen die ontslapen zijn in Jezus, wederbrengen met Hem. Want dat zeggen wij u door het woord des Heeren, dat wij die levend overblijven zullen tot de toekomst des Heeren, niet zullen vóórkomen degenen die ontslapen zijn. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem des archangels en met de bazuin Gods nederdalen van den hemel; en die in Christus gestorven zijn, zullen eerst opstaan; daarna wij die levend overgebleven zijn, zullen tezamen met hen opgenomen worden in de wolken, den Heere tegemoet, in de lucht.

Ga naar ziekentroost 21: Van het laatste oordeel
of ziekentroost 19: Van den voorspoed der goddelozen


Toon nummering: naast | in tekst | niet
Deze pagina afdrukken