Advertentie

Mattheüs 17

27 verzen · 25 kanttekeningen · Statenvertaling

Verheerlijking van Christus op den berg 

Vers 1 En na zes dagen nam Jezus met Zich Petrus, en Jakobus, en Johannes, zijn broeder, en bracht hen op een hogen berg alleen.1 zes dagen nam Jezus Te weten nadat Christus met zijne discipelen van de toekomst zijner heerlijkheid gesproken had, Luk. 9:28 zegt, omtrent acht dagen, er onder rekende den eersten en laatsten dag dat deze dingen geschied zijn die Mattheüs hier en Mark. 9:2, overslaan.2 berg Wat dit voor een berg is geweest, wordt niet uitgedrukt. Vele oude leraars menen dat het is geweest de berg Thabor, omdat die daaromtrent gelegen en zeer hoog is.3 alleen. Of, bezijden.Vers 2 En Hij werd voor hen veranderd van gedaante; en Zijn aangezicht blonk gelijk de zon, en Zijn klederen werden wit gelijk het licht.Vers 3 En ziet, van hen werden gezien Mozes en Elias, met Hem samensprekende.4 Mozes en Elia, Of Mozes met zijn eigen lichaam is verschenen, of dat hij voor een tijd een ander heeft aangenomen, gelijk somtijds de engelen hebben gedaan is onzeker. Doch dit is zeker, dat zij beiden aldaar in hun eigen personen zijn verschenen.5 samensprekende. Namelijk van zijn uitgang, welken Hij zou hebben te Jeruzalem; Luk. 9:31.Vers 4 En Petrus, antwoordende, zeide tot Jezus: Heere! het is goed, dat wij hier zijn; zo Gij wilt, laat ons hier drie tabernakelen maken, voor U een, en voor Mozes een, en een voor Elias.6 zo gij wilt, Dat is, indien het u belieft.7 tabernakelen maken, Of, hutten, die van takken of iets dergelijks gemaakt werden, tegen de hitte van de zon en de regen.Vers 5 Terwijl hij nog sprak, ziet, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en ziet, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem!8 hen overschaduwd; Namelijk Mozes, en Elia, gelijk blijkt Luk. 9:34.Vers 6 En de discipelen, dit horende, vielen op hun aangezicht, en werden zeer bevreesd.Vers 7 En Jezus, bij hen komende, raakte hen aan, en zeide: Staat op en vreest niet.Vers 8 En hun ogen opheffende, zagen zij niemand, dan Jezus alleen.Vers 9 En als zij van den berg afkwamen, gebood hun Jezus, zeggende: Zegt niemand dit gezicht, totdat de Zoon des mensen zal opgestaan zijn uit de doden.9 gezicht, Dat is, hetgeen zij gezien hadden; Mark. 9:9, en 2 Petr. 1:16.Vers 10 En Zijn discipelen vraagden Hem, zeggende: Wat zeggen dan de Schriftgeleerden, dat Elias eerst moet komen?Vers 11 Doch Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Elias zal wel eerst komen, en alles weder oprichten.10 zal wel eerst komen, Dat is, moest wel eerst komen naar de voorzegging van den profeet Mal. 4:5.11 weder oprichten. Dat is, de rechte leer van den Messias verklaren, die door de Farizeën was vervalst en verduisterd, en Christus de weg bereiden.Vers 12 Maar Ik zeg u, dat Elias nu gekomen is, en zij hebben hem niet gekend; doch zij hebben aan hem gedaan, al wat zij hebben gewild; alzo zal ook de Zoon des mensen van hen lijden.12 gekend, Namelijk voor degene die hij was, of voor de beloofden Elia, die alles weder zou oprichten.13 al wat zij hebben gewild; Dat is, vervolgd en gedood.Vers 13 Toen verstonden de discipelen dat Hij hun van Johannes de Doper gesproken had.

Maanzieke knaap genezen 

Vers 14 En als zij bij de schare gekomen waren, kwam tot Hem een mens, vallende voor Hem op de knieën, en zeggende:Vers 15 Heere! ontferm U over mijn zoon; want hij is maanziek, en is in zwaar lijden; want menigmaal valt hij in het vuur, en menigmaal in het water.14 maanziek Maanziekte is ene ziekte, die met de loop der maan verzwaart, gelijk de vallende, razende en dergelijke ziekten, met welke de duivel zich somwijlen placht te mengen, gelijk hier geschied is.Vers 16 En ik heb hem tot Uw discipelen gebracht, en zij hebben hem niet kunnen genezen.Vers 17 En Jezus, antwoordende, zeide: O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoe lang zal Ik nog met ulieden zijn, hoe lang zal Ik u nog verdragen? Brengt hem Mij hier.Vers 18 En Jezus bestrafte hem, en de duivel ging van hem uit, en het kind werd genezen van die ure af.15 hem, Namelijk de duivel; Luk. 9:42.Vers 19 Toen kwamen de discipelen tot Jezus alleen, en zeiden: Waarom hebben wij hem niet kunnen uitwerpen?16 alleen, Dat is, in het bijzonder, of ter zijde.Vers 20 En Jezus zeide tot hen: Om uws ongeloofs wil; want voorwaar zeg Ik u: Zo gij een geloof hadt als een mosterdzaad, gij zoudt tot dezen berg zeggen: Ga heen van hier derwaarts, en hij zal heengaan; en niets zal u onmogelijk zijn.17 een geloof hadt als een mosterdzaad Hier wordt voornamelijk verstaan een geloof om wonderen te doen, hetwelk een bijzondere gave was, steunende op bijzondere beloften en het bevel Gods, aan welke de discipelen hier hebben getwijfeld. Zie 1 Cor. 13:2.Vers 21 Maar dit geslacht vaart niet uit, dan door bidden en vasten.18 dit geslacht Namelijk der duivelen.19 bidden en vasten. Dat is, door een vast geloof, gesterkt door vurige gebeden, waartoe de mensen door vasten bereid worden.

Tweede aankondiging van het lijden 

Vers 22 En als zij in Galilea verkeerden, zeide Jezus tot hen: De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen;Vers 23 En zij zullen Hem doden, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden. En zij werden zeer bedroefd.

Jezus betaalt de tempelbelasting 

Vers 24 En als zij te Kapernaum ingekomen waren, gingen tot Petrus die de didrachmen ontvingen, en zeiden: Uw Meester, betaalt Hij de didrachmen niet?20 Petrus, Omdat hij aldaar zijne woning had, gelijk ook Christus; zie Matth. 4:13, en Matth. 8:14. Want deze schatting moest ieder betalen waar hij woonde.21 didrachmen ontvingen, Dit waren cijns- of schattingspenningen, twee drachmen of een halflood aan zilver wegende, hoedanig een ieder, hoofd voor hoofd, moest betalen tot den dienst des tabernakels, Exod. 30;13, en desgelijks ook tot onderhoud van de tempel en van de dienst, 2 Kron. 24:9; Neh. 10:32, welke schatting de RomeinenVers 25 Hij zeide: Ja. En toen hij in huis gekomen was, voorkwam hem Jezus, zeggende: Wat dunkt u, Simon! de koningen der aarde, van wie nemen zij tollen of schatting, van hun zonen, of van de vreemden?22 de koningen der aarde Namelijk die souverein zijn, of onder niemand staan.23 de vreemden Dat is, die niet behoren tot het huisgezin der koningen. Of,die van hunne afkomst niet zijn, gelijk Christus was van David; Luk. 1:32.24 de vreemden? Dat is, die niet behoren tot het huisgezin der koningen. Of,die van hunne afkomst niet zijn, gelijk Christus was van David; Luk. 1:32.Vers 26 Petrus zeide tot Hem: Van de vreemden. Jezus zeide tot hem: Zo zijn dan de zonen vrij.Vers 27 Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga heen naar de zee, werp den angel uit, en den eersten vis, die opkomt, neem, en zijn mond geopend hebbende, zult gij een stater vinden; neem dien, en geef hem aan hen voor Mij en u.25 stater vinden; Dit was een penning, wegende twee didrachmen, of een lood zilvers; waard zijnde omtrent een halve rijksdaalder (f 1,25), zoveel doende als een sikkel des heiligdoms.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.