Advertentie

Mattheüs 16

28 verzen · 32 kanttekeningen · Statenvertaling

Jezus weigert een teken 

Vers 1 En de Farizeën en Sadduceën tot Hem gekomen zijnde, en Hem verzoekende, begeerden van Hem, dat Hij hun een teken uit den hemel zou tonen.1 verzoekende Willende beproeven of Hij zulks zou kunnen doen, om Hem beschaamd te maken.2 uit den hemel Dat is, hetwelk uit, aan, of van den hemel zou geschieden, gelijk op het gebed van Jozua de zon en maan stil stonden, Joz. 10:12; gelijk het vuur uit den hemel kwam op het gebed van Elia, 2 Kon. 1:9, en gelijk de zon ten tijde van Jesaja terugging; Jes. 38:8.Vers 2 Maar Hij antwoordde, en zeide tot hen: Als het avond geworden is, zegt gij: Schoon weder; want de hemel is rood;3 rood. Grieks, rood als vuur; dat is schoon of klaar rood.Vers 3 En des morgens: Heden onweder; want de hemel is droevig rood. Gij geveinsden! het aanschijn des hemels weet gij wel te onderscheiden, en kunt gij de tekenen der tijden niet onderscheiden?4 aanschijn des hemels Dat is, gestalte of gedaante5 de tekenen der tijden Namelijk die naar de voorzegging der profeten de komst en tegenwoordigheid van den Messias aanwijzen. Zie Matth. 11:4,5, en de aantekening bij Luk. 12:56.Vers 4 Het boos en overspelig geslacht verzoekt een teken; en hun zal geen teken gegeven worden, dan het teken van Jona, den profeet. En hen verlatende, ging Hij weg.6 Het boos en overspelig geslacht Zie hetzelfde boven Matth. 12:39.7 geen teken Namelijk om hen krachtiger te overtuigen.8 weg. Namelijk over de zee. Zie Mark. 8:13,14.

Waarschuwing voor het zuurdesem 

Vers 5 En als Zijn discipelen op de andere zijde gekomen waren, hadden zij vergeten broden mede te nemen.Vers 6 En Jezus zeide tot hen: Ziet toe, en wacht u van den zuurdesem der Farizeën en Sadduceën.Vers 7 En zij overlegden bij zichzelven, zeggende: Het is omdat wij geen broden mede genomen hebben.9 overlegden bij zichzelven, Of, zij spraken onder elkander.Vers 8 En Jezus, dat wetende, zeide tot hen: Wat overlegt gij bij uzelven, gij kleingelovigen! dat gij geen broden mede genomen hebt?Vers 9 Verstaat gij nog niet? en gedenkt gij niet aan de vijf broden der vijf duizend mannen; en hoevele korven gij opnaamt?Vers 10 Noch aan de zeven broden der vier duizend mannen, en hoevele manden gij opnaamt?Vers 11 Hoe verstaat gij niet, dat Ik u van geen brood gesproken heb, als Ik zeide, dat gij u wachten zoudt van den zuurdesem der Farizeën en Sadduceën.Vers 12 Toen verstonden zij, dat Hij niet gezegd had, dat zij zich wachten zouden van den zuurdesem des broods, maar van de leer der Farizeën en Sadduceën?10 leer der Farizeën Die bij een zuurdesem hier vergeleken wordt, overmits dezelve de zuiverheid der ware leer met valse en van mensen ingestelde leer vermengde, en den mens door een ijdelen waan van eigenrechtigheid en met geveinsdheid opgeblazen maakt.

De belijdenis van Petrus 

Vers 13 Als nu Jezus gekomen was in de delen van Cesarea Filippi, vraagde Hij Zijn discipelen, zeggende: Wie zeggen de mensen, dat Ik, de Zoon des mensen, ben?11 Cesarea Filippi, Dit was ene stad aan den voet van de berg Libanon, omtrent den oorsprong van de Jordaan; alzo genaamd omdat zij gebouwd was ter ere van de keizer Tiberius; en wordt toegenaamd Filippi, omdat zij gebouwd is van den viervorst Filippus, Josef. Antiq. lib. 18, cap. 3, en ter onderscheiding van een ander Cesarea van zijn vader Herodes, ter ere van den keizer Augustus aan de Middellandse zee gebouwd. Josef. lib. 15, cap. 13; Hand. 10:1.Vers 14 En zij zeiden: Sommigen: Johannes de Doper; en anderen: Elias; en anderen: Jeremia of een van de profeten.Vers 15 Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij, dat Ik ben?Vers 16 En Simon Petrus, antwoordende, zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.12 antwoordende, Namelijk uit aller naam; alzo Christus hun allen gevraagd had; waarom ook het antwoord van Christus hoewel het tot Petrus geschiedt, tot allen behoort.13 de Christus Dat is, de Messias, of gezalfde. Zie Joh. 1:42.Vers 17 En Jezus, antwoordende, zeide tot hem: Zalig zijt gij, Simon, Bar-jona! want vlees en bloed heeft u dat niet geopenbaard, maar Mijn Vader, Die in de hemelen is.14 Bar-Jona, Dat is, Jonas' zoon: want het woord Bar betekent in de Chaldeeuwse spraak een zoon.15 vlees en bloed Dat is, noch uw eigen, noch enig natuurlijk vernuft, noch enig mens. Zie Gal. 1:16.Vers 18 En Ik zeg u ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen.16 petra Dat is, steen of steenrots; namelijk op deze uwe belijdenis, die gij van mij doet. Of, op mij dien gij beleden hebt. Want Christus is alleen het fondament zijner gemeente, 1 Cor. 3:11, hoewel ook Petrus en ook de andere apostelen ten aanzien van hunne leer, fondamenten der gemeente kunnen genaamd worden, gelijk te zien is Openb. 21:19.17 poorten der hel Dat is, noch de listigheid noch het geweld des duivels en zijner instrumenten. Want eertijds waren de raadhuizen en sterkten der steden in de poorten: Gen. 22:17.Vers 19 En Ik zal u geven de sleutelen van het Koninkrijk der hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn; en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn.18 sleutelen van het koninkrijk der hemelen; Dat is, een geestelijke macht, om van Gods wege en in Christus naam te verkondigen den gelovigen en boetvaardigen vergeving hunner zonden, en dat zij deel hebben aan het rijk Gods, en hetzelve door de heilige sacramenten aan hen te verzegelen. En daarentegen, de ongelovigen en onboetvaardigen, dat zij geen deel hebben aan de vergeving der zonden en het rijk Gods, en daarom hen van het gebruik dezer sacramenten te weren en uit te sluiten: welke macht de gemeente, Matth. 18:18, en al den apostelen, Joh. 20:21, ook gegeven wordt. Zie 2 Cor. 10:8.19 zo wat gij zult binden Namelijk naar Christus' bevel en voorschrift.20 zal in de hemelen gebonden zijn; Dat is, God zal voor vast en bondig houden hetgeen alzo naar zijn bevel door zijn dienaar gedaan zal zijn.Vers 20 Toen verbood Hij Zijn discipelen, dat zij iemand zeggen zouden, dat Hij was Jezus, de Christus.

Aankondiging van het lijden 

Vers 21 Van toen aan begon Jezus Zijn discipelen te vertonen, dat Hij moest heengaan naar Jeruzalem, en veel lijden van de ouderlingen, en overpriesteren, en Schriftgeleerden, en gedood worden, en ten derden dage opgewekt worden.21 moest heen gaan Namelijk omdat zulks van God besloten, Hand. 2:23, van de profeten voorzegd, Luk. 24:26,27, en tot verzoening der zonden nodig was; Hebr. 9:23.22 ouderlingen Dat is, de oudsten des volks.Vers 22 En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.23 Heere, Of, God zij u genadig, Heere. Dat is, God behoede u daarvoor. Dat zij verre van u.Vers 23 Maar Hij, Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas! gij zijt Mij een aanstoot, want gij verzint niet de dingen, die Gods zijn, maar die der mensen zijn.24 satanas Dat is, wederpartij. Welke naam wel voornamelijk den duivel wordt toegeschreven, zie Matth. 4:10, maar hier ook Petrus gegeven, omdat hij Christus uit verkeerde liefde in het uitvoeren van zijn ambt zocht hinderlijk te zijn. Zie 2 Sam. 19:22.25 mij een aanstoot; Grieks, mijn aanstoot.Vers 24 Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis op, en volge Mij.26 achter mij wil komen, Dat is, mij als een discipel wil volgen.27 verloochene zichzelven, Zichzelven verloochenen is zijn eigen verstand, wil en genegenheden achterstellen en dezelve aan Gods woord en wil onderwerpen.Vers 25 Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden.28 leven zal willen behouden, Grieks, ziel. Zie Matth. 10:39.Vers 26 Want wat baat het een mens, zo hij de gehele wereld gewint, en lijdt schade zijner ziel? Of wat zal een mens geven, tot lossing van zijn ziel?29 lossing van zijn ziel? Grieks, verwisseling, tegenlossing, of mangeling, waartegen of waarvoor iemand gelost wordt.Vers 27 Want de Zoon des mensen zal komen in de heerlijkheid Zijns Vaders, met Zijn engelen, en alsdan zal Hij een iegelijk vergelden naar zijn doen.30 naar zijn doen. Dat is, naardat hij gedaan zal hebben, goed of kwaad. Zie de verklaring hiervan Matth. 25:36.Vers 28 Voorwaar zeg Ik u: Er zijn sommigen van die hier staan, dewelke den dood niet smaken zullen, totdat zij den Zoon des mensen zullen hebben zien komen in Zijn Koninkrijk.31 hier staan, Dat is, die hier tegenwoordig zijn.32 zien komen in zijn koninkrijk. Dit kan verstaan worden òf van zijn verrijzenis en hemelvaart, òf van de zending des Heiligen Geestes en de verbreiding des Evangelies onder de heidenen, of ook van zijne verheerlijking op den berg, waarvan gesproken wordt in het begin van het volgende hoofdstuk.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.