Advertentie

Exodus 11

10 verzen · 26 kanttekeningen · Statenvertaling

Bedreiging met de tiende plaag

Vers 1 (Want de Heere had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.1 had tot Mozes gesproken: Eer Farao met dreigementen Mozes van zich gedreven had; Exod. 10:28. Dit is de oorzaak waarom Mozes zo vrijmoediglijk Farao had aangesproken; Exod. 10:29.2 nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, Zie van deze plaag, onder, Exod. 11:4,5.3 haastelijk van hier uitdrijven. Hebreeuws, uitstotende, uitstoten. Zie de vervulling, Exod. 12:31,32,33.Vers 2 Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.4 volks, Te weten, der Israëlieten.5 ieder man Zie Exod. 3:22.6 zijn naaste, Te weten, van zijn Egyptischen naaste.7 eise. Dat is, lene.Vers 3 En de Heere gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Farao's knechten, en voor de ogen des volks.)8 genade in de ogen der Egyptenaren; Dat is, gunst; zie deze manier van spreken Gen. 39:21.9 ook was de man Mozes Dit was de oorzaak waarom Farao Mozes niet durfde aantasten, een oploop vrezende onder het volk.10 zeer groot in Egypteland Dat is, in zeer groot aanzien.11 des volks.) Versta, van het Egyptische volk.Vers 4 Verder zeide Mozes: Zo heeft de Heere gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;12 zeide Mozes: Te weten, tot Farao, eer hij van hem scheidde, Exod. 11:8; want dit is het vervolg van Mozes' woorden; Exod. 10:29.13 heeft de HEERE gezegd: Te weten, toen Hij mij laatst tot u gezonden heeft.Vers 5 En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter den molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.14 eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, Wat God hier bedreigt, dat heeft Hij door zijn engel uitgevoerd; Exod. 12:23,29.15 die op zijn troon zitten zou, Dat is, die na hem regeren zou, gelijk 1 Kon. 2:24, en 1 Kron. 28:5.16 achter den molen is, Daarom staat hier achter den molen, omdat degenen, die met de handmolens maalden, de malende stenen voor het ganse lichaam met haar handen voortstieten. Zie Exod. 12:29; Richt. 16:21; Jes. 47:1,2.Vers 6 En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijke nooit geweest is, en desgelijke niet meer wezen zal.17 een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, Zo van de ouders, wier kinderen zullen gedood worden, alsook van de kinderen, die zulks zullen horen en zien, vrezende dat het hen ook gelden mocht, gelijk dit in zulke schrikkelijke plagen placht te geschieden.Vers 7 Maar bij alle kinderen Israëls zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de Heere tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.18 zal niet een hond zijn tong verroeren, Dat is, het zal onder hen zo stil zijn, dat zelfs de honden [die door een klein gerucht wakker worden] niet eens blaffen zullen. Zie dergelijke manier van spreken, Joz. 10:21.19 de mensen af tot de beesten toe; Dat is, noch tegen de mensen, noch tegen de beesten.Vers 8 Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Farao in hitte des toorns.20 tot mij afkomen, Te weten, door u tot mij gezonden zijnde.21 voetstappen volgt; Hebreeuws, dat van uw voeten is; dat is, die u volgen, of, die door u geleid worden, en onder uw gebied staan. Zie dergelijke manier van spreken Richt. 8:5; 1 Kon. 20:10; 2 Kon. 3:9.22 ik uitgaan. Versta hierbij, en al het van Israël, ook alles wat wij hebben, en alles wat wij willen medenemen.23 in hitte des toorns. Mozes ijvert voor de eer van God: anderszins is hij geweest een zeer zachtzinnig man; Num. 12:3.Vers 9 De Heere dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.24 had tot Mozes gesproken: Te weten, Exod. 3:19, en Exod. 10:1, en elders.25 Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden. Dat is, mijn wonderbaarlijke plagen.Vers 10 En Mozes en Aäron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de Heere verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israëls uit zijn land niet trekken liet.26 niet trekken liet. Dan door dwang. Zie Exod. 3:19, en Exod. 5:24.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.