Advertentie

Exodus 1

22 verzen · 28 kanttekeningen · Statenvertaling

Israël in Egypte verdrukt

Vers 1 Dit nu zijn de namen der zonen van Israël, die in Egypte gekomen zijn, met Jakob; zij kwamen er in, elk met zijn huis.1 zij kwamen er in, Hebreeuws, man en zijn huis kwamen er in.2 huis. Dat is, huisgezin.Vers 2 Ruben, Simeon, Levi, en Juda;Vers 3 Issaschar, Zebulon, en Benjamin;3 Benjamin; Benjamin was de jongste van al de zonen van Jakob; evenwel wordt hij hier gesteld voor de zonen der bijwijven.Vers 4 Dan en Nafthali, Gad en Aser.Vers 5 Al de zielen nu, die uit Jakobs heup voortgekomen zijn, waren zeventig zielen; doch Jozef was in Egypte.4 Al de zielen nu, Hebreeuws, alle ziel; dat is, alle personen; zie Gen. 12:5.5 uit Jakobs heup voortgekomen zijn, Zie Gen. 46:26.6 zeventig zielen; Zie Gen. 46:27.7 Jozef was in Egypte. Jozef en zijn twee zonen waren wel uit Jakob voortgekomen, maar zij waren in Egypte eer Jakob daar kwam.Vers 6 Toen nu Jozef gestorven was, en al zijn broeders, en al dat geslacht,8 en al dat geslacht, Dat is, al de mensen van die eeuw, of dien tijd, waarin Jozef en zijn broeders nog leefden; en aldus wordt het Hebreeuwse woord voor den tijd van eens mensen leven genomen. Zie Gen. 15:16.Vers 7 Zo werden de kinderen Israëls vruchtbaar en wiesen overvloedig, en zij vermeerderden, en werden gans zeer machtig, zodat het land met hen vervuld werd.9 gans zeer machtig, Hebreeuws, in zeer zeer machtig.Vers 8 Daarna stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had;Vers 9 Die zeide tot zijn volk: Ziet, het volk der kinderen Israëls is veel, ja, machtiger dan wij.Vers 10 Komt aan, laat ons wijselijk tegen hetzelve handelen, opdat het niet vermenigvuldige, en het geschiede, als er enige krijg voorvalt, dat het zich ook niet vervoege tot onze vijanden, en tegen ons strijde, en uit het land optrekke.10 wijselijk tegen hetzelve handelen, Anders, laat ons het verkloeken.11 vijanden, Hebreeuws, haters.Vers 11 En zij zetten oversten der schattingen over hetzelve, om het te verdrukken met hun lasten; want men bouwde voor Farao schatsteden, Pitom en Raamses.12 oversten der schattingen over hetzelve, Dat is, die van ieder het gestelde werk afeisten.13 met hun lasten; Te weten, die zij hun oplegden.14 men bouwde voor Farao Anders, het bouwde; te weten, het volk Israëls.15 schatsteden, Anders, ammunitiesteden.16 Raamses. Dit moet onderscheiden zijn van het land Rameses, Gen. 47:11.Vers 12 Maar hoe meer zij het verdrukten, hoe meer het vermeerderde, en hoe meer het wies; zodat zij verdrietig waren vanwege de kinderen Israëls.17 hoe meer zij het verdrukten, Hebreeuws, gelijk zij het verdrukten, alzo vermeerderde het, en alzo wies het. Hebreeuws, brak uit; zie Gen. 28:14.Vers 13 En de Egyptenaars deden de kinderen Israëls dienen met hardigheid;18 met hardigheid; Hierom wordt met recht Egypte genoemd een diensthuis, Exod. 20:2, en een ijzeren oven, Deut. 4:20.Vers 14 Zodat zij hun het leven bitter maakten met harden dienst, in leem en in tichelstenen, en met allen dienst op het veld, met al hun dienst, dien zij hen deden dienen met hardigheid.19 dien zij hen deden dienen met hardigheid. Anders, dien zij onder hen dienden.Vers 15 Daarenboven sprak de koning van Egypte tot de vroedvrouwen der Hebreïnnen, welker ener naam Sifra, en de naam der andere Pua was;20 tot de vroedvrouwen der Hebreïnnen, Anders, tot de Hebreeuwse vroedvrouwen.21 naam Sifra, en de naam der andere Pua was; Deze twee zijn de voornaamsten geweest, maar zonder twijfel zullen er onder een groot getal Hebreeuwse vrouwen veel meer geweest zijn.Vers 16 En zeide: Wanneer gij de Hebreïnnen in het baren helpt, en ziet haar op de stoelen; is het een zoon, zo doodt hem; maar is het een dochter, zo laat haar leven!22 zo doodt hem; Zie de oorzaak Exod. 1:9,10.Vers 17 Doch de vroedvrouwen vreesden God, en deden niet, gelijk als de koning van Egypte tot haar gesproken had, maar zij behielden de knechtjes in het leven.Vers 18 Toen riep de koning van Egypte de vroedvrouwen, en zeide tot haar: Waarom hebt gijlieden deze zaak gedaan, dat gij de knechtjes in het leven behouden hebt?Vers 19 En de vroedvrouwen zeiden tot Farao: Omdat de Hebreïnnen niet zijn gelijk de Egyptische vrouwen; want zij zijn sterk; eer de vroedvrouw tot haar komt, zo hebben zij gebaard.23 sterk; Hebreeuws, levend.Vers 20 Daarom deed God aan de vroedvrouwen goed; en dat volk vermeerderde, en het werd zeer machtig.24 goed; Niet om enige leugen, maar omdat zij God vreesden en de kinderkens lieten leven; zie Exod. 1:21.Vers 21 En het geschiedde, dewijl de vroedvrouwen God vreesden, zo bouwde Hij haar huizen.25 bouwde Hij haar huizen. Hebreeuws, maakte; dat is, God zegende haar alzo, dat er geslachten en nakomelingen uit haar gesproten zijn. Dit kan men verstaan van de Israëlieten, òf van de vroedvrouwen, òf van beiden tezamen.Vers 22 Toen gebood Farao aan al zijn volk, zeggende: Alle zonen, die geboren worden, zult gij in de rivier werpen, maar al de dochteren in het leven behouden.26 zonen, Hebreeuws, allen zoon die geboren wordt.27 die geboren worden, Te weten, van de Hebreeuwse vrouwen.28 al de dochteren in het leven behouden. Hebreeuws, alle dochter.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.