Advertentie

Genesis 9

29 verzen · 38 kanttekeningen · Statenvertaling

Gods verbond met Noach 

Vers 1 En God zegende Noach en zijn zonen, en Hij zeide tot hen: Zijt vruchtbaar en vermenigvuldigt, en vervult de aarde!1 zegende God vernieuwt den zegen, dien Hij boven Gen. 1:28, over den mens had uitgesproken, om te tonen dat de onderhouding en vermenigvuldiging des menselijken geslachts, mitsgaders alle heerschappij en macht, die de mens na den val over de onvernuftige dieren behouden had, zowel na als voor den zondvloed, van zijn zegen afhing.Vers 2 En uw vrees, en uw verschrikking zij over al het gedierte der aarde, en over al het gevogelte des hemels; in al wat zich op den aardbodem roert, en in alle vissen der zee; zij zijn in uw hand overgegeven.2 roert, Of, kruipt en zich beweegt, als een onredelijk dier.Vers 3 Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.3 Al wat zich roert, Dat is, allerlei eetbaar gedierte, op de aarde, in de lucht en in de wateren.4 dat levend is, Want dat vanzelf, of op kwalijke wijze gestorven is, is door deze wet verboden.5 het groene kruid. Hebr. het groensel, of de groente van het kruid, gelijk boven Gen. 1:30. Dat is, [naar het algemeen gevoelen] boven het groene kruid en de vruchten, die Ik u tevoren tot spijs had verordend, geef Ik u nu ook allerlei levend, eetbaar gedierte.Vers 4 Doch het vlees met zijn ziel, dat is zijn bloed, zult gij niet eten.6 met zijn ziel God verbiedt bloedig vlees te eten, om de mensen van alle wreedheid en genegenheid tot doden en moorden af te schrikken, verg. Lev. 3:17, 17:1; Deut. 12:23.Vers 5 En voorwaar, Ik zal uw bloed, het bloed uwer zielen eisen; van de hand van alle gedierte zal Ik het eisen; ook van de hand des mensen, van de hand eens iegelijken zijns broeders zal Ik de ziel des mensen eisen.7 uwer zielen Dat is, uwer personen of uw lichamelijk leven.8 eisen; Dat is, wreken, of op order van Mij ingesteld, of ook buiten dezelve.9 alle gedierte Zie Exod. 21:28.10 van de hand eens iegelijken Wie hij ook zou mogen zijn, van hogen of lagen staat, van rijk of arm, van man of vrouw, dewijl de mens zijn broeder of zuster en naaste is.Vers 6 Wie des mensen bloed vergiet, zijn bloed zal door den mens vergoten worden; want God heeft den mens naar Zijn beeld gemaakt.11 door den mens Hier wordt het ambt der overheid bevestigd, en het zwaard haar gegeven tot straf der boosdoeners, Rom. 13:1 enz.12 naar zijn beeld Zie boven Gen. 1:27. En of wel Gods beeld door den val geschonden en verbroken is, zo heeft nochtans God enig overblijfsel daarvan, om verscheidene redenen, in de mensen gelaten; hetwelk Hij niet begeert geschonden te hebben, maar verordent hier de straf van zodanige schending.Vers 7 Maar gijlieden, weest vruchtbaar, en vermenigvuldigt; teelt overvloediglijk voort op de aarde, en vermenigvuldigt op dezelve.Vers 8 Voorts zeide God tot Noach, en tot zijn zonen met hem, zeggende:Vers 9 Maar Ik, ziet, Ik richt Mijn verbond op met u, en met uw zaad na u;13 Maar Ik, Dat is, wat Mij aangaat, om u van mijnentwege te verzekeren, dat Ik alle mensen en dieren niet meer aldus zal verderven, zo verbind Ik Mij aan u met beloften, en geef u het navolgende teken.14 zaad na u. Dat is, met uw nakomelingen, die uit u voortgeteeld en geboren zullen worden; aldus wordt het woord zaad dikwijls genomen. Zie onder Gen. 12:7; Exod. 28:43; Lev. 22:4; Deut. 4:37; 1 Sam. 24:22; 1 Kon. 2:33; Joh. 8:33; Rom. 1:3, Rom. 11:1; 2 Tim. 2:8.Vers 10 En met alle levende ziel, die met u is, van het gevogelte, van het vee, en van alle gedierte der aarde met u; van allen, die uit de ark gegaan zijn, tot al het gedierte der aarde toe.Vers 11 En Ik richt Mijn verbond op met u, dat niet meer alle vlees door de wateren des vloeds zal worden uitgeroeid; en dat er geen vloed meer zal zijn, om de aarde te verderven.15 alle vlees Dat is, alle mensen en wat levend, roerend en gevoelend is op de aarde.16 uitgeroeid; Zie boven Gen. 8:21,22. Versta zulk een vloed, waardoor het ganse aardrijk met water bedekt zou worden, tot verderving van alle mensen en beesten, die hun woning op de aarde hebben. Derhalve zijn hier uitgesloten bijzondere watervloeden en overstromingen van landen.Vers 12 En God zeide: Dit is het teken des verbonds, dat Ik geef tussen Mij en tussen ulieden, en tussen alle levende ziel, die met u is, tot eeuwige geslachten.17 tot eeuwige geslachten. Hebr. tot geslachten der eeuwigheid, dat is, zolang de wereld staan zal. Alzo ook onder vs. 16.Vers 13 Mijn boog heb Ik gegeven in de wolken; die zal zijn tot een teken des verbonds tussen Mij en tussen de aarde.18 Mijn boog Versta, den regenboog, die volgens de natuur wel een teken is van regen, maar naar de ordonnantie Gods een zeker bewijs, dat de wereld door regen en een algemenen watervloed niet weder zal vergaan.19 als Ik wolken over de aarde breng, Hebr. als Ik een wolk over de aarde wolk; dat is, als Ik haar met wolken overdek.Vers 14 En het zal geschieden, als Ik wolken over de aarde brenge, dat deze boog zal gezien worden in de wolken;20 dat deze Of, en.Vers 15 Dan zal Ik gedenken aan Mijn verbond, hetwelk is tussen Mij en tussen u, en tussen alle levende ziel van alle vlees; en de wateren zullen niet meer wezen tot een vloed, om alle vlees te verderven.21 Ik gedenken Dat is, Ik zal doen wat Ik beloofd heb. Zie boven vs. 8 op vs. 1, idem, hier het volgende vs. 16.Vers 16 Als deze boog in de wolken zal zijn, zo zal Ik hem aanzien, om te gedenken aan het eeuwig verbond tussen God en tussen alle levende ziel, van alle vlees, dat op de aarde is.22 het eeuwig verbond Zie boven Gen. 8:21,22 en boven op vs. 12.23 God Dat is, Mij.Vers 17 Zo zeide dan God tot Noach: Dit is het teken des verbonds, dat Ik opgericht heb tussen Mij en tussen alle vlees, dat op de aarde is.

De zonen van Noach 

Vers 18 En de zonen van Noach, die uit de ark gingen, waren Sem, en Cham, en Jafeth; en Cham is de vader van Kanaän.24 Kanaän. Van wien de Kanaänieten zijn voortgekomen, en het land Kanaän zijn naam heeft gekregen; welk land den Israëlieten, die van Sem afkomstig zijn, daarna tot een erfdeel geworden is.Vers 19 Deze drie waren de zonen van Noach; en van dezen is de ganse aarde overspreid.25 overspreid. Te weten, met inwoners.Vers 20 En Noach begon een akkerman te zijn, en hij plantte een wijngaard.26 begon Of, ee akkerman zijnde, begon te planten.27 akkerman Of, landman. Hebr. Een man van de aarde, of van het aardrijk, dat is, een akkerman of landbouwer, gelijk onder Gen. 25:27, een man van het veld, dat is, die in het veld zich meer ophoudt dan tehuis. 1 Sam. 16:18, een man des oorlogs, dat is, een oorlogsman. Spreuk. 6:11, een man van het schild, dat is, die schild en wapen in den oorlog gebruikt, enz.Vers 21 En hij dronk van dien wijn, en werd dronken; en hij ontblootte zich in het midden zijner tent.28 hij ontblootte Te weten, onwetend, onverhoeds in den slaap der dronkenschap, en niet met een opzettelijk voornemen.Vers 22 En Cham, Kanaäns vader, zag zijns vaders naaktheid, en hij gaf het zijn beiden broederen daar buiten te kennen.29 Kanaäns vader, Dit wordt wederom verhaald tot groter straf van Cham en versterking der Israëlieten, die God naar der Kanaänieten land door Mozes was leidende.Vers 23 Toen namen Sem en Jafeth een kleed, en zij leiden het op hun beider schouderen, en gingen achterwaarts, en bedekten de naaktheid huns vaders; en hun aangezichten waren achterwaarts gekeerd, zodat zij de naaktheid huns vaders niet zagen.Vers 24 En Noach ontwaakte van zijn wijn; en hij merkte wat zijn kleinste zoon hem gedaan had.30 wijn; Dat is, van den slaap, waarin hij door het drinken van den wijn gevallen was.31 hij merkte Of door Gods ingeven; of door het verhaal zijner twee andere zonen; of ook door zijn eigen onderzoek.Vers 25 En hij zeide: Vervloekt zij Kanaän; een knecht der knechten zij hij zijn broederen!32 hij zeide: Niet als een zondig mens door vleselijken toorn of verbaasdheid, maar als een profeet, door het ingeven des Heiligen Geestes.33 Vervloekt Dat is, hatelijk voor God, verachtelijk bij de mensen, ongelukkig op de aarde, in zichzelven en de zijnen.34 Kanaän; Versta niet alleen den zoon, maar ook den vader Cham, en de nakomelingen van den zoon.35 knecht der knechten Dat is, de allerverachtste en snoodste slaaf. Alzo wordt ijdelheid der ijdelheden gezegd, Pred. 1:2; boosheid der boosheid, Hos. 10:15, voor de allergrootste, enz. Verg. Lev. 2,de aantekening op vs. 3.Vers 26 Voorts zeide hij: Gezegend zij de Heere, de God van Sem; en Kanaän zij hem een knecht!36 Sem; Sem wordt hier bijzonder genoemd, niet alleen omdat hij den eersten lof had in de eer aan zijn vader bewezen, boven vs. 23, maar ook omdat uit zijn zaad de Messias en Gods volk zouden voortkomen. Zie onder Gen. 10:21.Vers 27 God breide Jafeth uit, en hij wone in Sems tenten! en Kanaän zij hem een knecht!37 God breide Anders, God lokke, of, overrede Jafeth. Versta dit als een profetie van de roeping der heidenen. [Jafeths nakomelingen] die door de lieflijke predikatie des Heiligen Evangelies gescheiden zou.38 in Sems tenten Dat is, zijn nakomelingen zullen tot de gemeenschap van Gods kerk gebracht worden.Vers 28 En Noach leefde na den vloed driehonderd en vijftig jaren.Vers 29 Zo waren al de dagen van Noach negenhonderd en vijftig jaren; en hij stierf.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.