Advertentie

1 Koningen 19

21 verzen · 50 kanttekeningen · Statenvertaling

Elía's vlucht 

Vers 1 En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.1 allen, Versta, den gehelen handel, dien hij met de profeten Baäls gehouden had, om te bewijzen dat de Heere alleen de ware God was, en om die profeten in zijn naam met den dood te straffen.2 al de profeten, Dat is, de vier honderd en vijftig mannen, die profeten Baäls genoemd worden, boven, 1 Kon. 18:19,22, en niet de vier honderd profeten van het afgodische woud. Zie de aantekeningen boven, 1 Kon. 18;22, en vergelijk onder, 1 Kon. 22:6.Vers 2 Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.3 Zo doen mij Zie van deze manier van zweren, Ruth 1:17.4 ziel stellen, Dat is, leven; en zo in het volgende. Zie Gen. 19:17.Vers 3 Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.5 levens wil, Hebreeuws, ziel. Anders, naar zijn ziel dat is, naar zijn goeddunken.6 Ber-seba, Zie van deze stad, Gen. 21:31.7 dat in Juda is, Hebreeuws, die des Juda is; dat is, die onder den stam van Juda gelegen is, eigenlijk tot Simeon behorende.Vers 4 Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, Heere, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.8 jeneverboom; Anders, bremstruik. Zie van dezen struik ook Job 30:4; Ps. 120:4.9 zijn ziel Dat is, zijn persoon, of hij zelf; alzo Num. 23:10; Richt. 16:30. Vergelijk de aantekeningen Gen. 12:5. Anders, bad voor zichzelven, of bij zichzelven, of in zijn gemoed, dat hij stierf.10 Het is genoeg; Te weten, geleefd en geleden. Hebreeuws, veel; welk woord zo genomen wordt, Deut. 2:3, en Deut. 3:26.11 neem nu, Dat is, laat mij niet langer leven, scheidende mijn ziel van dit lichaam, opdat zij bij U wone; alzo Jona 4:3. Vergelijk de aantekeningen Gen. 35:18.12 beter Versta, om langer te leven dan zij geleefd hebben.Vers 5 En hij leide zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;Vers 6 En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en leide zich wederom neder.13 koek Hebreeuws, een koek der kolen; dat is, een koek op de kolen gebakken, of gebraden. Zie Gen. 18:6.14 en leide Hebreeuws, en hij keerde wederom, en legde zich neder; dat is, hij legde zich wederom neder. Zie Num. 11:4.Vers 7 En de engel des Heeren kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.15 de weg Of, de reis zou voor u te groot zijn; te weten, om door uw eigen kracht af te doen.Vers 8 Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.16 de kracht Versta, die God in die spijs gegeven had, om Elia door middel derzelve op die lange en moeilijke reis met nodige sterkte te voorzien.17 den berg Gods, Zie Num. 10:33.

Elía bij den berg Horeb 

Vers 9 En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des Heeren geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?18 Wat maakt gij hier, Hebreeuws, Wat is u hier, Elia?Vers 10 En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den Heere, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.19 zeer geijverd Hebreeuws, ijverende heb ik geijverd. Versta door dezen ijver een heilige beweging des harten, welke iemand heeft als hij merkt dat des Heeren naam, leer, geboden en godsdienst verworpen en vervolgd, en daarentegen de afgoderij en goddeloosheid gevolgd en voorgestaan worden. Zie gelijke exempelen Num. 25:11; 2 Kon. 10:16; Ps. 69:10; Joh. 2:17.20 den God Zie boven, 1 Kon. 18:15; alzo onder, 1 Kon. 19:14.21 altaren Versta door deze den uiterlijken ceremoniëelen godsdienst van God door Mozes ingesteld. Of men kan verstaan zodanige altaren, die extra-ordinairlijk van enige profeten door Gods ingeven zijn gebouwd.22 ziel, Dat is, leven. Zie Gen. 19:17.Vers 11 En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des Heeren. En ziet, de Heere ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den Heere henen; doch de Heere was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de Heere was ook in de aardbeving niet;23 Hij zeide: Namelijk, de Heere.24 de HEERE De Heere is aldus Elia verschenen, om hem te verzekeren van zijn tegenwoordigheid, te onderwijzen van zijn goddelijke eigenschappen, en te versterken in zijn dienst, opdat hij overwonnen hebbende de vrees der mensen in zijn roeping standvastiglijk zou voortgaan.25 de HEERE was in den wind niet; De Heere is wel overal, maar niet op allerlei manier. Hij is in den wind, in de aardbeving en in het vuur niet geweest ten aanzien van zijn goddelijke aanspraak, maar alleen ten aanzien van de openbaring van enige goddelijke eigenschappen.Vers 12 En na de aardbeving een vuur; de Heere was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.26 het suizen Te weten, waarin het geruis niet was, als van een sterken wind, of geweldige aardbeving, of aangestoken vuur.Vers 13 En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?27 dat hij zijn aangezicht Te weten, uit eerbied en vrees. Zie Exod. 3:6, en vergelijk de aantekeningen Gen. 16:13.28 mantel, Of, overkleed. Zie Jona 3:6.29 Wat maakt gij hier, Hebreeuws, wat is u hier, enz.Vers 14 En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den Heere, den God der heirscharen; want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.30 Ik heb zeer Hebreeuws, ik heb ijverende geijverd; alzo boven, 1 Kon. 19:10.Vers 15 En de Heere zeide tot hem: Ga, keer weder op uwe weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazaël ten koning over Syrië.31 Damaskus; Zie van deze stad Gen. 14:15.32 zalf Hazaël Hoe en wanneer dit geschied is vindt men niet. Wel heeft Elisa hem het koninkrijk voorzegd. Zie 2 Kon. 8:12, enz.Vers 16 Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israël; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.33 zalven ten koning Dit heeft Elisa in het werk gesteld door een uit de discipelen der profeten, 2 Kon. 9:1,2, enz.34 Elisa, In het Nieuwe Testament genoemd Eliza.35 Abel-mehola, Zie van deze stad Richt. 7:22.36 in uw plaats. Dat is, om de voorgemelde dingen en andere, in mijn naam, als een profeet uit te voeren.Vers 17 En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazaël ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.37 Hazaël Te weten, in den oorlog tegen den koning Joram, 2 Kon. 8:12,13,28, en 2 Kon. 10:32, en 2 Kon. 13:3.38 doden zal; Zie hiervan 2 Kon. 9:14, enz.39 doden. Te weten, door profetieën, dreigementen, vervloekingen, enz. Zie een exempel 2 Kon. 2:24.Vers 18 Ook heb Ik in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën, die zich niet gebogen hebben voor Baäl, en allen mond, die hem niet gekust heeft.40 heb Ik Anders, Ik zal doen, enz.41 zeven duizend, Dat is, zeer vele. Zie Lev. 26:8.42 niet gekust heeft. Dat is, geen eerbied noch onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uitwendig teken was. Zie Gen. 41:40. Hetwelk nog heden de afgodendienaars hun beelden en versierd heiligdom bewijzen. Zie van de ongeoorloofde religieuze kussing, Job 31:27, en Hos. 13:2.

Elísa 

Vers 19 Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.43 runderen Dit woord is hier ingevoegd uit 1 Kon. 19:21.44 wierp Dit was een uiterlijk teken, dat God hem verkoren had tot het ambt der profeten, die zulk een mantel droegen. Zie 2 Kon. 1:8; Zach. 13:4.Vers 20 En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?45 verliet Vergelijk Matth. 4:20,22.46 Dat ik toch Dat is, laat mij toe, dat ik eerlijk mijn afscheid van hen neme. Zie Gen. 29:11.47 navolgen. Hebreeuws, gaan achter u.48 want wat heb ik u gedaan? Dat is, bedenk wat ik nu straks aan u gedaan heb. Want het is niet tevergeefs geschied, dat ik mijn mantel op u geworpen heb, en dat God u de genegenheid ingestort heeft om zijn roeping te volgen. Vergelijk Matth. 8:22; Luk. 9:62.Vers 21 Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.49 slachtte het, Hiermede gaf hij te verstaan dat hij zijn voorgaande beroep van het land te bouwen verliet, nemende met dezen maaltijd tegelijk zijn afscheid van zijn vrienden en maagschap.50 het gereedschap Versta, het hout van den ploeg, het juk, de eg, de schoppen en ander werktuig, waarmede hij zijn akkerwerk gedaan had, van welke hij vuur gemaakt heeft, om daarmede het vlees te koken.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.