Bijbelboeken

Psalmen 98:1-9


    Loflied op de zegepralen van Gods gerechtigheid

  1. Een psalm. Zingt den Heere een nieuw lied; want Hij heeft wonderen gedaan; Zijn rechterhand, en de arm Zijner heiligheid, heeft Hem heil gegeven.
  2. De Heere heeft Zijn heil bekend gemaakt; Hij heeft Zijn gerechtigheid geopenbaard voor de ogen der heidenen.
  3. Hij is gedachtig geweest Zijner goedertierenheid, en Zijner waarheid aan het huis Israels; en al de einden der aarde hebben gezien het heil onzes Gods.
  4. Juicht den Heere, gij ganse aarde! roept uit van vreugde, en zingt vrolijk, en psalmzingt.
  5. Psalmzingt den Heere met de harp, met de harp en met de stem des gezangs,
  6. Met trompetten en bazuinengeklank; juicht voor het aangezicht des Konings, des Heeren.
  7. De zee bruise met haar volheid, de wereld met degenen, die daarin wonen.
  8. Dat de rivieren met de handen klappen, dat tegelijk de gebergten vreugde bedrijven,
  9. Voor het aangezicht des Heeren, want Hij komt, om de aarde te richten; Hij zal de wereld richten in gerechtigheid, en de volken in alle rechtmatigheid.


Ga naar of .
Bekijk de berijmde versie van Psalm 98.


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document