Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

2 SamuŽl 5:17-25


    Overwinningen van David op de Filistijnen

  1. Als nu de Filistijnen hoorden, dat zij David ten koning over Israel gezalfd hadden, zo togen alle Filistijnen op om David te zoeken; en David, dat horende, toog af, naar den burg.
  2. En de Filistijnen kwamen en verspreidden zich in het dal Refaim.
  3. Zo vraagde David den Heere, zeggende: Zal ik optrekken tegen de Filistijnen? Zult Gij ze in mijn hand geven? En de Heere zeide tot David: Trek op, want Ik zal de Filistijnen zekerlijk in uw hand geven.
  4. Toen kwam David te Baal-perazim; en David sloeg hen aldaar, en zeide: De Heere heeft mijn vijanden voor mijn aangezicht gescheurd, als een scheur der wateren; daarom noemde hij den naam derzelve plaats, Baal-perazim.
  5. En zij lieten hun afgoden aldaar; en David en zijn mannen namen ze op.
  6. Daarna togen de Filistijnen weder op; en zij verspreidden zich in het dal Refaim.
  7. En David vraagde den Heere, Dewelke zeide: Gij zult niet optrekken; maar trek om tot achter hen, dat gij aan hen komt van tegenover de moerbezienbomen;
  8. En het geschiede, als gij hoort het geruis van een gang in de toppen der moerbezienbomen, dan rep u; want alsdan is de Heere voor uw aangezicht uitgegaan, om het heirleger der Filistijnen te slaan.
  9. En David deed alzo, gelijk als de Heere hem geboden had; en hij sloeg de Filistijnen van Geba af, totdat gij komt te Gezer.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document