Bijbelboeken

Hoofdstukken:1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29

1 Kronieken 13:11-14


    Dood van den profeet te Beth-El

  1. En David ontstak, dat de Heere een scheur gescheurd had aan Uza; daarom noemde hij diezelve plaats Perez-uza, tot op dezen dag.
  2. En David vreesde den Heere te dien dage, zeggende: Hoe zal ik de ark Gods tot mij brengen?
  3. Daarom liet David de ark niet tot zich brengen in de stad Davids, maar deed ze afwijken in het huis van Obed-edom, den Gethiet.
  4. Alzo bleef de ark Gods bij het huisgezin van Obed-edom, in zijn huis, drie maanden; en de Heere zegende het huis van Obed-edom, en alles, wat hij had.


Ga naar of .


Toon volledig hoofdstuk
Toon nummering: naast | in tekst | niet
Verander tekstgrootte: vergroten | verkleinen | herstellen (momenteel 10pt)
Vergroot leesbaarheid is uitgeschakeld: inschakelen | Achtergrond uit.
Deze pagina afdrukken
Openen als MS-Word-document
Openen als PDF-document