Tot dit avondmaal nu kunnen wij niet komen dan door den dood. Daarom zegt Paulus: Het leven is mij Christus, en het sterven is mij gewin. En zodra de gelovigen vanhier scheiden, gaan zij in de eeuwige rust, gelijk Christus zegt: Waar Ik ben, aldaar zal ook Mijn dienaar zijn. En wederom: Die Mijn woord hoort, en gelooft Hem Die Mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in de verdoemenis, maar is uit den dood overgegaan in het leven. Hetgeen ook duidelijk te bemerken is in den moordenaar, toen hij gebeden en gezegd heeft: Heere, gedenk mijner als Gij in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn; waarop hem Christus heeft geantwoord: Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn. Daarom zegt Paulus wél (hiermede overeenkomende): Ik heb begeerte om ontbonden te worden en met Christus te zijn. Sálomo zegt ook dat het stof weder tot aarde keert, als het geweest is; maar de geest weder tot God, Die hem gegeven heeft. Hetwelk ook duidelijk blijkt in het voorbeeld van Henoch en Elía, die beiden werden opgenomen in den hemel; waar ons burgerschap en onze wandel is; waaruit wij ook den Zaligmaker verwachten, namelijk den Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, opdat het gelijkvormig worde aan Zijn heerlijk lichaam.
Advertentie
Waar wij heengaan, als wij vanhier verscheiden
Dit is nummer 13 van de Ziekentroost.
Liturgie
- 1 Gebed des zondags voor de predikatie
- 2 Gebed vóór allen nood der christenheid des zondags na de predikatie
- 3 Gebed vóór de leer van den catechismus
- 4 Gebed na de leer van den catechismus
- 5 Gebed vóór de predikatie in de week
- 6 Gebed na de predikatie in de week
- 7 Het morgengebed
- 8 Het avondgebed
- 9 Gebed vóór de handelingen des kerkeraads
- 10 Gebed na de handelingen des kerkeraads
- 11 Gebed vóór de vergadering der diakenen
- 12 Gebed vóór het eten
- 13 Gebed na het eten
- 14 Gebed voor kranke en aangevochten mensen
- 1 Van de verdorvenheid en ellende des mensen
- 2 Door Adam zijn alle mensen in den dood gekomen
- 3 Van den gezetten tijd des mensen
- 4 Van den val en de ellendigheid des mensen
- 5 Van de verlossing des mensen
- 6 Christus is onze Verlossing
- 7 Wij moeten tot Christus onze toevlucht nemen
- 8 Christus is de Fontein des eeuwigen levens
- 9 Christus is onze Middelaar
- 10 Van de rechtvaardigmaking
- 11 Christus bidt voor ons
- 12 Wij behoren naar den dood te verlangen. Wij moeten uit dit lichaam verhuizen, eer wij bij den Heere komen
- 13 Waar wij heengaan, als wij vanhier verscheiden
- 14 Wij moeten sterven, eer wij verheerlijkt worden
- 15 Wij moeten vromelijk strijden tegen onze vijanden
- 16 Wij moeten bidden en waken
- 17 Van het geloof en de goede werken
- 18 De wet Gods eist van ons, volkomen te zijn
- 19 Van den voorspoed der goddelozen
- 20 Van de verrijzenis der doden
- 21 Van het laatste oordeel
- 22 Sommige troostelijke uitspraken der Heilige Schrift, om in doodsnood te bidden
- 23 Hier volgen insgelijks nog sommige uitspraken, dienende voor de kranken in hun uiterste