Vraag 14
Hoe kunt gij deze straffen ontgaan en wederom tot genade komen?
Door zulk een Middelaar, die tegelijk waarachtig God en waarachtig en rechtvaardig mens is.
Vraag 15
Wie is die Middelaar?
Onze Heere Jezus Christus, Die in één persoon waarachtig God en een waarachtig en rechtvaardig mens is.
Vraag 16
Kunnen de engelen onze middelaars niet zijn?
Neen, want zij zijn geen God en ook geen mens.
Vraag 17
Kunnen de heiligen onze middelaars niet zijn?
Neen, want zij hebben zelf gezondigd, en zijn niet anders dan door deze enige Middelaar zalig geworden.
Vraag 18
Zullen ook alle mensen door de Middelaar Jezus zalig worden, gelijk zij allen door Adam zijn verdoemd geworden?
Neen, maar alleen, die Hem met een waar geloof aannemen, gelijk geschreven staat: Alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verderve, (dat is: niet verloren ga) maar het eeuwige leven hebbe.
Vraag 19
Wat is een waar geloof?
Het is een stellige kennis van God en van Zijn beloften, aan ons in het Evangelie geopenbaard, en een hartelijk vertrouwen, dat mij al mijn zonden om Christus’ wil vergeven zijn.
Vraag 20
Wat is de hoofdsom van hetgeen God ons in het Evangelie belooft en bevolen heeft te geloven?
Dat is begrepen in de twaalf Artikelen van het algemene Christelijke geloof die als volgt luiden: 1. Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde. 2. En in Jezus Christus, Zijn Eniggeboren Zoon, onze Heere; 3. Die ontvangen is van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria; 4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; 5. Ten derden dage wederom opgestaan uit de doden; 6. Opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des Almachtigen Vaders; 7. Van waar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. 8. Ik geloof in de Heilige Geest. 9. Ik geloof een heilige algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; 10. De vergeving der zonden; 11. Wederopstanding des vleses; 12. En een eeuwig leven.
Vraag 21
Als gij belijdt te geloven in God de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, bedoelt gij daarmee drie Goden?
Neen geenszins; want er is maar één énig waarachtig God.
Vraag 22
Waarom noemt gij dan drie, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest?
Omdat God Zich alzo in Zijn Woord heeft geopenbaard, dat deze drie onderscheiden Personen de Enige en Waarachtige God zijn; Gelijk wij ook gedoopt zijn in de Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.
Vraag 23
Wat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God de Vader, de Almachtige, Schepper des hemels en der aarde?
Dat de eeuwige Vader van onze Heere Jezus Christus, Die hemel en aarde uit niet geschapen heeft, en nog door Zijn voorzienigheid onderhoudt, om Zijns Zoons Christus’ wil, ook mijn God en mijn Vader is.
Vraag 24
Wat gelooft gij met deze woorden: En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onze Heere?
Dat Jezus Christus de eeuwige en enige Zoon des Vaders is, éénswezens met God de Vader, en de Heilige Geest.
Vraag 25
Gelooft gij niet, dat Christus ook mens geworden is?
Ja; want Hij is: ontvangen van de Heilige Geest, en geboren uit de maagd Maria.
Vraag 26
Is dan de Godheid van Christus veranderd in mensheid?
Neen; want de Godheid is onveranderlijk.
Vraag 27
Hoe is Christus dan mens geworden?
Door aanneming der mensheid in enigheid Zijns persoons.
Vraag 28
Heeft Christus dan Zijn mensheid uit de hemel gebracht?
Neen; maar Hij heeft die aangenomen uit de maagd Maria, door de werking des Heiligen Geestes, en is alzo ons, Zijn broederen, in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde.
Vraag 29
Waarom wordt Hij Jezus dat is Zaligmaker genoemd?
Omdat Hij Zijn volk zalig maakt van hun zonden.
Vraag 30
Is er anders geen Zaligmaker?
Neen; want er is onder de hemel geen andere naam, die onder de mensen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden, dan de Naam van Jezus.
Vraag 31
Waarom wordt Hij Christus, dat is, Gezalfde, genoemd?
Omdat Hij met de Heilige Geest is gezalfd, en van God de Vader is verordend, tot onze grote Profeet, tot onze enige Hogepriester, en tot onze eeuwige Koning.
Vraag 32
Wat heeft dan Jezus Christus gedaan om ons zalig te maken?
Hij heeft voor ons geleden, is gekruisigd, gestorven, is begraven, en nedergedaald ter helle, dat is Hij heeft de helse pijn geleden; en is alzo zijn Vader gehoorzaam geworden, opdat Hij ons van de tijdelijke en eeuwige straffen der zonde verlossen zou.
Vraag 33
In welke natuur heeft Christus geleden?
Alleen in Zijn menselijke natuur, dat is, in Zijn ziel en lichaam.
Vraag 34
Wat heeft dan de Godheid van Christus hiertoe gedaan?
Zijn Godheid heeft door haar kracht die aangenomen mensheid alzo versterkt, dat zij de last van de toorn van God tegen de zonde heeft kunnen dragen, en ons daarvan verlossen.
Vraag 35
Is Christus in de dood gebleven?
Neen; maar Hij is ten derde dage opgestaan van de doden tot onze rechtvaardigmaking.
Vraag 36
Waar is Christus nu naar Zijn mensheid?
Hij is opgevaren ten hemel, en zit ter Rechterhand van God de Vader, dat is: verheven in de hoogste heerlijkheid boven alle schepselen.
Vraag 37
Waartoe is Christus daar zo hoog verheven?
Inzonderheid, opdat Hij van daar zijn gemeente zou regeren, en onze Voorbidder zijn bij de Vader.
Vraag 38
Is Christus dan niet bij ons tot aan het einde der wereld, gelijk Hij ons beloofd heeft?
Naar Zijn Godheid, Majesteit, Genade en Geest, wijkt Hij nimmermeer van ons; maar naar Zijn mensheid blijft Hij in de hemel, totdat Hij eenmaal komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Vraag 39
Wat gelooft gij van de Heilige Geest?
Dat Hij samen met de Vader en de Zoon waarachtig en eeuwig God is, en dat Hij mij van de Vader door Christus gegeven zijnde, wederom geboren doet worden, in alle waarheid leidt, mij troost en in eeuwigheid bij mij blijven zal.
Vraag 40
Wat gelooft gij van de Heilige Algemene Christelijke Kerk?
Dat de Zoon van God, uit het hele menselijke geslacht, de uitverkorenen ten eeuwige leven, door Zijn Geest en Woord, Zich tot een gemeente vergadert. Hiervan geloof ik, dat ik een levend lidmaat ben en eeuwig blijven zal.
Vraag 41
Waar vergadert Christus deze kerk?
Waar men Gods Woord recht predikt, en de Heilige Sacramenten bedient naar de instelling van Christus.
Vraag 42
Welke weldaden doet God aan deze gemeente?
Hij schenkt haar vergeving der zonden, wederopstanding des vleses en het eeuwige leven.
Vraag 43
Wat baat het u dat gij dit alles gelooft?
Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben.
Vraag 44
Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?
Alleen door een waar geloof in Jezus Christus.
Vraag 45
Hoe is het te verstaan, dat gij door het geloof gerechtvaardigd zijt?
Alzo dat alleen de volkomen genoegdoening en gerechtigheid van Christus, door God mij wordt toegerekend, waardoor mij mijn zonden vergeven en ik een erfgenaam van het eeuwige leven word; en dat ik die niet anders dan door het geloof kan aannemen.
Vraag 46
Waarom kunnen onze goede werken onze gerechtigheid voor God niet zijn, noch een stuk daarvan?
Alzo dat alleen de volkomen genoegdoening en gerechtigheid van Christus, door God mij wordt toegerekend, waardoor mij mijn zonden vergeven en ik een erfgenaam van het eeuwige leven word; en dat ik die niet anders dan door het geloof kan aannemen.
Vraag 46
Waarom kunnen onze goede werken onze gerechtigheid voor God niet zijn, noch een stuk daarvan?
Daarom, dat ook onze beste werken in dit leven onvolkomen en met zonde bevlekt zijn.
Vraag 47
Verdienen dan onze goede werken niet, die God nochtans in dit en in het toekomende leven wil belonen?
Deze beloning geschiedt niet uit verdienste maar uit genade.
Vraag 48
Wie werkt dat geloof in u?
De Heilige Geest.
Vraag 49
Door welk middel?
Door het gehoor van het gepredikte Woord.
Vraag 50
Hoe versterkt Christus dat geloof?
Door dat gepredikte Woord, en het gebruik van de Heilige Sacramenten.
Vraag 51
Wat zijn Sacramenten?
Heilige tekens en zegels, door God ingesteld, om ons daardoor te verzekeren, dat Hij ons vergeving van de zonden en het eeuwige leven uit genade schenkt, om het enige slachtoffer van Christus aan het kruis volbracht.
Vraag 52
Hoeveel Sacramenten heeft Christus in het Nieuwe Testament ingesteld?
Twee: de Heilige Doop en het Heilig Avondmaal.
Vraag 53
Wat is het teken in de Heilige Doop?
Het water, waarmee wij gedoopt worden in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.
Vraag 54
Wat betekent en verzegelt dat?
De afwassing van de zonden door het bloed van Jezus Christus, gewerkt door de Heilige Geest.
Vraag 55
Waar heeft Christus dit toegezegd en beloofd?
In de inzetting van de Heilige Doop die aldus luidt: Gaat dan heen in de gehele wereld, predikt het Evangelie aan alle creaturen (schepselen); onderwijst alle volken, hen dopende in de Naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest; die geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn, die zal zalig worden; maar die niet zal geloofd hebben, die zal verdoemd worden.
Vraag 56
Zal men ook de jonge kinderen dopen?
Ja, want zij behoren, net als de volwassenen, tot het Verbond van God, en tot Zijn Gemeente.
Vraag 57
Wat is het uiterlijke teken in het Heilig Avondmaal?
Het gebroken brood, dat wij eten, en de vergoten wijn, die wij drinken, ter gedachtenis van het lijden en sterven van Christus.
Vraag 58
Wat betekent en verzegelt dat?
Dat Christus onze ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed spijst en laaft tot het eeuwige leven.
Vraag 59
Waar heeft Christus dit aan ons toegezegd?
In de instelling van het Heilig Avondmaal, die door Paulus als volgt wordt beschreven: Want ik heb van de Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood nam; en als Hij gedankt had brak Hij het en zei: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook de drinkbeker, na het eten van het Avondmaal, en zei: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij die zult drinken tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt.
Vraag 60
Wordt het brood veranderd in het lichaam van Christus, of de wijn in Zijn bloed?
Neen; niet meer dan het water in de doop veranderd in het bloed van Christus.
Vraag 61
Hoe moet gij uzelf beproeven, eer gij tot het Heilig Avondmaal des Heeren gaat?
Eerst moet ik onderzoeken, of ik mijzelf vanwege mijn zonden mishaag en mij daarom voor God verootmoedig. Ten tweede, of ik geloof en vertrouw, dat mij al mijn zonden om Christus’ wil vergeven zijn. Ten derde, of ik ook een ernstig voornemen heb, om voortaan in alle goede werken te wandelen.
Vraag 62
Zal men ook diegenen tot het Heilig Avondmaal laten gaan, die een ongoddelijke leer drijven, of een ergerlijk leven leiden?
Neen; opdat Gods Verbond niet ontheiligd worde, en Zijn toorn over de gehele gemeente niet aangestoken worde.
Vraag 63
Hoe zal men dan met de zodanigen handelen?
Volgens de verordening, die Christus ons daarvan gegeven heeft welke aldus luidt: Indien uw broeder tegen u gezondigd heeft, ga heen en bestraf hem tussen u en hem alleen; indien hij u hoort, zo hebt gij uw broeder gewonnen. Maar indien hij u niet hoort, zo neem nog één of twee met u, opdat in de mond van twee of drie getuigen alle woord besta. En indien hij dezelve geen gehoor geeft, zo zegt het aan de gemeente; en indien hij ook aan de gemeente geen gehoor geeft, zo zij hij u als de heiden en de tollenaar.