Advertentie

Van het beeld Gods

Hoofdstuk 9 · 10 vragen

Vraag 1

Kon de mens dat verbond onderhouden?

Ja: God had den mens zo geschapen, dat hij dat kon doen.

Vraag 2

Hoe schiep God den mens?

Goed en oprecht.

Vraag 3

Is hij dan niet in een bloten natuurstaat, tussen goed en kwaad geschapen?

Neen; maar in een dadelijke, zedelijke rechtheid. Pred. 7:29. Dit heb ik gevonden, dat God den mens recht gemaakt heeft, maar zij hebben veel vonden gezocht.

Vraag 4

Waarnaar schiep God den mens?

Naar Zijn beeld. Gen. 1:27.

Vraag 5

Waarin bestond dat beeld?

In kennis, gerechtigheid en heiligheid.

Vraag 6

Niet in de uiterlijke gestalte des lichaams?

Neen; want God heeft geen lichaam.

Vraag 7

Niet in de heerschappij over de beesten?

Neen; die is maar een gevolg van het beeld en zal in den hemel niet zijn, waar nochtans Gods beeld op het allervolmaakst zal wezen.

Vraag 8

Bewijs eens, dat het beeld Gods bestond in kennis?

Kol. 3:10. En aangedaan hebt den nieuwen mens, die vernieuwd wordt tot kennis, naar het evenbeeld Desgenen, Die hem geschapen heeft.

Vraag 9

Bewijs eens, dat het ook bestond in gerechtigheid en heiligheid?

Ef. 4:24. En den nieuwen mens aandoen, die naar God geschapen is in ware rechtvaardigheid en heiligheid.

Vraag 10

Was Adam met dat beeld sterfelijk?

Neen, onsterfelijk; want de dood is eerst op de zonde gedreigd. Gen. 2:17. Ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.