Advertentie

Van de schepping

Hoofdstuk 6 · 24 vragen

Vraag 1

Voert God Zijn besluiten ook uit?

Ja; in der tijd, door Zijn werken.

Vraag 2

Hoe velerlei zijn Gods werken in der tijd?

Tweeërlei: Zijn werken in de natuur en Zijn werken in de genade.

Vraag 3

Hoe velerlei zijn Zijn werken in de natuur?

Ook tweeërlei: het werk der schepping en het werk der voorzienigheid.

Vraag 4

Wat is scheppen?

Door een almachtige daad van een enkelen wil iets voortbrengen. Openb. 4:11. Gij Heere, zijt waardig te ontvangen de heerlijkheid, en de eer, en de kracht; want Gij hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil zijn zij, en zijn zij geschapen.

Vraag 5

Wie is de Schepper van alles?

De Drieëenige God. Gen. 1:1. In den beginne schiep God den hemel en de aarde.

Vraag 6

Wanneer heeft Hij alles geschapen?

In den beginne.

Vraag 7

Waaruit is alles geschapen?

Uit niets. Rom. 4:17. En roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren.

Vraag 8

Waar leest men de geschiedenis van de schepping?

Genesis 1.

Vraag 9

In hoeveel tijd schiep God alles?

Ten opzichte van de stof in één ogenblik, en ten opzichte van de verdere schikking in zes dagen.

Vraag 10

Zijn ook de engelen geschapen?

Ja. Ps. 104:4. Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.

Vraag 11

Wat zijn engelen?

Gedienstige geesten, die tot dienst uitgezonden worden om dergenen wil, die de zaligheid beërven zullen. Hebr. 1:14.

Vraag 12

Wanneer zijn zij geschapen?

Waarschijnlijk op den eersten dag, want toen de aarde nederzonk op haar grondvesten, toen zongen de morgensterren al te zamen vrolijk, en de kinderen Gods juichten. Job 38:6, 7.

Vraag 13

Hoe schiep God de engelen, goed of kwaad?

Goed, want God zag al wat Hij gemaakt had, en ziet, het was zeer goed. Gen. 1:31.

Vraag 14

Zijn zij allen goed gebleven?

Neen; daar is een deel afgevallen, en zijn duivelen in de hel geworden. Jud. 6. En de engelen, die hun beginsel niet bewaard hebben, maar hun eigen woonstede verlaten hebben, heeft Hij tot het oordeel des groten dags met eeuwige banden onder de duisternis bewaard.

Vraag 15

Wie waren de eerste mensen?

Adam en Eva.

Vraag 16

Waaruit schiep God Adam?

Uit het stof der aarde. Gen. 2:7.

Vraag 17

Waaruit Eva?

Uit een rib van Adams lijf. Gen. 2.

Vraag 18

Uit hoeveel delen bestaat de mens?

Uit twee: uit ziel en lichaam.

Vraag 19

Werd dan hun ziel daaruit ook geschapen?

Neen; die kwam onmiddellijk van God, Die blies er een levende ziel in. Gen. 2.

Vraag 20

Wat is de ziel?

Een onsterfelijke geest, waardoor wij leven en rede gebruiken.

Vraag 21

Wat deed God op den zevenden dag?

Hij rustte en heiligde denzelve. Gen. 2.

Vraag 22

Was God dan vermoeid van scheppen?

Neen. De Schepper van de einden der aarde wordt noch moede noch mat. Jes. 40:28.

Vraag 23

Wat is het dan te zeggen, dat Hij rustte?

Dat Hij ophield met scheppen.

Vraag 24

Waartoe heeft God de wereld geschapen?

De Heere heeft alles gewrocht om Zijns Zelfs wil; dat is, tot Zijn heerlijkheid. Spr. 16:4.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.