Advertentie

Van den raad des vredes

Hoofdstuk 5 · 11 vragen

Vraag 1

Hoe kan God sommigen van het gevallen mensdom tot de zaligheid voorschikken, daar Hij met den zondaar geen gemeenschap kan hebben?

Om dat betamelijk met Zijn heiligheid en rechtvaardigheid te kunnen doen, is Christus van eeuwigheid met Zijn borgtocht tussenbeide gekomen; welke onderhandeling oneigenlijk genaamd wordt: het verbond der verlossing of den raad des vredes.

Vraag 2

Wat verstaat gij door den raad des vredes?

Den wil des Vaders van eeuwigheid om de uitverkorenen door Christus' lijden te verlossen, en den wil des Zoons om Zichzelven tot een Borg te stellen voor de uitverkorenen.

Vraag 3

Is er van eeuwigheid zulk een verdrag geweest tussen den Vader en den Zoon?

Ja; daartoe brengen de godgeleerden bij. Ps. 2:7, 8. Ik zal van het besluit verhalen: de Heere heeft tot Mij gezegd: Gij zijt Mijn Zoon, heden heb Ik U gegenereerd. Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting. Luk. 22:29. Ik verordineer u het Koninkrijk, gelijkerwijs Mijn Vader dat Mij verordineerd heeft.

Vraag 4

Hoeveel dingen hebt gij aan te merken in dezen raad des vredes?

Twee zaken. 1. De overeenkomende partijen. 2. Het werk van de onderlinge partijen.

Vraag 5

In welk opzicht kwam de Vader daarin voor?

Als een vrijmachtig Heer, Die met Zijn Zoon handelt over de borgtocht voor de uitverkorenen, welke Hij niet gehouden was toe te laten.

Vraag 6

Hoe kwam de Zoon daarin voor?

Als Borg en Middelaar, Die Zichzelven gaat verbinden om voor de schulden der uitverkorenen te betalen.

Vraag 7

Wat was het werk des Vaders in den raad des vredes?

De Vader eiste van Zijn Zoon alles, wat nodig was, om de uitverkorenen te verlossen, welke eis is des Vaders eeuwigen wil. Joh. 6:39. Dit is de wil des Vaders, Die Mij gezonden heeft, dat al wat Hij Mij gegeven heeft, Ik daaruit niet verlieze, maar hetzelve opwekke ten uitersten dage.

Vraag 8

Beloofde de Vader ook iets aan den Zoon?

Ja: Hij zeide aan Zijn Zoon een zeker zaad toe, waarover Hij Hoofd en Koning zou zijn. Joh. 17:9. Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt.

Vraag 9

Is er nog iets van den Vader gedaan?

Ja: God de Vader heeft ook die belofte aan Zijn Zoon door eedzwering bevestigd. Ps. 110:4. De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.

Vraag 10

Wat was het werk des Zoons in dat verdrag?

Christus stemde aan Zijn zijde toe den eis des Vaders, en nam aan volkomen voor de uitverkorenen te voldoen. Ps. 40:8, 9. Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven. Ik heb lust, o mijn God! om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden mijns ingewands.

Vraag 11

Heeft Gods Zoon nog iets gedaan?

Ja; Hij deed een wedereisen, dat Hij de uitverkorenen dan zou hebben tot Zijn erfdeel. Ps. 2:8. Eis van Mij, en Ik zal de heidenen geven tot Uw erfdeel, en de einden der aarde tot Uw bezitting.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.