Zijn Gods besluiten iets onderscheiden van God?
Neen; zij zijn de besluitende God Zelf, zo als Zijn verstand en wil zich uitlaten tot het bepalen der dingen buiten Hem.
Wanneer heeft God Zijn besluiten genomen?
Van eeuwigheid. Hand. 15:18. Gode zijn al Zijn werken van eeuwigheid bekend.
Zijn het vrije besluiten?
Ja. Matth. 11:26. Ja, Vader! Want alzo is geweest het welbehagen voor U.
Zijn het ook wijze besluiten?
Ja. Rom. 11:33. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen!
Zijn Zijn besluiten ook veranderlijk?
Neen; onveranderlijk. Jes. 46:10. Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet geschied zijn; Die zegt: Mijn raad zal bestaan, en Ik zal al Mijn welbehagen doen.
Waarover gaan Gods besluiten?
Over alle dingen. Ef. 1:11. Wij, die te voren verordineerd waren naar het voornemen Desgenen, Die alle dingen werkt naar den raad van Zijn wil.
Zijn er ook besluiten onder een voorwaarde, die afhangt van des mensen vrijen wil?
Neen; maar wel onder een voorwaarde, die God mede besloten heeft, en die Hij Zelf zekerlijk werkt. Dus had God besloten Petrus zalig te maken, onder voorwaarde van geloof en bekering, maar te gelijk had God besloten, geloof en bekering in der tijd in hem te werken, en ook dadelijk gewrocht.
Van de predestinatie
Heeft God ook besloten, wie er zalig zal worden en wie niet?
Ja.
Hoe noemt men dat besluit?
Predestinatie of voorverordinering. Rom. 8:30. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Hoeveel delen of daden Gods moet men daarin onderscheiden?
Twee; de verkiezing en de verwerping. 1 Thess. 5:9. Want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot verkrijging der zaligheid, door onzen Heere Jezus Christus.
Wanneer is de verkiezing geschied?
Van eeuwigheid. Ef. 1:4. Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde.
Is zij algemeen, zijn alle mensen verkoren?
Neen; het minste getal. Matth. 20:16. Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
Gaat zij ook over zekere met namen bij God bekende personen?
Ja. Rom. 9:13. Jakob heb Ik liefgehad, en Ezau heb Ik gehaat.
Wat is de reden, dat God den een verkoren heeft, en den anderen niet?
Alleen Gods vrij en souverein welbehagen. Rom. 9:18. Zo ontfermt Hij Zich dan, diens Hij wil, en verhardt, dien Hij wil.
Is het dan niet om een voorgezien geloof, of goede werken?
Neen. Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods. Rom. 9:16.
Is daar geen hardheid of onrechtvaardigheid in?
Neen; want God had rechtvaardig alle mensen kunnen laten verloren gaan.
Is die verkiezing veranderlijk?
Neen; onveranderlijk. Rom. 9:11. Want als de kinderen nog niet geboren waren, noch iets goeds of kwaads gedaan hadden, opdat het voornemen Gods, dat naar de verkiezing is, vast bleve, niet uit de werken, maar uit den Roepende.
Vloeit daar niet uit, dat het dan evenveel is, hoe men leeft?
Neen; want God heeft de middelen tot het einde meteen besloten. Rom. 8:29, 30. Want die Hij te voren gekend heeft, die heeft Hij ook te voren verordineerd, den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Zo eens een uitverkorene weigerde de middelen te gebruiken: wat dan?
God geeft hem hart en lust om te willen. Fil. 2:13. Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.
Welke zijn de tekenen der verkiezing?
Geloof, hoop en liefde. 1 Thess. 1:3, 4. Zonder ophouden gedenkende het werk uws geloofs, en den arbeid der liefde, en de verdraagzaamheid der hoop op onzen Heere Jezus Christus, voor onzen God en Vader; Wetende, geliefde broeders, uw verkiezing van God.
Waartoe dient dit leerstuk der voorverordinering?
Het dient om God te verheerlijken in Zijn oppermacht, onafhankelijkheid, wijsheid, genade, rechtvaardigheid en waarheid. Rom. 11:33. O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen! En om den mens te vernederen, Rom. 9:20, 21. Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengenen, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt? Of heeft de pottenbakker geen macht over het leem, om uit denzelfden klomp te maken, het ene vat ter ere, en het andere ter onere? 1 Kor. 4:7. Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen? En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij, alsof gij het niet ontvangen hadt?