Zal de mens altijd leven?
Neen. Hebr. 9:27. Het den mensen gezet is, eenmaal te sterven, en daarna het oordeel.
Sterft dan al wat aan den mens is?
Neen; de ziel is onsterfelijk. Matth. 10:28. En vreest u niet voor degenen, die het lichaam doden, en de ziel niet kunnen doden; maar vreest veel meer Hem, Die beide ziel en lichaam kan verderven in de hel.
Hoeveel wegen zijn er voor de zielen na den dood?
Maar twee: hel of hemel. Matth. 7:13, 14. Wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan; Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelven vinden.
Gaan de zielen daar aanstonds heen na den dood?
Ja: gelijk blijkt in Lazarus en den rijken man. De rijke man hief zijn ogen op in de hel, en Lazarus werd gedragen in Abrahams schoot. Luk. 16:22, 23. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn, zag hij Abraham van verre, en Lazarus in zijn schoot.
Is er geen vagevuur?
Neen. Openb. 14:13. En ik hoorde een stem uit den hemel, die tot mij zeide: Schrijf, zalig zijn de doden, die in den Heere sterven, van nu aan. Ja, zegt de Geest, opdat zij rusten mogen van hun arbeid; en hun werken volgen met hen. De moordenaar ging zonder vagevuur aanstonds naar den hemel. Luk. 23:43. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
I. Van de opstanding
Zal er een weder-opstanding zijn?
Ja. Hand. 24:15. Beiden der rechtvaardigen en der onrechtvaardigen.
Wanneer?
Ten jongsten dage.
Wie zal ze opwekken?
God.
Zullen ook de goddelozen opstaan?
Ja. Joh. 5:28, 29. De ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen; En zullen uitgaan, die het goede gedaan hebben, tot de opstanding des levens, en die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding der verdoemenis.
Met welke lichamen zullen de mensen opstaan?
Met dezelfde lichamen; anders was het geen opstanding, maar een nieuwe schepping. Zo verwachtte Job ook. Job 19:25-27. Ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan; En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen; Denwelken ik voor mij aanschouwen zal, en mijn ogen zien zullen, en niet een vreemde; mijn nieren verlangen zeer in mijn schoot.
Is dat wel mogelijk?
Ja; bij God zijn alle dingen mogelijk; het scheen nog veel onmogelijker de wereld uit niet te scheppen.
Zullen de lichamen dan niet veranderd zijn?
Niet in hun wezen, maar alleen in hoedanigheden.
In welke hoedanigheden?
Dit verderfelijke moet onverderfelijkheid aandoen, en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen. 1 Kor. 15:53.
II. Van het laatste oordeel
Wat zal er op de opstanding volgen?
Het laatste oordeel.
Zal er een laatste oordeel wezen?
Ja. Hand. 17:31. Daarom dat Hij een dag gesteld heeft, op welken Hij den aardbodem rechtvaardiglijk zal oordelen, door een Man, Dien Hij daartoe geordineerd heeft, verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft.
Wie zal daar rechter zijn?
Christus, onze Zaligmaker, Die daar zichtbaar in Zijn menselijke natuur verschijnen zal.
Waar zal dat oordeel wezen?
Op de wolken des hemels. Matth. 26:64. Doch Ik zeg ulieden: Van nu aan zult gij zien den Zoon des mensen, zittende ter rechter hand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels.
Wanneer?
Van dien dag en die ure weet niemand, noch de engelen, die in den hemel zijn, noch de Zoon, dan de Vader. Mark. 13:32.
Wie zullen daar geoordeeld worden?
Alle mensen. 2 Kor. 5:10. Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
In hoeveel hopen zullen daar de mensen worden afgedeeld?
In twee hopen, in goddelozen en rechtvaardigen.
Waar zal Christus die zetten?
De goddelozen aan Zijn linker- en de rechtvaardigen aan Zijn rechterhand.
Wat zal Hij tot de goddelozen zeggen?
Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is. Matth. 25:41.
Wat zal Hij tot de rechtvaardigen zeggen?
Komt, gij gezegenden Mijns Vaders, beërft dat Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der wereld. Matth. 25:34.
III. Van het eeuwige leven
Wat zal er op dat oordeel volgen?
Het eeuwige leven, of de eeuwige verdoemenis.
Waar zal de verdoemenis zijn?
In de hel. Luk. 16:23. En de rijke stierf ook, en werd begraven. En als hij in de hel zijn ogen ophief, zijnde in de pijn.
Hoe lang?
Eeuwig: en deze zullen gaan in de eeuwige pijn. Matth. 25:46.
Zal dan de verdoemenis niet maar een vernietiging zijn van den gehelen mens, of mettertijd eindigen?
Neen; het zal een straf zijn van gevoel en zonder einde. Mark. 9:44. Waar hun worm niet sterft, en het vuur niet uitgeblust wordt.
Waar zal het eeuwige leven zijn?
In den hemel. Luk. 6:23. Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel.
Hoe lang?
Ook eeuwig: de rechtvaardigen gaan in het eeuwige leven. Matth. 25:46.
Waarin zal het bestaan?
In een eeuwig genieten van God met volmaaktheid en vreugde. Ps. 16:11. Gij zult mij het pad des levens bekend maken; verzadiging der vreugde is bij Uw aangezicht; liefelijkheden zijn in Uw rechterhand, eeuwiglijk.