Advertentie

Van de sacramenten

Hoofdstuk 20 · 48 vragen

Vraag 1

Welke middelen heeft God verordineerd, om de heiligmaking gedurig voort te zetten?

Het Woord en de sacramenten.

Vraag 2

Wat zijn sacramenten?

Tekenen en zegelen van Gods genade. Rom. 4:11. En hij heeft het teken der besnijdenis ontvangen tot een zegel der rechtvaardigheid des geloofs, die hem in de voorhuid was toegerekend: opdat hij zou zijn een vader van allen, die geloven in de voorhuid zijnde, ten einde ook hun de rechtvaardigheid toegerekend worde.

Vraag 3

Welke waren de voornaamste sacramenten van het Oude Testament?

De besnijdenis en het pascha.

Vraag 4

Op den hoeveelsten dag werden de kinderen besneden?

Op den achtsten dag.

Vraag 5

In wiens tijd is de besnijdenis ingesteld?

In Abrahams tijd. Gen. 17.

Vraag 6

In wiens tijd is het pascha ingesteld?

In Mozes' tijd, in den nacht, toen Israël uit Egypte trok. Ex. 12.

Vraag 7

Wat at men in het pascha?

Een lam.

Vraag 8

Op wien zag dat?

Op Christus. 1 Kor. 5:7. Want ook ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.

Vraag 9

Hoelang hebben die sacramenten geduurd?

Tot op den tijd van het Nieuwe Testament.

Vraag 10

Hoeveel sacramenten zijn er onder het Nieuwe Testament?

Twee: De H. Doop en het H. Avondmaal.

Vraag 11

Wie heeft die ingesteld?

Christus.

I. Van den H. Doop

Vraag 1

Waarmede doopt men?

Met water.

Vraag 2

Moet dat water niet ergens mede gemengd worden?

Neen; het moet maar enkel en eenvoudig water zijn.

Vraag 3

Wat betekent dat water?

Het bloed en den Geest van Christus. Hebr. 12:24. En tot den Middelaar des nieuwen testaments, Jezus, en het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan Abel. 1 Petr. 1:2. Den uitverkorenen naar de voorkennis van God den Vader, in de heiligmaking des Geestes, tot gehoorzaamheid en besprenging des bloeds van Jezus Christus.

Vraag 4

Wat doet men met dat water?

Men dompelt er in, of men besprengt er mede.

Vraag 5

Wat betekent die indompeling of besprenging met water?

De afwassing der zonden door Christus' bloed en Geest. Ezech. 36:25. Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.

Vraag 6

Hoeveel weldaden worden er dan in den Doop verzegeld?

Twee: de rechtvaardigmaking door Christus' bloed, en de heiligmaking door Zijn Geest.

Vraag 7

Kan het water zelf de zonde afwassen?

Neen. 1 Joh. 1:7. Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Vraag 8

In Wiens naam wordt men dan gedoopt?

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Matth. 28:19.

Vraag 9

Mag elkeen dopen in tijd van nood?

Neen; alleen die gezonden zijn om te leren. Matth. 28:19. Gaat dan henen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles, wat Ik u geboden heb.

Vraag 10

Mag men dan ook kinderen dopen?

Ja. Hand. 2:39. U komt de belofte toe, en uw kinderen.

Vraag 11

Is de Doop noodzakelijk?

Ja: uit kracht van Christus' bevel.

Vraag 12

Hangt er de zaligheid volstrekt van af?

Neen; God bindt nooit Zijn genade aan het sacrament.

Vraag 13

Hoe menigmaal moet men gedoopt worden?

Maar eens, gelijk men maar eens geboren wordt; want de Doop is een sacrament van geboorte en inlijving in de kerk, die maar eens geschieden kan.

Vraag 14

Wat hebben de gedoopten te betrachten?

Men moet onderzoeken, of men zich geheel aan God drieëenig heeft opgedragen.

II. Van het H. Avondmaal

Vraag 1

Waarom gaat men dan dikwijls ten Avondmaal?

Omdat het een sacrament is van gedurige opvoeding in het geloof.

Vraag 2

Waarom wordt het een Avondmaal of Nachtmaal genoemd?

Omdat Christus het in den avond of nacht heeft ingesteld.

Vraag 3

Wanneer heeft Hij dat ingesteld?

In den nacht, toen Hij verraden werd. Matth. 26.

Vraag 4

Wat zijn de uiterlijke tekenen in het Avondmaal?

Brood en wijn.

Vraag 5

Wat voor brood?

Gewoon en voedzaam brood.

Vraag 6

Mag men geen ouwels in het Avondmaal gebruiken?

Neen; die beelden niet genoeg de geestelijke voeding af.

Vraag 7

Wat betekent het brood in het Avondmaal?

Christus' lichaam. 1 Kor. 11:24. En als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis.

Vraag 8

Moet dat brood ook juist gebroken worden?

Ja; om af te beelden, dat Christus' lichaam voor ons gebroken is.

Vraag 9

Wat voor wijn moet men in het Avondmaal gebruiken?

Dat is evenveel.

Vraag 10

Moet die niet met water gemengd worden?

Neen: daarvan is nergens bevel.

Vraag 11

Wat betekent de wijn?

Christus' bloed. 1 Kor. 11:25. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.

Vraag 12

Wat beduidt het uitgieten van den wijn?

Dat Christus' bloed voor ons vergoten is.

Vraag 13

Is het brood alleen niet genoeg in het avondmaal?

Neen; Christus zegt ook Matth. 26:27: Drinkt allen daaruit.

Vraag 14

Is dat ook te verstaan van alle gemene gelovigen?

Ja. 1 Kor. 11:28. De mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood, en drinke van den drinkbeker.

Vraag 15

Is Christus ook lichamelijk onder de tekenen des Avondmaals tegenwoordig?

Neen; Zijn menselijke natuur is alleen in den hemel. Hand. 3:21. Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.

Vraag 16

Verandert dan brood en wijn niet in Zijn vlees en bloed?

Neen; het blijft brood en wijn, ook nadat er de zegen over gesproken is.

Vraag 17

Hoe kan dan Christus zeggen: dat is Mijn lichaam?

Dat is te zeggen: dat betekent Mijn lichaam.

Vraag 18

Spreekt de H. Schrift wel meer zo?

Dikwijls. 1 Kor. 10:4. De steenrots was Christus. Dat is te zeggen: zij betekende Christus.

Vraag 19

Kan men Christus Zelven daar dan niet eten of drinken?

Niet lichamelijk, maar geestelijk.

Vraag 20

Wat is dat, Christus geestelijk te eten?

Hem door het geloof aan te nemen.

Vraag 21

Voor wien is het Avondmaal ingesteld?

Alleen voor de gelovigen.

Vraag 22

Niet voor kinderen?

Neen; omdat die zichzelven niet beproeven kunnen.

Vraag 23

Waaromtrent moet men zich beproeven?

1. Of ons onze zonden van harte leed zijn. 2. Of wij in Christus geloven. 3. Of wij dat geloof uitdrukken in een heiligen wandel.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.