Advertentie

Van de Heilige Schrift

Hoofdstuk 2 · 22 vragen

Vraag 1

Wat verstaat gij door de H. Schrift?

Het beschreven Woord van God. Joh. 5:39. Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen. 2 Tim. 3:15. En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof, hetwelk in Christus Jezus is.

Vraag 2

Is er altijd een beschreven Woord geweest?

Neen; voor Mozes tijd was er geen beschreven Woord.

Vraag 3

Hoe maakte God dan toen Zijn Woord bekend?

Door mondelijke aanspraak en openbaring aan de vaderen. Gen. 18:1. Daarna verscheen hem de Heere aan de eikenbossen van Mamre, als hij in de deur der tent zat, toen de dag heet werd. Gen. 28:12. En hij droomde; en ziet, een ladder was gesteld op de aarde, welker opperste aan den hemel raakte; en ziet, de engelen Gods klommen daarbij op en neder.

Vraag 4

Hoe bewaarden zij dat onder elkander?

Door overlevering van de vaderen tot de kinderen. Gen. 18:19. Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des Heeren houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de Heere over Abraham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.

Vraag 5

Waarom kon dat toen zo beter geschieden?

Omdat de mensen toen langer leefden en minder in getal waren, God Zich meermalen openbaarde en satans listen minder waren.

Vraag 6

Wie heeft de H. Schrift laten beschrijven?

God. 2 Tim. 3:16. Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is.

Vraag 7

Door wien heeft Hij ze laten beschrijven?

Het Oude Testament door de Profeten, het Nieuwe Testament door de Evangelisten en Apostelen. Ex. 17:14. Toen zeide de Heere tot Mozes: Schrijf dit ter gedachtenis in een boek, en leg het in de oren van Jozua, dat Ik de gedachtenis van Amalek geheel uitdelgen zal van onder den hemel. Openb. 1:19. Schrijf, hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen.

Vraag 8

Door wien zijn die in het schrijven gedreven geweest?

Door den H. Geest. 2 Petr. 1:21. Want de profetie is voortijds niet voortgebracht door de wil eens mensen, maar de heilige mensen Gods, van den Heiligen Geest gedreven zijnde, hebben ze gesproken.

Vraag 9

Hebben die dan in dat schrijven niet kunnen dwalen?

Neen; de Heilige Geest heeft hen in alle waarheid geleid. Joh. 16:13. Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen.

Vraag 10

Hoeveel Testamenten zijn er in de Heilige Schrift?

Twee: het Oude en het Nieuwe Testament. 2 Kor. 3:14. Maar hun zinnen zijn verhard geworden; want tot op den dag van heden blijft hetzelfde deksel in het lezen des Ouden Testaments, zonder ontdekt te worden, hetwelk door Christus te niet gedaan wordt. Hebr. 9:15. En daarom is Hij de Middelaar des nieuwen testaments, opdat, de dood daartussen gekomen zijnde, tot verzoening der overtredingen, die onder het eerste testament waren, degenen, die geroepen zijn, de beloftenis der eeuwige erve ontvangen zouden.

Vraag 11

In welke taal is het Oude Testament beschreven?

In de Hebreeuwse, en een weinig in de Chaldeeuwse taal.

Vraag 12

In welke taal is het Nieuwe Testament beschreven?

In de Griekse taal.

Vraag 13

Is de ganse H. Schrift een goddelijk Boek?

Ja; omdat er dingen in zijn, die van niemand dan van God kunnen zijn.

Vraag 14

Welke dingen zijn dat?

Verborgenheden: als. dat God Drieëenig is; de schepping uit niet in zes dagen; dat Jezus God en mens is, de Middelaar enz. en Profetieën: dat zijn voorzeggingen van toekomende zaken op hun tijd en plaats net vervuld.

Vraag 15

Zijn de Apocriefe boeken Gods woord niet?

Neen; omdat er dingen in zijn, die verdicht en met Gods woord strijdig zijn; waarom zij van de Joodse kerk ook nooit voor Goddelijk erkend zijn, aan welke kerk nochtans de woorden Gods waren toebetrouwd. Rom. 3:2.

Vraag 16

Is de Heilige Schrift volmaakt, of onvolmaakt?

Volmaakt. Ps. 19:8. De wet des Heeren is volmaakt, bekerende de ziel; de getuigenis des Heeren is gewis, den slechten wijsheid gevende.

Vraag 17

Is er dan van de H. Schrift niets verloren of vervalst?

Neen: zij is nog zo geheel als zij ooit geweest is, Matth. 5:18. Want voorwaar zeg Ik u: Totdat de hemel en de aarde voorbijgaan, zal er niet een jota noch een tittel van de wet voorbijgaan, totdat het alles zal zijn geschied.

Vraag 18

Moet men niet nog overleveringen van mensen bij de H. Schrift hebben?

Neen; de H. Schrift alleen is genoeg. Matth. 15:9. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

Vraag 19

Is de H. Schrift klaar of duister?

Klaar, in die dingen, die ter zaligheid nodig zijn. Ps. 119:105. Uw woord is een lamp voor mijn voet, en een licht voor mijn pad.

Vraag 20

Nochtans zegt Petrus, dat er in de brieven van Paulus sommige dingen zijn, zwaar om te verstaan. 2 Petr. 3:16?

De waarheid van een zaak kan wel klaar geopenbaard zijn, schoon de zaak in zichzelve zwaar om te verstaan blijft, gelijk het is met alle verborgenheden: als Gods Drieëenheid enz.

Vraag 21

Mag en moet men ook de H. Schrift lezen?

Ja. Joh. 5:39. Onderzoekt de Schriften; want gij meent in dezelve het eeuwige leven te hebben; en die zijn het, die van Mij getuigen.

Vraag 22

Hoe moet dit onderzoek geschieden?

I. In Gods vreze. Ps. 111:10. De vreze des Heeren is het beginsel der wijsheid; allen, die ze doen, hebben goed verstand; Zijn lof bestaat tot in der eeuwigheid. Met een biddend hart. Ps. 119:18. Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet. III. Eerbieding. Jes. 66:5. Hoort des Heeren woord, gij, die voor Zijn woord beeft! Uw broeders, die u haten, die u verre afzonderen, om Mijns Naams wil, zeggen: Dat de Heere heerlijk worde! Doch Hij zal verschijnen tot ulieder vreugde, zij daarentegen zullen beschaamd worden. IV. Aandachtig en met een geestelijk oordeel. 1 Kor. 2:13. Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.