Advertentie

Van de heiligmaking

Hoofdstuk 17 · 21 vragen

Vraag 1

Die gerechtvaardigd worden, worden die ook geheiligd?

Ja: beide gaan te zamen. 1 Kor. 1:30. Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing. Ps. 130:4.

Vraag 2

Wat is de heiligmaking?

Een vernieuwing van den gehelen mens.

Vraag 3

Is zij dan niet maar een verandering van de uiterlijke daden?

Neen; maar ook van den inwendigen mens. Rom. 12:2. En wordt dezer wereld niet gelijkvormig; maar wordt veranderd door de vernieuwing uws gemoeds, opdat gij moogt beproeven, welke de goede, en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij.

Vraag 4

Vloeit daaruit ook een uitwendige verandering voort?

Ja: in den wandel. 1 Thess. 5:23. En de God des vredes Zelf heilige u geheel en al; en uw geheel oprechte geest, en ziel, en lichaam worde onberispelijk bewaard in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus.

Vraag 5

Wie werkt die heiligmaking in ons?

God, door Zijn Geest. Lev. 20:8. En onderhoudt Mijn inzettingen, en doet dezelve; Ik ben de Heere, die u heilige. 1 Kor. 6:11. En dit waart gij sommigen; maar gij zijt afgewassen, maar gij zijt geheiligd, maar gij zijt gerechtvaardigd, in den Naam van den Heere Jezus, en door den Geest onzes Gods.

Vraag 6

Is de heiligmaking noodzakelijk?

Ja. Hebr. 12:14. Jaagt den vrede na met allen, en de heiligmaking, zonder welke niemand den Heere zien zal.

Vraag 7

Is de heiligmaking hier in dit leven volkomen?

Neen; maar ten dele en onvolmaakt. Fil. 3:12. Niet dat ik het alrede gekregen heb, of alrede volmaakt ben; maar ik jaag er naar, of ik het ook grijpen mocht, waartoe ik van Christus Jezus ook gegrepen ben.

Vraag 8

Is zij in alle gelovigen even groot?

Neen; in den een meerder, in den ander minder; zij heeft haar verscheidene trappen. Ef. 4:13. Totdat wij allen zullen komen tot de enigheid des geloofs en der kennis van den Zoon Gods, tot een volkomen man, tot de mate van de grootte der volheid van Christus.

Vraag 9

Is zij ook veranderlijk?

Ja; zij is haar aanwas en afnemen in een en denzelfden mens onderworpen.

Vraag 10

Kan men ze dan wel weder geheel verliezen?

Neen; daar de genade Gods eens is, daar blijft zij.

Vraag 11

Is er dan geen afval der heiligen?

Neen; wel vallen, maar geen afvallen. 1 Petr. 1:5. Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid, die bereid is, om geopenbaard te worden in den laatsten tijd.

Vraag 12

Hoe vordert Gods volk in heiligmaking?

Als men alle in- en uitwendige hinderpalen wegdoet door de genade des Geestes, en afhangende van Jezus' kracht, alle middelen ter voortgang in het werk stelt.

Van de goede werken

Vraag 1

Wat zijn de vruchten van geloof en heiligmaking?

Goede werken. Jak. 2:18. Maar, zal iemand zeggen: Gij hebt het geloof, en ik heb de werken. Toon mij uw geloof uit uw werken, en ik zal u uit mijn werken mijn geloof tonen. Gal. 5:6. Want in Christus Jezus heeft noch besnijdenis enige kracht noch voorhuid, maar het geloof, door de liefde werkende.

Vraag 2

Wat zijn goede werken?

Daden, die geschieden: 1. Uit het geloof. 2. Naar Gods wet. 3. Tot Gods eer.

Vraag 3

Toon eens, dat zij moeten geschieden uit het geloof?

Hebr. 11:6. Maar zonder geloof is het onmogelijk Gode te behagen. Want die tot God komt, moet geloven, dat Hij is, en een Beloner is dergenen, die Hem zoeken.

Vraag 4

Bewijs eens, dat zij moeten geschieden naar Gods wet?

Matth. 15:9. Doch tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen, die geboden van mensen zijn.

Vraag 5

Bewijs eens, dat zij moeten geschieden tot Gods eer?

1 Kor. 10:31. Hetzij dan dat gijlieden eet, hetzij dat gij drinkt, hetzij dat gij iets anders doet, doet het al ter ere Gods.

Vraag 6

Moet men ook goede werken doen?

Ja. Matth. 5:16. Laat uw licht alzo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken.

Vraag 7

Kunnen zulke goede werken den hemel wel verdienen?

Neen; Christus alleen heeft die voor ons verdiend.

Vraag 8

Waarom niet?

Omdat zij onvolmaakt zijn. Jes. 64:6. Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind. Luk. 17:10. Wanneer gij zult gedaan hebben al hetgeen u bevolen is, zo zegt: Wij zijn onnutte dienstknechten; want wij hebben maar gedaan, hetgeen wij schuldig waren te doen.

Vraag 9

Waartoe moeten wij dan nog goede werken doen?

1. Om er God door te verheerlijken. 2. Om er onze naasten door te stichten. 3. Om er ons van ons geloof door te verzekeren.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.