Die inwendig geroepen worden, worden die ook gerechtvaardigd?
Ja. Rom. 8:30. En die Hij te voren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.
Wat is de rechtvaardigmaking?
Een vrijspreking van schuld en straf, en een rechtgeven tot het eeuwige leven. Rom. 4:7. Zalig zijn zij, welker ongerechtigheden vergeven zijn, en welker zonden bedekt zijn. Rom. 5:19. Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
Is er onderscheid tussen de rechtvaardigmaking en de heiligmaking?
Ja. 1. De rechtvaardigmaking geschiedt buiten den mens, de heiligmaking binnen ons. 2. De rechtvaardigmaking neemt de schuld weg, de heiligmaking de smet der zonde. 3. De rechtvaardigmaking geschiedt volmaakt, de heiligmaking hier in dit leven maar ten dele.
Wordt men dan door de rechtvaardigmaking niet inwendig veranderd?
Neen; dat geschiedt in de heiligmaking.
Is dan rechtvaardigmaking niet een inwendige rechtvaardigheid instorten?
Neen; het is maar een vonnissen of vrijspreken van den mens, gelijk de rechters in de vierschaar doen.
Wordt het ook zo gebruikt in de H. Schrift?
Ja; zo wordt het tegen verdoemen gesteld. Spr. 17:15. Wie den goddeloze rechtvaardigt, en den rechtvaardige verdoemt, zijn den Heere een gruwel, ja, die beiden.
Wordt het ook in het stuk van de rechtvaardigmaking zo gebruikt?
Ja. Rom. 8:33, 34. Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het, Die rechtvaardig maakt. Wie is het, die verdoemt?
Wie is het dan, Die ons rechtvaardigt of vrijspreekt?
God de Vader, Die hier den persoon van Rechter vertoont. Jes. 43:25. Ik, Ik ben het, Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet.
Hoe komt dan hier de Zoon voor?
Als Voorspraak en Middelaar, om Wiens wil wij gerechtvaardigd worden.
Hoe de H. Geest?
Als Verzegelaar, Die ons kennis geeft en verzegelt van de rechtvaardigmaking.
Kan men dan ook van zijn rechtvaardigmaking verzekerd worden?
Ja. Rom. 8:16. Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
Waarvan wordt men gerechtvaardigd?
Van alle zonden, zonder onderscheid.
Om Wiens wil worden wij gerechtvaardigd?
Alleen om Christus' wil. Rom. 3:24. En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.
Worden wij niet gerechtvaardigd om onze eigene werken?
Neen; Rom. 3:28. Wij besluiten dan, dat de mens door het geloof gerechtvaardigd wordt, zonder de werken der wet.
Waarom kunnen wij niet om onze eigene werken gerechtvaardigd worden?
Omdat de beste van die onvolmaakt zijn, en daarom aan Gods gerechtigheid niet voldoen kunnen. Jak. 3:2. Want wij struikelen allen in vele. Indien iemand in woorden niet struikelt, die is een volmaakt man, machtig om ook het gehele lichaam in den toom te houden. Jes. 64:6. Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.
Maar als wij door Christus' verdiensten zullen gerechtvaardigd worden, moeten die dan ook niet de onze worden?
Gewisselijk ja. Jer. 23:6. In Zijn dagen zal Juda verlost worden, en Israel zeker wonen; en dit zal Zijn naam zijn, waarmede men Hem zal noemen: De Heere: ONZE GERECHTIGHEID. 1 Kor. 1:30. Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.
Hoe worden die de onze?
Door toerekening en aanneming.
Wie rekent ons dezelve toe?
God, door een genadige schenking. Rom. 3:24. En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.
Waardoor nemen wij die aan?
Door het geloof. Fil. 3:9. En in Hem gevonden worde, niet hebbende mijn rechtvaardigheid, die uit de wet is, maar die door het geloof van Christus is, namelijk de rechtvaardigheid, die uit God is door het geloof.
Worden wij dan gerechtvaardigd om het geloof?
Neen; de H. Schrift zegt wel uit het geloof, en door het geloof, maar nooit om het geloof.
Hoe komt dan hier het geloof te pas?
Als een hand of een instrument, waardoor men de verdienste van Christus aanneemt. Joh. 1:12. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden, namelijk die in Zijn Naam geloven.