Wie is de Middelaar van dit verbond?
De Heere Jezus Christus. 1 Tim. 2:5. Er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.
Is Hij een Middelaar alleen van tussenspraak, of ook van verzoening?
Ook van verzoening; want zo volgt er in dienzelfden tekst: Die Zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen voor allen. 1 Tim. 2:6.
Is onze Jezus de ware Middelaar of Messias, Die komen moest?
Ja; omdat in Hem alles vervuld is, wat van den Messias voorzegd was.
Is Hij op den rechten tijd gekomen?
Ja. 1. Eer de scepter van Juda nog was geweken, en de wetgever van tussen zijn voeten, volgens Gen. 49:10. Terwijl de tweede tempel nog stond, volgens Hagg. 2:10. En toen de zeventig weken ten einde liepen, volgens Dan. 9:24.
Waarin moet de Middelaar al gekend worden?
1. In Zijn namen. 2. In Zijn ambten. 3. In Zijn naturen. 4. In Zijn staten. 5. In Zijn weldaden.
I. Van den naam Jezus
Welke zijn Zijn meest gewone namen?
Die zijn twee: Jezus en Christus, de eerste een Hebreeuwse, de tweede een Griekse naam.
Wat is Jezus te zeggen?
Zaligmaker. Matth. 1:21. Gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Wat is zalig maken?
Iemand te verlossen van het hoogste kwaad en te brengen tot het hoogste goed.
Waardoor doet Hij dat?
Door verdienste en dadelijke toepassing.
Heeft Christus de zaligheid verdiend?
Ja. Hebr. 5:9. En geheiligd zijnde, is Hij allen, die Hem gehoorzaam zijn, een oorzaak der eeuwige zaligheid geworden.
Past Hij ze ook den Zijnen metterdaad toe?
Ja. Joh. 10:28. Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.
Kan dat verdienen en toepassen niet van elkander gescheiden worden?
Neen; allen, voor wie Hij de zaligheid verdient, dien past Hij ze ook zekerlijk toe. Jes. 53:11. Door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, want Hij zal hun ongerechtigheden dragen.
Hangt die toepassing niet af van onszelven?
Neen, maar van de krachtdadige bewerking der goddelijke genade.
II. Van den naam Christus
Wat is Christus te zeggen?
Gezalfde.
Hoe is die naam in het Hebreeuws?
Messias. Joh. 1:42. Wij hebben gevonden den Messias, hetwelk is, overgezet zijnde, de Christus.
In hoeveel dingen bestaat Zijn zalving?
In twee: in Zijn verordinering en in Zijn bekwaammaking tot Zijn Middelaarsambt.
Wie heeft Hem verordineerd en bekwaam gemaakt?
God de Vader.
Wanneer is die verordinering geschied?
Van eeuwigheid. Spr. 8:23. Ik ben van eeuwigheid af gezalfd geweest; van den aanvang, van de oudheden der aarde aan.
Naar welke natuur is Hij verordineerd?
Èn naar Zijn Godheid, èn naar Zijn mensheid.
Wanneer is Hij bekwaam gemaakt?
In de volheid des tijds.
Naar welke natuur?
Naar Zijn menselijke, want in de goddelijke natuur kan geen bekwaammaking plaats hebben.
Waarom wordt Zijn verordinering een zalving genoemd?
Omdat onder het Oude Testament mensen door zalving tot zekere ambten werden ingehuldigd en verordineerd.
Waarom wordt ook Zijn bekwaammaking een zalving genoemd?
Omdat God bij die zalvingen ook wel aan de zodanigen bekwaamheden instortte tot die ambten.
Waarmede is Christus gezalfd of bekwaam gemaakt?
Met den H. Geest. Hand. 10:38. Belangende Jezus van Nazareth, hoe Hem God gezalfd heeft met den Heiligen Geest en met kracht; Welke het land doorgegaan is, goeddoende, en genezende allen, die van den duivel overweldigd waren; want God was met Hem.
Welke gaven van dien Geest zijn Hem bijzonder medegedeeld?
Wijsheid, macht en heiligheid.
Waarin betoonde Hij Zijn wijsheid?
In Zijn leren. Matth. 7:28, 29. En het is geschied, als Jezus deze woorden geeindigd had, dat de scharen zich ontzetten over Zijn leer; Want Hij leerde hen, als macht hebbende, en niet als de Schriftgeleerden.
Waarin betoonde Hij Zijn macht?
In Zijn wonderwerken. Luk. 24:19. De dingen aangaande Jezus den Nazarener, Welke een Profeet was, krachtig in werken en woorden, voor God en al het volk.
Waarin bestond Zijn heiligheid?
Daarin, dat Hij geen zonde had.
Had Hij geen erfzonde?
Neen. Luk. 1:35. En de engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.
Had Hij ook geen dadelijke zonden?
Neen. Joh. 8:46. Wie van u overtuigt Mij van zonde?
Moest Hij geen zonde hebben?
Neen; want die zelf een zondaar was, kon niet voor anderen betalen. Hebr. 7:26. Want zodanig een Hogepriester betaamde ons, heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren, en hoger dan de hemelen geworden.
III. Van Zijn ambten
Tot hoeveel ambten is Hij gezalfd?
Tot drie: tot Profeet, tot Priester en tot Koning.
Was Hij in die ambten in het Oude Testament ook reeds afgebeeld?
Ja, door gezalfde profeten, priesters en koningen.
Waren alle drie die ambten in Hem noodzakelijk?
Ja.
Waarom moest Hij profeet zijn?
Om onze onwetendheid te verlichten.
Waarom Priester?
Om onze schuld te verzoenen.
Waarom Koning?
Om ons uit de dienstbaarheid des duivels en der zonde te verlossen.
A. Van Zijn profetisch ambt
Was Hij als Profeet ook beloofd?
Ja. Deut. 18:15. Een Profeet, uit het midden van u, uit uw broederen, als mij, zal u de Heere, uw God, verwekken; naar Hem zult gij horen.
Wat doet Hij als Profeet?
Hij leert ons.
Wat leert Hij ons?
Den weg der zaligheid. Jes. 61:1-3. De Geest des Heeren Heeren is op Mij, omdat de Heere Mij gezalfd heeft, om een blijde boodschap te brengen den zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van harte, om den gevangenen vrijheid uit te roepen, en den gebondenen opening der gevangenis; Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des Heeren, en den dag der wraak onzes Gods; om alle treurigen te troosten; Om den treurigen Sions te beschikken dat hun gegeven worde sieraad voor as, vreugdeolie voor treurigheid, het gewaad des lofs voor een benauwden geest; opdat zij genaamd worden eikebomen der gerechtigheid, een planting des Heeren, opdat Hij verheerlijkt worde.
Waardoor leert Hij ons?
Uitwendig door Zijn woord en inwendig door Zijn Geest. Hand. 16:14. En een zekere vrouw, met name Lydia, een purperverkoopster, van de stad Thyatira, die God diende, hoorde ons; welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht nam op hetgeen van Paulus gesproken werd.
Was Christus al Profeet onder het O. Testament?
Ja: de profeten in dien tijd hebben ook gesproken door den Geest van Christus, Die in hen was. 1 Petr. 1:11. Onderzoekende, op welken of hoedanigen tijd de Geest van Christus, Die in hen was, beduidde en te voren getuigde, het lijden, dat op Christus komen zou, en de heerlijkheid daarna volgende.
Heeft Hij ook in eigen persoon geleerd?
Ja, toen Hij in het vlees hier op aarde was. Joh. 17:6. Ik heb Uw Naam geopenbaard den mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren Uw, en Gij hebt Mij dezelve gegeven; en zij hebben Uw woord bewaard. Hand. 1:3. Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.
Is Hij nu nog Profeet na Zijn hemelvaart?
Ja; nu leert Hij door herders en leraars, die Hij gegeven heeft. Ef. 4:11. En Dezelfde heeft gegeven sommigen tot apostelen, en sommigen tot profeten, en sommigen tot evangelisten, en sommigen tot herders en leraars.
Houdt Hij dan nu op Zelf te leren?
Door Zijn Geest heeft Hij altijd Zelf en alleen geleerd, en zo doet Hij nog. Jes. 59:21. Mij aangaande, dit is Mijn Verbond met hen, zegt de Heere: Mijn Geest, Die op u is, en Mijn woorden, die Ik in uw mond gelegd heb, die zullen van uw mond niet wijken, noch van den mond van uw zaad, noch van den mond van het zaad uws zaads, zegt de Heere, van nu aan tot in eeuwigheid toe.
B. Van Zijn priesterambt
Was Hij ook als Priester beloofd?
Ja. Ps. 110:4. De Heere heeft gezworen, en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt Priester in eeuwigheid, naar de ordening van Melchizedek.
Wat wil dat zeggen?
1. Dat Hij is alleen Priester; 2. dat Hij is eeuwig Priester.
Wat doet Hij als Priester?
Offeren en bidden.
Wat heeft Hij geofferd?
Zichzelven. Hebr. 9:14. Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, Die door den eeuwigen Geest Zichzelven Gode onstraffelijk opgeofferd heeft, uw geweten reinigen van dode werken, om den levenden God te dienen?
Wanneer is die offerande geschied?
In Zijn ganse lijden, doch bijzonder aan het kruis. 1 Petr. 2:24. Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.
Aan wien heeft Hij Zich opgeofferd?
Aan Zijn Vader.
Voor wie heeft Hij Zich opgeofferd?
Voor alle uitverkorenen.
Is Zijn offerande een ware offerande van verzoening geweest?
Ja. Hebr. 10:14. Want met een offerande heeft Hij in eeuwigheid volmaakt degenen, die geheiligd worden.
Wat is Zijn voorbidding?
Dat Hij Zijn verdiensten gedurig voordraagt aan den Vader, en daarop eist de zaligheid van de Zijnen. Joh. 17:24. Vader, Ik wil, dat waar Ik ben, ook die bij Mij zijn, die Gij Mij gegeven hebt; opdat zij Mijn heerlijkheid mogen aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt; want Gij hebt Mij liefgehad, voor de grondlegging der wereld.
Waar bidt Hij dus?
In den hemel. Rom. 8:34. Die ook ter rechter hand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Voor wie?
Alleen voor de uitverkorenen. Joh. 17:9. Ik bid niet voor de wereld, maar voor degenen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn Uw.
Is er meer dan één Middelaar van voorbidding?
Neen. 1 Joh. 2:1, 2. Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; En Hij is een verzoening voor onze zonden.
Zijn dan de engelen of heiligen ook niet onze voorbidders in den hemel?
Neen: want die kennen onze noden niet, kunnen onze gebeden niet horen, en hebben ook voor ons niet voldaan, waarop zij zouden kunnen eisen.
C. Van Zijn koninklijk ambt
Was Christus ook als Koning beloofd?
Ja. Ps. 2:6. Ik toch heb Mijn Koning gezalfd over Sion, den berg Mijner heiligheid.
Wat doet Hij als Koning?
Zijn volk regeren en beschermen.
Waardoor regeert Hij hen?
Door Zijn Woord en Geest. Ps. 43:3. Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid, en tot Uw woningen.
Tegen wie beschermt Hij hen?
Tegen hun geestelijke en lichamelijke vijanden. Joh. 10:28, 29. En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken. Mijn Vader, die ze Mij gegeven heeft, is meerder dan allen; en niemand kan ze rukken uit de hand Mijns Vaders.
Is Hij een aards Koning?
Neen: een geestelijk en hemels Koning. Joh. 18:36. Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld. Indien Mijn Koninkrijk van deze wereld ware, zo zouden Mijn dienaren gestreden hebben, opdat Ik den Joden niet ware overgeleverd; maar nu is Mijn Koninkrijk niet van hier.
Was Hij ook reeds Koning onder het Oude Testament?
Ja: toen heeft Hij als Koning Zijn kerk ook reeds wetten gegeven en beschermd.
Voor hoelang is Hij Koning?
Tot in eeuwigheid. Luk. 1:33. Hij zal over het huis Jakobs Koning zijn in der eeuwigheid, en Zijns Koninkrijks zal geen einde zijn.
Waarom worden de gelovigen Christenen genaamd?
Omdat zij Christus' zalving deelachtig zijn. 1 Joh. 2:20 en 27. Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen. En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven. 1 Petr. 2:9. Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk; opdat gij zoudt verkondigen de deugden Desgenen, Die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.
IV. Van Zijn naturen
Hoeveel naturen heeft Christus?
Twee naturen: een goddelijke en een menselijke natuur. 1 Tim. 3:16. En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees.
Was dat ook voorzegd?
Ja. Jes. 9:5. Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst.
Is Hij waarachtig God?
Ja. 1 Joh. 5:20. Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is, en heeft ons het verstand gegeven, dat wij den Waarachtige kennen; en wij zijn in den Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon Jezus Christus. Deze is de waarachtige God, en het eeuwige Leven.
Welke van de drie personen is Hij dan naar Zijn Godheid?
De tweede persoon, de Zoon. Gal. 4:4. Wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw.
Is Hij ook waarachtig mens?
Ja. 1 Tim. 2:5. Want er is een God, er is ook een Middelaar Gods en der mensen, de Mens Christus Jezus.
Uit hoeveel delen bestaat Zijn mensheid?
Uit twee: uit ziel en lichaam.
Is Zijn Godheid niet in de plaats van Zijn ziel geweest?
Neen: want Hij heeft in Zijn ziel geleden. Matth. 26:38. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.
Waarom moest Hij God wezen?
Om de menselijke natuur tot het doordragen van Gods oneindigen toorn te ondersteunen, en een oneindige waardij aan Zijn verdiensten toe te brengen. Jes. 63:1-3. Wie is Deze, Die van Edom komt met besprenkelde klederen, van Bozra? Deze, Die versierd is in Zijn gewaad? Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die in gerechtigheid spreek, Die machtig ben te verlossen. Waarom zijt Gij rood aan Uw gewaad, en Uw klederen als van een, die in de wijnpers treedt? Ik heb de pers alleen getreden, en er was niemand van de volken met Mij; en Ik heb hen getreden in Mijn toorn, en heb hen vertrapt in Mijn grimmigheid; en hun kracht is gesprengd op Mijn klederen, en al Mijn gewaad heb Ik bezoedeld.
Waarom moest Hij mens wezen?
Om te kunnen lijden en sterven.
Zijn die twee naturen in Christus verenigd?
Ja: tot enigheid des persoons.
Hoe is die vereniging geschied?
Door aanneming van de menselijke natuur tot den goddelijken persoon. Fil. 2:7. Maar heeft Zichzelven vernietigd, de gestaltenis eens dienstknechts aangenomen hebbende, en is den mensen gelijk geworden.
Is dan de Godheid niet veranderd in de mensheid?
Neen; Hij bleef God.
Alle worden sluit geen wezenlijke verandering in. Gal. 3:13. Christus is een vloek geworden, zonder nochtans in een vloek te veranderen.
Zijn die twee naturen niet vermengd tot één?
Neen: het blijven twee naturen ook na de vereniging.
Zijn dan de twee naturen ook twee personen?
Neen; maar één persoon.
Zijn er geen eigenschappen van de Godheid overgegaan in de mensheid?
Neen: iedere natuur behoudt haar onderscheidene eigenschappen.
V. Van Zijn staten
Hoeveel staten moet men in Christus onderscheiden?
Twee: een staat van vernedering en een staat van verhoging. Ps. 110:7. Hij zal op den weg uit de beek drinken; daarom zal Hij het hoofd omhoog heffen. verg. Fil. 2:5-11.
Waren die beide noodzakelijk?
Ja, in den staat der vernedering moest Hij de zaligheid verdienen en in den staat der verhoging moest Hij ze toepassen.
Welke zijn de trappen van Zijn vernedering?
1. Zijn nederige geboorte, 2. Zijn lijden, 3. Zijn dood, 4. Zijn begrafenis, 5. Zijn nederdaling ter hel.
Welke zijn de trappen van Zijn verhoging?
1. Zijn opstanding, 2. Zijn hemelvaart, 3. Zijn zitting ter rechterhand Gods, 4. Zijn wederkomst ten oordeel.
Van de trappen der vernedering
A. Zijn nederige geboorte
Uit wie is Hij geboren?
Uit de maagd Maria. Jes. 7:14. Ziet, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren, en Zijn naam IMMANUEL heten.
Van wien is Hij ontvangen?
Door de kracht des H. Geestes. Luk. 1:35. De engel, antwoordende, zeide tot haar: De Heilige Geest zal over u komen, en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom ook, dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.
Is Hij ook uit haar vlees en bloed geboren?
Ja. Gal. 4:4. Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet.
Heeft Hij Zijn menselijke zelfstandigheid, of vlees en bloed niet medegebracht uit den hemel?
Neen: Hij heeft haar hier eerst uit Maria aangenomen.
Nochtans staat er, dat Dezelfde, Die opgevaren is, eerst is nedergedaald. Ef. 4:9, 10?
Dezelfde persoon, doch niet naar dezelfde natuur; naar Zijn mensheid is Hij opgevaren, maar naar Zijn Godheid is Hij nedergedaald, Zich openbarende in het vlees.
Waar is Hij geboren?
Te Bethlehem. Micha 5:1. Gij, Bethlehem Efratha! zijt gij klein om te wezen onder de duizenden van Juda? Uit u zal Mij voortkomen, Die een Heerser zal zijn in Israel, en Wiens uitgangen zijn van ouds, van de dagen der eeuwigheid. De vervulling daarvan leest men in de geschiedenis van Zijn geboorte. Luk. 2.
B. Zijn lijden
Moest ook Christus lijden?
Hoe lang heeft dat lijden geduurd?
Van het begin Zijns levens tot aan Zijn dood. 2 Kor. 8:9. Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden. Fil. 2:8. En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.
Waarin heeft Hij geleden?
In ziel en lichaam. Matth. 26:38. Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij. 1 Petr. 2:24. Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, der zonden afgestorven zijnde, der gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.
Heeft Hij al terstond na Zijn geboorte geleden?
Ja: de smartelijke besnijdenis op den achtsten dag.
Waarom is Christus besneden?
Onder anderen, opdat Hij het teken van Abrahams zaad zou hebben.
Is er nog meer lijden gevolgd?
Ja: een arme en geringe opvoeding, en eindelijk een leven vol haat, smaad en vervolging Zijner vijanden.
Wanneer is Zijn lijden meest verzwaard?
Op het einde van Zijn leven: men kan de omstandigheden lezen Matth. 26 en 27.
Onder welken rechter heeft Hij toen geleden?
Onder Pontius Pilatus.
C. Zijn dood
Welken dood is Hij gestorven?
Den dood des kruises. Fil. 2:8. Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises. Zie Matth. 27:31-50 en de andere Evangelisten.
Was Zijn kruisdood ook voorzegd?
Ja. Ps. 22:17. Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.
Had die dood ook enige verzwarende omstandigheden?
Ja: het was 1. een smadelijke, 2. een smartelijke, 3. een vervloekte dood.
Waarom is Hij zulk een vervloekten dood gestorven?
Om ons van den vloek te verlossen. Gal. 3:13. Christus heeft ons verlost van den vloek der wet, een vloek geworden zijnde voor ons; want er is geschreven: Vervloekt is een iegelijk, die aan het hout hangt.
Waar is Christus gekruist?
Op den berg Golgotha, tussen twee moordenaars.
Was Zijn dood ook een noodzakelijk gedeelte van Zijn lijden?
Ja: dewijl de dood als een straf op de zonde bedreigd was, en Hij alle straf moest wegnemen.
D. Zijn begrafenis
Wie hebben Christus begraven?
Jozef van Arimathea en Nicodemus.
Waar?
In een nieuw graf, dat in een rotssteen uitgehouwen was.
Waarom is Hij begraven?
Om ons te verzekeren dat Hij waarlijk gestorven was.
Was ook Zijn begrafenis voorzegd?
Ja. Jes. 53:9. Men heeft Zijn graf bij de goddelozen gesteld, en Hij is bij den rijke in Zijn dood geweest.
E. Zijn nederdaling ter hel
Wat is Zijn nederdaling ter hel?
Dat Hij helse angsten in Zijn ziel geleden heeft.
Wanneer heeft Hij die geleden?
Bijzonder in den hof Gethsemane en aan het kruis.
Wat klaagde Hij in Gethsemane?
Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood. Matth. 26:38.
Wat aan het kruis?
ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI! dat is: Mijn God, Mijn God! waarom hebt Gij Mij verlaten! Matth. 27:46.
Is Hij dan in de hel zelve niet geweest?
Neen: want terwijl Hij dood was, was Zijn lichaam in het graf, en Zijn ziel in den hemel. Luk. 23:43. En Jezus zeide tot hem: Voorwaar, zeg Ik u: Heden zult gij met Mij in het Paradijs zijn.
Is dan Zijn nederdaling ter hel al geschied vóór Zijn dood?
Ja: onder het lijden van Zijn lichaam.
Was dat lijden van Zijn ziel ook noodzakelijk?
Ja; omdat wij ook in onze ziel gezondigd hebben.
F. Van het oogmerk Zijner vernedering: Zijn voldoening
Heeft Christus, in dien staat van vernedering ook voldaan aan de Goddelijke rechtvaardigheid?
Ja. Jes. 53:4. Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem, dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
Waarin bestaat Zijn voldoening?
In twee delen: 1. In het doen van de wet. 2. In het lijden van de straf.
Behoort het doen of gehoorzamen van de wet mede tot de voldoening?
Ja. Rom. 5:19. Want gelijk door de ongehoorzaamheid van dien enen mens velen tot zondaars gesteld zijn geworden, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van Enen velen tot rechtvaardigen gesteld worden.
Behoort het lijden van de straf ook tot de voldoening?
Ja. Jes. 53:5. Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf, die ons den vrede aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen is ons genezing geworden.
Was het lijden van de straf alleen niet genoeg, om voor ons te verdienen of te voldoen?
Neen; het lijden van de straf kon wel bevrijden van straf, maar geen recht geven tot het eeuwige leven; dat was alleen beloofd op het doen van de wet: doet dat en gij zult leven. Luk. 10:28.
Was er een voldoening noodzakelijk?
Ja. 1. Uit kracht van Gods rechtvaardigheid, die geen zonde ongestraft of onvoldaan vergeven kan. 2. Uit kracht van Zijn waarheid, die zich alleszins zo verklaard had. 1 Joh. 2:1, 2.
Is door de voldoening een volstrekte verzoening geschied, of maar alleen een mogelijkheid om zalig te worden verdiend?
Daarin is een dadelijke, volstrekte en personele verzoening geschied. 2 Kor. 5:19. Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd.
Voor wie heeft Christus voldaan?
Alleen voor de uitverkorenen.
Is Hij dan niet gestorven voor alle mensen?
Neen: maar alleen voor Zijn volk. Matth. 1:21. En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Voor Zijn schapen. Joh. 10:11. Ik ben de goede Herder; de goede herder stelt zijn leven voor de schapen. Voor Zijn gemeente. Hand. 20:28. Zo hebt dan acht op uzelven, en op de gehele kudde, over dewelke u de Heilige Geest tot opzieners gesteld heeft, om de Gemeente Gods te weiden, welke Hij verkregen heeft door Zijn eigen bloed.
Hoe moet men het dan verstaan, als Christus meermalen gezegd wordt, gestorven te zijn voor de wereld, en voor alle mensen?
Daardoor moet men verstaan, of al de uitverkorenen in de wereld, of de wereld der heidenen, benevens de Joden, nu onder het Nieuwe Testament, of allerlei soort van mensen.
Wat heeft deze voldoening uitgewrocht?
1. God is nu verzoend met den uitverkoren zondaar. 2 Kor. 5:19. Want God was in Christus de wereld met Zichzelven verzoenende, hun zonden hun niet toerekenende; en heeft het woord der verzoening in ons gelegd. 2. En hij ontvangt het recht ten leven. Gal. 4:4, 5. Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet; Opdat Hij degenen, die onder de wet waren, verlossen zou, en opdat wij de aanneming tot kinderen verkrijgen zouden.
Heeft een ieder grond om te geloven, dat Jezus voor hem voldaan heeft?
Neen: maar die alleen, die Hem aannemen als de verdienende, werkende, bewegende en voorbeeldige oorzaak van hun geestelijk leven. Tit. 2:14. Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid, en Zichzelven een eigen volk zou reinigen, ijverig in goede werken. Joh. 12:24. Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. 2 Kor. 5:14, 15. Want de liefde van Christus dringt ons; Als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn. En Hij is voor allen gestorven, opdat degenen, die leven, niet meer zichzelven zouden leven, maar Dien, Die voor hen gestorven en opgewekt is. Rom. 6:5. Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding.
Van den staat en de trappen der verhoging
A. Zijn opstanding
Moest Christus ook uit den dode opstaan?
Ja. Ps. 16:10. Gij zult mijn ziel in de hel niet verlaten; Gij zult niet toelaten, dat Uw Heilige de verderving zie. Vergel. Hand. 2:25-31.
Welke zekerheid hebben wij, dat Hij is opgestaan?
1. Het getuigenis van de engelen en wachters. 2. Velerlei verschijningen van den Heere Jezus aan de vrouwen en discipelen.
Ligt er ook in Zijn opstanding nuttigheid?
Ja: onze geestelijke en lichamelijke opstanding, en een verzekering, dat Hij in alles voldaan heeft. Rom. 4:25. Overgeleverd is om onze zonden, en opgewekt om onze rechtvaardigmaking.
Door Wiens kracht is Hij opgestaan?
Door Zijns Vaders en door Zijn eigene goddelijke kracht, zijnde door Zijn Vader opgewekt en door Zichzelven opgestaan. Hand. 2:24. Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden. Joh. 2:19. Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.
Op den hoeveelsten dag is Hij opgewekt?
Ten derden dage na Zijn dood.
Door wien was dat afgebeeld?
Door Jonas, die drie dagen en drie nachten was in den buik van den walvis, alzo zou ook de Zoon des mensen drie dagen en drie nachten zijn in het hart der aarde. Matth. 12:40.
Op welken dag is Hij begraven, en op welken dag opgestaan?
Op Vrijdagavond begraven, en Zondagmorgen opgestaan.
Dat zijn immers geen drie gehele dagen en nachten?
De gedeelten der dagen moeten voor het geheel genomen worden. Verg. Luk. 24:21.
Wie hebben deel aan Christus' opstanding?
Die de kracht van Christus' opstanding kennen. Fil. 3:10. Opdat ik Hem kenne, en de kracht Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig wordende.
B. Zijn hemelvaart
Hoeveel dagen bleef Christus na Zijn opstanding nog op aarde?
Nog veertig dagen. Hand. 1:3. Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang.
Waartoe dat?
1. Om de zekerheid van Zijn opstanding zo veel te meer te doen blijken. 2. Om Zijn discipelen nog van enige dingen nader te onderwijzen. Hand. 1:3. Zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.
Welke trap van verhoging volgde toen?
Zijn hemelvaart.
Was die ook voorzegd?
Ja. Ps. 68:19. Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o Heere God!
Zijn daar ook getuigen van geweest?
Ja, de engelen en de discipelen van den Zaligmaker. Hand. 1.
Was die ook nodig?
Ja: 1. Om als Koning te gaan heersen. 2. Om als Voorbidder te gaan bidden. 3. Om ook de Zijnen daar eens tot Zich te nemen.
Vanwaar is Christus opgevaren?
Van den Olijfberg, buiten Jeruzalem.
Waar naar toe is Christus opgevaren?
Naar den derden hemel. Ef. 4:10. Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is verre boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou.
Op wat wijze is Hij opgevaren?
Waarlijk, zichtbaar en plaatselijk. Joh. 16:28. Ik ben van den Vader uitgegaan, en ben in de wereld gekomen; wederom verlaat Ik de wereld, en ga heen tot den Vader. Hand. 3:21. Welken de hemel moet ontvangen tot de tijden der wederoprichting aller dingen, die God gesproken heeft door den mond van al Zijn heilige profeten van alle eeuw.
Is dan Zijn mensheid door Zijn hemelvaart niet overaltegenwoordig geworden?
Neen. Matth. 26:11. De armen hebt gij altijd met u, maar Mij hebt gij niet altijd.
Wie kunnen zich met Christus' hemelvaart troosten?
Die met Christus zijn opgewekt, enz. Kol. 3:1. Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechter hand Gods.
C. Zijn zitting ter rechterhand Gods
Was het ook voorzegd, dat Christus aan de rechterhand Gods zou zitten?
Ja. Ps. 110:1. De Heere heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten.
Is dat ook in Jezus vervuld?
Ja, Stefanus zag Hem staande ter rechterhand Gods. Hand. 7:56.
Wat is Zijn zitting aan Gods rechterhand?
Dat Hij verhoogd is tot alle macht en heerlijkheid. Hebr. 1:3. Dewelke, alzo Hij is het Afschijnsel Zijner heerlijkheid, en het uitgedrukte Beeld Zijner zelfstandigheid, en alle dingen draagt door het woord Zijner kracht, nadat Hij de reinigmaking onzer zonden door Zichzelven te weeg gebracht heeft, is gezeten aan de rechter hand der Majesteit in de hoogste hemelen.
Moet men dat dan niet eigenlijk verstaan?
Neen; want God, Die een Geest is, heeft eigenlijk geen rechterhand.
Welke nuttigheid is er in deze verheerlijking?
Ps. 68:19. Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen, o Heere God!