Waaruit weet men, dat er een God is?
Uit de natuur, en uit de Heilige Schrift.
Hoe velerlei is de kennis van God uit de natuur?
Tweeërlei: 1. een inwendige of ingeschapene kennis; 2. een uitwendige of verkregene kennis.
Welke is de inwendige of ingeschapene kennis?
Die allen mensen van nature in hun hart is aangeboren. Rom. 1:19. Overmits hetgeen van God kennelijk is, in hen openbaar is; want God heeft het hun geopenbaard.
Hoe kan er zulk een ingeschapene kennis zijn, daar er dwazen zijn, die in hun hart zeggen: daar is geen God. Ps. 14:1?
Dat is meer een wensen, dan een dadelijk geloven, dat er geen God is.
Welke is de uitwendige of verkregene kennis?
Die men haalt uit de schepselen buiten ons. Ps. 19:2, 3. De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt Zijner handen werk. De dag aan den dag stort overvloediglijk spraak uit, en de nacht aan den nacht toont wetenschap.
Hoe kan men uit de schepselen besluiten, dat er een God moet zijn?
Omdat zij door zichzelven niet zijn, noch blijven kunnen, maar noodzakelijk van God moeten geschapen zijn en nog onderhouden worden. Job 12:9. Wie weet niet uit alle deze, dat de hand des Heeren dit doet?
Is de kennis uit de natuur genoeg om zalig te worden?
Neen.
Waarom niet?
Omdat men er Christus niet uit kennen kan.
Is Christus te kennen juist nodig tot zaligheid?
Ja. Joh. 17:3. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Jezus Christus, Dien Gij gezonden hebt.
Waaruit moet men de zaligmakende kennis halen?
Uit de Heilige Schrift. 2 Petr. 1:19. En wij hebben het profetische woord, dat zeer vast is, en gij doet wel, dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlichte, en de morgenster opga in uw harten.