Vers 1 Heft, Christ'nen, heft uw lofzang aan,
roemt deze schoonsten aller dagen!
De Heer is waarlijk opgestaan,
't geschonden Godsrecht is voldaan,
de laatste vijand ligt verslagen.
Vers 2 Hij stond gewillig 't leven af,
om onze schuld gans te betalen.
Nu rijst Hij heerlijk uit het graf,
opdat wij, vrij van zond' en straf,
voor eeuwig mochten zegepralen.
Vers 3 O Jezus, doe ons meer de kracht
van uw verrijzenis ervaren,
opdat w', ontrukt aan satans macht,
uit duisternis tot licht gebracht,
met U altijd verbonden waren.
Vers 4 Versterk in ons de vaste grond,
waarop wij onze hope bouwen,
de hoop op die gewenste stond,
dat wij, gewekt door uwe mond,
U in uw heerlijkheid aanschouwen.
Vers 5 Welzalig die U toebehoort,
die kan geen dood of graf doen beven,
die gaat zijn weg bemoedigd voort,
daar hij zich vasthoudt aan uw woord:
"Die Mij gelooft zal eeuwig leven."