Gezang 289:1

1
Waar vloodt g', o vriend'lijk jaargetij,
met al uw lief'lijkheden?
Zo gaat de wereldvreugd voorbij
en al wat bloeit beneden.
Een stemme roept er overluid
in 't gieren van de herfstwind uit:
"Dit lot verbeidt u allen!"
Nog bloeit uw jeugd, ras wordt gij oud,
gelijk het groen verkleurt aan 't hout,
totdat de blaad'ren vallen!

<- Gezang 288 | Gezang 289 | Gezang 290 ->
Toon nummering: naast | in tekst | niet