Vers 1 In 't oosten klaar laat blozen
de dageraad
de liefelijke rozen
van haar gelaat.
Vers 2 O helle morgensterre,
Gods eeuw'ge Zoon,
schiet op ons hart van verre
uw stralen schoon!
Vers 3 Vermeer tot uwen love
het kranke licht
van onze klein gelove
en toeverzicht.
Vers 4 Maak wakker onze leden
en traag gemoed,
om vlijtig te betreden
uw paden goed.
Vers 5 Totdat wij eens in waarheid,
verheven hoog,
aanschouwen uwe klaarheid,
van oog tot oog!