Vers 1 De haan, de bode van de dag,
vertelt het naderende licht,
ons roept de Wekker van de geest,
de Heer, tot nieuwe levensweg.
Vers 2 "Staat op, staat op!" zo roept de Heer,
"Wat ligt g' in trage sluimering!
Weest nucht'ren, weest oprecht en rein,
en waakt: dra zal Ik bij u zijn!"
Vers 3 Wij roepen wenend Christus aan
en bidden Hem met nuchterheid.
Het innige gebed alleen
verdrijft de slaap uit onze ziel.
Vers 4 Verjaag, o Christus, onze slaap,
verbreek de banden van de nacht,
maak los ons uit de oude schuld,
en breng Gij ons het nieuwe licht!