Gezang 254

1
Wijk thans, o wereld, uit mijn oog
met al wat gij kunt schenken.
Ik hef mijn hart en ziel omhoog,
om aan de Heer te denken.

2
Hoe ook 't gevoel van zond' en schuld
voor 's Heren heilig' ogen
mijn hart met diepe rouw vervult,
mij troost zijn mededogen.

3
Van schuldvergeving spreekt het bloed
van Hem, in wie wij roemen.
Hij heiligt mijn onrein gemoed,
'k mag Hem mijn Heiland noemen.

4
Ik hoor, o Heer, uw liefdetaal;
wat heb ik dan te schromen?
Gij roept mij tot uw avondmaal,
en ik zal willig komen.

5
Heer, bij 't genot van wijn en brood,
wil 'k uwe dood gedenken,
verkonden 't heil, dat godd'lijk groot
uw toekomst ons zal schenken.

6
Aan U, die ons het heil bereidt,
dat Gij verwierft na 't strijden,
wil ik, voor tijd en eeuwigheid,
mijn hart ten offer wijden.

<- Gezang 253 | Gezang 254 | Gezang 255 ->

Toon nummering: naast | in tekst | niet