Gezang 199

1
Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk
staat nu ons leven vol verdriet!
Ons haters pogen t' saam eenpaarlijk
te dempen al, gelijk men ziet,
het volk tesaam,
dat uwen naam,
het volk tesaam, dat uwe naam belijdt.
O Heer, in deze nood ons toch bevrijdt!

2
Gij zijt ons schild en hebt uw oge,
Heer, tot uws naams eer, prijs en lof
op uwe schapen, die G' omhoge
nog zult verheffen uit het stof.
Daarom wil ik
vrij zonder schrik,
daarom wil ik op U steeds mijne zorg
vastzetten, o mijn heil, mijn sterkt', mijn borg!

<- Gezang 198 | Gezang 199 | Gezang 200 ->
Toon nummering: naast | in tekst | niet