Gezang 192

1
Wat God wil, dat geschied' altijd
niets gaat zijn wil te boven.
Hij schenkt hun rust en zekerheid,
die vast in Hem geloven.
Hij weeft ons lot, de trouwe God,
en loutert ons door lijden.
Wie Hem vertrouwt, vast op hem bouwt,
die zal Hij veilig leiden.

2
God is mijn troost, mijn vreugd, mijn hoop,
mijn toeverlaat, mijn leven.
Waar Hij beschikt mijn levensloop,
zou ik Hem wederstreven?
Ik volg zijn stem, want zonder Hem
geen musje valt ter aarde.
Die mild ons gaf, zijn stok en staf
was 't die ons steeds bewaarde.

3
Als Gij mij roept naar uwe wil
naar d' eeuwige gewesten,
dan houdt mijn ziel zich Gode stil:
zijn wil is immers 't beste.
Mijn eeuwig lot beveel ik God
al in mijn laaste stonde.
Door U, o Heer, vrees ik niet meer
hel, duivel, dood en zonde.

4
Ik bid U, Heer, dat Gij mij schenkt
een bee, wil die verhoren:
als satan m' in verzoeking brengt,
ben 'k zonder U verloren;
wees Gij dan, Heer, mijn tegenweer,
uw grote naam ten prijze.
Wie enkel vraagt wat U behaagt,
die zult Gij trouw bewijzen.

<- Gezang 191 | Gezang 192 | Gezang 193 ->

Toon nummering: naast | in tekst | niet