Gezang 187

1
O Gij, die waarheid zijt, Gij doel van gans mijn wezen,
verbind mijn hart aan U met banden sterk en teer.
'k Ben moede van 't luist'ren en moede van 't lezen:
slechts wie mij kan genezen,
slechts U verlang ik, Heer!
Slechts wie mij kan genezen,
slechts U verlang ik, Heer!

2
Spreek Gij alleen tot mij en dat geen ander weten,
geen leraar, wie 't ook zij, uw wetten mij verklaar'
Moog' elk voor U zwijgend, in eerbied gezeten,
het eigen woord vergeten:
uw woord alleen zij daar,
het eigen woord vergeten:
uw woord alleen zij daar!

3
Gij antwoord mij, o God, maar wolken nog bedekken
uw waarheid voor mijn oog, o Hemelmajesteit!
Wil mij naar uw schoonheid en heerlijkheid trekken.
Mijn blik tot klaarheid wekken,
ontheven aan de tijd,
mijn blik tot klaarheid wekken,
ontheven aan de tijd.

<- Gezang 186 | Gezang 187 | Gezang 188 ->

Toon nummering: naast | in tekst | niet