Vers 1 O grote God, die 't aller tijd
in Christus onze Vader zijt,
wij storten onzer aller nood
ootmoedig in uw vaderschoot.
Vers 2 Doe ons geloven op uw woord,
dat Gij ons, arme zondaars hoort,
niet om onz' eigen waardigheid,
maar om uw Zoon, die voor ons pleit.
Vers 3 Geef, dat wij op uw Vadertrouw,
hoe schuldig zich ons hart beschouw',
niet twijfelen, of Jezus' bloed
heeft al die schuld voor ons geboet.
Vers 4 Dat in ons hart dit vast geloof
de liefde tot de zonde doov',
en dagelijks ons meer geleid'
tot ootmoed en gehoorzaamheid.
Vers 5 Geef ons, dat uw getuigenis
en woord, dat eeuwig zeker is,
ons meerder geld' en aan zich bind',
dan alles wat ons hart bevindt.
Vers 6 Dat steeds, o hoogste Majesteit,
ons hart uw tegenwoordigheid,
bij al zijn pogen diep gevoel',
opdat het slechts uw eer bedoel'!