Gezang 148:4

4
Hoe kent Gij al mijn noden,
waarin Gij trouw voorziet!
Gij geeft geen steen voor broden,
een slang voor vissen niet!
Wie komt tot U gevloden,
wien Gij geen hulpe biedt?
Gij laat de zondaar noden.
nog eer hij tot U vliedt.

<- Gezang 147 | Gezang 148 | Gezang 149 ->
Toon nummering: naast | in tekst | niet