Advertentie

Gezang 137

Heilig, heerlijk Opperwezen

4 verzen · Bundel 1938

Vers 1 Heilig, heerlijk Opperwezen,
die het groot heelal gebiedt,
alles moog' verdonk'ring vrezen,
maar dat vreest uw luister niet;
zitten wij in treurig duister,
nog behoudt dat eeuwig licht
al zijn glans en al zijn luister,
waardig aller lof en dicht.

Vers 2 Gij alleen zijt alles waardig,
wij, die stof zijn, niet met al;
alles zij ten dienst U vaardig,
of het sta, dan of het vall';
zo uw luister maar mag blinken,
doe dan vrij al wat Gij doet;
of wij drijven, of wij zinken,
wat Gij doet is altijd goed.

Vers 3 Diepe wijsheid zijn uw paden;
wijsheid zonder eind of paal
zijn, o hoge God, uw daden,
zijn uw wegen altemaal!
Zijn ze zuurheid, zijn ze zoetheid,
wij aanbidden, zwijgen stil,
want de wezenlijke goedheid
maakt het goed met dat zij 't wil.

Vers 4 Raad, die scheps'len nooit doorgronden,
raad, die 't al heeft vastgesteld,
en verordend heeft de stonden,
en de sterren heeft geteld,
o, wij bukken voor die wijze,
die verheven raad, die wis
al ons danken, al ons prijzen
meer dan alles waardig is.

Over dit gezang

Tekst
Jodocus van Lodenstein (1620–1677)
Melodie
Hernhutterse melodie, 18de eeuwWijze: O gesegnetes Regieren (O Du Liebe meiner Liebe).

Herkomst van tekst en melodie zoals de bundel van 1938 ze vermeldt, met de jaartallen van toen.

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.