Vers 2 Dat 's God! Oneindig, eeuwig wezen
van alle ding dat wezen heeft,
vergeef het ons, als tong en teken
en als verbeelding ons begeeft,
want ieder draagt zijn eigen naam
behalve Gij. Wie kan U noemen?
Onz' uitspraak, zwak en ombekwaam,
kan zonder schennis U niet roemen.