Gezang 129

Van glans omschenen

Vers 1 Van glans omschenen,
zag ik van ver uw troon.
Ach, was daar henen
mijn ziel alreed' ontvloon!
Ik had zo graag mijn moede leven,
Schepper der geesten, aan U gegeven.

Vers 2 Heerlijk en prachtig
scheen het voor mijn gezicht.
Gij zijt almachtig
in 't ontoegank'lijk licht.
O, ware toch dit klaar' en schone
nu reeds en eeuwiglijk mij ter wone.

Vers 3 Maar arm en zondig,
ben ik der aarde knecht.
Dit heeft mij bondig
uw Heil'ge Geest gezegd.
Mijn hart behoort U niet volkomen.
Och, werd het gans door U ingenomen!

Vers 4 Maar blijdschap draagt mij,
wijl ik geen oordeel vrees;
geen angst belaagt mij,
sinds Liefde 't heil mij wees,
Nu wil ik 't lijden beter leren,
inniger wil ik met U verkeren.

Vers 5 Wat wond're zegen,
dat ik uw stad ontwaar!
Nu zijn geen wegen
ooit mij te ver, te zwaar.
't Heimwee naar hare gouden straten
kan mij nu nimmermeer verlaten.

Tip: tik een couplet aan om het te delen.

Advertentie

Online-Bijbel draait op steun van lezers. Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.