Advertentie

Vraag 104

Deze vraag hoort bij zondag 39, onder het onderwerp Van de Wet.

Wat wil God in het vijfde gebod?

Dat ik mijn vader en mijn moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze, en mij hunner goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe, en ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebbe, aangezien het Gode belieft ons door hun hand te regeren.

Bewijsteksten

aGij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in den Heere; want dat is recht. Eert uw vader en moeder (hetwelk het eerste gebod is met een belofte), Opdat het u welga, en dat gij lang leeft op de aarde. Efeziërs 6:1-3

Gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig, gelijk het betaamt in den Heere. … Gij kinderen, zijt uw ouderen gehoorzaam in alles, want dat is den Heere welbehagelijk. … Gij dienstknechten, zijt in alles gehoorzaam uw heren naar het vlees, niet met ogendiensten als mensenbehagers, maar met eenvoudigheid des harten, vrezende God. Kolossenzen 3:18, 20, 22

Gij vrouwen, weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan den Heere; Efeziërs 5:22

Mijn zoon! hoor de tucht uws vaders, en verlaat de leer uwer moeder niet; Spreuken 1:8

Hoort, gij kinderen! de tucht des vaders, en merkt op, om verstand te weten. Spreuken 4:1

Een wijs zoon zal den vader verblijden; maar een zot mens veracht zijn moeder. Spreuken 15:20

Wie zijn vader of zijn moeder vloekt, diens lamp zal uitgeblust worden in zwarte duisternis. Spreuken 20:20

Wie ook zijn vader of zijn moeder vloekt, die zal zekerlijk gedood worden. Exodus 21:17

Alle ziel zij den machten, over haar gesteld, onderworpen; want er is geen macht dan van God, en de machten, die er zijn, die zijn van God geordineerd. Alzo dat die zich tegen de macht stelt, de ordinantie van God wederstaat; en die ze wederstaan, zullen over zichzelven een oordeel halen. Want de oversten zijn niet tot een vreze den goeden werken, maar den kwaden. Wilt gij nu de macht niet vrezen, doe het goede, en gij zult lof van haar hebben; Romeinen 13:1-3

Dienende met goedwilligheid den Heere, en niet de mensen; Efeziërs 6:7

En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren. Efeziërs 6:4

bEert een iegelijk; hebt de broederschap lief; vreest God; eert den koning. Gij huisknechten, zijt met alle vreze onderdanig den heren, niet alleen den goeden en bescheidenen, maar ook den harden. 1 Petrus 2:17-18

Hoor naar uw vader, die u gewonnen heeft; en veracht uw moeder niet, als zij oud geworden is. Spreuken 23:22

cZij zeiden tot Hem: Des keizers. Toen zeide Hij tot hen: Geeft dan den keizer, dat des keizers is, en Gode, dat Gods is. Mattheüs 22:21

Lees heel Zondag 39

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.