Het gezicht van de vrouw in de efa
Vers 5 En de Engel, Die met mij sprak, ging uit, en zeide tot mij: Hef nu uw ogen op, en zie, wat dit zij, dat er voortkomt.17 die met mij sprak, Of, die in mij sprak.18 uit, Te weten, uit den hoop der ruiters, die achter hem stonden; Zach. 1:8.19 voortkomt. Dat is, dat u in dit gezicht vertoont wordt. Hier wordt gesproken van de voorzienege regering Gods, gelijk in Zach. 5:6.Vers 6 En ik zeide: Wat is dat? En Hij zeide: Dit is een efa, die voortkomt. Verder zeide Hij: Dit is het oog over henlieden in het ganse land.20 een efa, Een maat van droge waren. Zie de aantekening bij Exod. 16:36. Hier betekent het, naar Sommiger gevoelen, de maat der straf Gods, naar welke Hij de zonden straft naar zijne gerechtigheid.21 Dit is het oog Hebr. dit is hun oog in het ganse land; dat is, het is het oog, dat acht op hen geeft, waarheen zij zich keren of wenden. Door het oog moet men hier verstaan de voorzienigheid en zorg van God, gelijk in Zach. 3:9, en Zach. 4:10, en in Zach. 9:1. Anders: dit is het oog; dat is, de gestalte van het ganse land.Vers 7 En ziet, een plaat van lood werd opgeheven, en er was een vrouw, zittende in het midden der efa.22 een plaat van lood Hiermede werd afgebeeld het zware en onverandelijke oordeel Gods tegen de Joden.23 werd opgeheven, Of, werd verheven, of werd er gebracht.Vers 8 En Hij zeide: Deze is de goddeloosheid; en Hij wierp ze in het midden van de efa; en Hij wierp het loden gewicht op den mond derzelve.24 Deze is de goddeloosheid; Dat is, deze vrouw is ene afbeelding der goddelozen onder de Joden, of der goddelozen in het algemeen, die verzameld gehouden en verzegeld worden tot het oordeel Gods, waarvan straks gesproken wordt.25 en Hij wierp ze in het midden van de efa; Of, toen hij haar wierp, te weten die vrouw.26 het loden gewicht Of, klomp lood. Hebr. den steen loods. Versta zulk een klomp lood, die plat was, alzo gemaakt dat hij als een deksel op de efa paste.27 derzelve. Te weten, der efa, alzo dat zij daarin vast en dicht besloten, en als gehouden werd, om daarmede aan te wijzen dat de goddelozen de straffen Gods niet ontvlieden zouden.Vers 9 En ik hief mijn ogen op, en ik zag; en ziet, twee vrouwen kwamen voort, en wind was in haar vleugelen, en zij hadden vleugelen, als de vleugelen eens ooievaars; en zij voerden de efa tussen de aarde en tussen den hemel.28 twee vrouwen kwamen voort, Door de ene vrouw werd, naar sommiger gevoelen, verstaan de barmhartigheid Gods over zijn volk; door de andere, de strenge gerechtigheid Gods over de vijanden van hetzelve. Deze beide vrouwen nemen de efa, dat is de straf der zonden van het volk Gods, en dragen ze in het land der vijanden, opdat die straffen hun op den hals blijven liggen.29 wind was in haar vleugelen, Dit betekent dat als de tijd gekomen is, in welken God zijne oordelen wil uitvoeren, dat zulks dan snellijk en zonder uitstel geschieden moet.Vers 10 Toen zeide ik tot den Engel, Die met mij sprak: Waarhenen brengen zij deze efa?Vers 11 En Hij zeide tot mij: Om haar een huis te bouwen in het land Sinear; dat zij daar gevestigd en gesteld worde op haar grondvesting.30 Om haar een huis te bouwen Betekenende dat de straffen steeds op de vijanden blijven zouden.31 in het land Sinear; Dat is, in het land van Babylonië. Zie Gen. 10:10, en Gen. 11:2. Hierdoor werd afgebeeld dat de boze Joden, en voorts alle goddelozen, onder de afgodische snode Babyloniërs zouden gerekend en gestraft worden.