Advertentie

Spreuken 8:1-21

21 verzen · 40 kanttekeningen · Statenvertaling

Uitnemendheid der Wijsheid

Vers 1 Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?1 de Wijsheid Hij wil zeggen: Zekerlijk ja zij. Het is ene manier van vragen, die sterkelijk verzekert. Zie Gen. 13:9.2 en verheft Hebreeuws, geeft. Zie boven Spreuk. 1:20.Vers 2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;3 spits Hebreeuws, in het hoofd der hoogten. Men kan hierdoor verstaan plaatsen, die verheven zijn geweest, waaruit de leraars aan de gemeente de goede leer en vermaning konden voorhouden. Vergelijk 2 Kron. 24:20; Neh. 8:5; Matth. 10:27; Hand. 22:3.4 aan den weg, Versta, des heren straat, door welke vele mensen passeren.5 ter plaatse, Hebreeuws, [in, of op] het huis der paden, of stegen; dat is, in de plaats der paden. Versta, de kruiswegen, waar vele paden, of wegen, gelijk in een huis of plaats, bijeenkomen. Huis voor plaats; zie Exod. 25:27.Vers 3 Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:6 Aan de zijde Hebreeuws, aan de hand der poorten. Hand voor zijde, zie 2 Sam. 18:4. Anders: ter plaats der poorten.7 voor aan de stad, Hebreeuws, aan de mond der stad; dat is, aan haren ingang, gelijk de volgende woorden verklaren. Alzo de mond des puts, Gen. 29:2; de mond der spelonk; Joz. 10:18.8 zij overluid: Te weten, de wijsheid. Anders: roepen zij; te weten, de wijsheid en de verstandigheid. Zie daarvan boven Spreuk. 8:1. Het eerste is beter, gelijk het blijkt uit Spreuk. 8:6, alwaar het enkelvoudig getal is. Idem, zie onder Spreuk. 8:12.Vers 4 Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.9 o mannen! Enigen menen dat hier door de mannen moeten verstaan worden degenen, die door adel, staat en vermogen onder de mensen uitsteken, en anders kinderen der mannen genaamd worden, en door de kinderen der mensen de gemene lieden. Zie Ps. 49:3.Vers 5 Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.10 slechten! Zie boven Spreuk. 1:4.11 kloekzinnigheid, Zie op dezelfde plaats.12 zotten! Zie boven Spreuk. 1:22.Vers 6 Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.13 vorstelijke Hebreeuws, der vorsten; te weten, dingen, dat is, geen algemene en slechte dingen, maar heerlijke en voortreffelijke, die den vorsten en groten heren betamen, niet alleen omdat zij hen mede aangaan, maar ook van hen behoren gehoord en aangenomen, ja ook van hen voorgesteld te worden. Vergelijk Spreuk. 22:20.14 de opening Dat is, dat ik door de opening mijner lippen voortbrengen zal.Vers 7 Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.15 gehemelte Of, rake. Versta onder een lid, waardoor het spreken geschiedt, al de andere, die daartoe mede helpen, als lippen, tanden, tong en keel. Zie Job 33:2.16 een gruwel. Hebreeuws, een gruwel mijner lippen; dat is, waarvan mijne lippen een gruwel, of afkeer hebben, te weten, om die te spreken. Zie boven Spreuk. 3:32.Vers 8 Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids, noch verkeerds in.17 verdraaids, Vergelijk Job 5:13.Vers 9 Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden.18 recht Of, gereed, recht voor de hand. Het Hebreeuwse woord betekent òf dat recht is, òf dat recht voor de hand, tegenwoordig, strak in het gezicht en zeer gereed, plat en open is, om verstaan te worden. Alzo 2 Sam. 15:3, onder Spreuk. 24:26.19 vinden. Dat is, krijgen, bekomen. Zie Gen. 26:12, en de aantekening.Vers 10 Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.20 niet zilver, Dat is, meer dan het zilver, gelijk de volgende woorden van Spreuk. 8:10 uitwijzen. Dat in het algemeen gezegd wordt, is dikwijls maar ten zekeren aanzien en bij vergelijking te verstaan. Vergelijk Jes. 43:18; Jer. 7:22, en Jer. 16:14; Hos. 6:6; Matth. 23:3; 1 Cor. 1:17.21 uitgegraven Zie boven Spreuk. 3:14; idem onder Spreuk. 8:19.Vers 11 Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.22 robijnen, Zie Job 28:18.23 al wat men Hebreeuws, alle lusten, of begeerlijkheden zullen met haar niet vergeleken worden. Zie boven Spreuk. 3:15.Vers 12 Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.24 Ik, Dat is, ik bezit, geniet en gebruik de kloekzinnigheid, als die mij alleen toebehoort en ten dienste staat.25 kloekzinnigheid, Zie boven Spreuk. 1:4.26 bedachtzaamheid. Zie op hetzelfde vers.Vers 13 De vreze des Heeren is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.27 De vreze Dat is, de vreze des Heeren, die het beginsel en het voornaamste deel der wijsheid is, boven Spreuk. 1:7; veroorzaakt en beweegt den mens het kwaad te haten.28 kwaden weg; Zie boven Spreuk. 2:12.29 mond Zie op hetzelfde vers.Vers 14 Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.30 wezen Of, bestendig wezen, of bestendige wijsheid. Zie boven Spreuk. 2:7.Vers 15 Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.31 stellen Van dit woord komt een ander, betekenende wetgevers of wetstellers, Gen. 49:10; Deut. 33:21; Richt. 5:14.32 gerechtigheid. Dat is, goede en rechtvaardige wetten, naar welke de onderdanen moeten geregeerd worden.Vers 16 Door Mij heersen de heersers, en de prinsen, al de rechters der aarde.33 prinsen, Zie Job 12:21.Vers 17 Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.34 vroeg zoeken, Zie van het Hebreeuwse woord Job 7:21, en boven Spreuk. 7:15.35 vinden. Zie 2 Kron. 15:2.Vers 18 Rijkdom en eer is bij Mij, duurachtig goed en gerechtigheid.Vers 19 Mijn vrucht is beter dan uitgegraven goud, en dan dicht goud; en Mijn inkomen dan uitgelezen zilver.36 vrucht Zie boven Spreuk. 1:31.37 uitgegraven goud, Zie boven Spreuk. 3:14.38 dicht goud; Zie 1 Kon. 10:18. Anderen: goud van Ufaz; die menen dat Paz hier is voor Ujaz, de naam van een plaats, waar veel uitnemend goud vandaan kwam; Jer. 10:9. Te weten, die heden in Barbarije, naar sommiger gevoelen, Fez genaamd wordt.Vers 20 Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;39 weg der gerechtigheid, Dat is, op de wijze en manier van leven, die men volgen moet om naar de wet, eerst God en dan zijnen naasten, den schuldigen plicht te bewijzen, die hun toebehoort. Zie boven Spreuk. 2:8.Vers 21 Opdat Ik Mijn liefhebbers doe beërven dat bestendig is, en Ik zal hun schatkameren vervullen.40 dat bestendig is, Versta een zodanig goed, dat waarlijk goed is en den mens het hoogste welvaren, dat in eeuwigheid blijft, medebrengt, niet schijnende zulks te zijn, maar in der waarheid zijnde.

Lees heel Spreuken 8

Advertentie

Steun het werk — als dank leest u zonder advertenties.

De dagtekst, elke ochtend

Elke ochtend één kerntekst uit de Statenvertaling in uw mailbox, met een psalmvers om te zingen. Bekijk de dagtekst van vandaag.

Geen spam en afmelden kan altijd.

Dank u. Controleer uw e-mail om de aanmelding te bevestigen.