Spreuken 8:1-21
Uitnemendheid der Wijsheid
Vers 1 Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?Vers 2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse, waar paden zijn, staat Zij;Vers 3 Aan de zijde der poorten, voor aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:Vers 4 Tot u, o mannen! roep Ik, en Mijn stem is tot de mensenkinderen.Vers 5 Gij slechten! verstaat kloekzinnigheid, en gij zotten! verstaat met het hart.Vers 6 Hoort, want ik zal vorstelijke dingen spreken, en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.Vers 7 Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken, en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.Vers 8 Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids, noch verkeerds in.Vers 9 Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden.Vers 10 Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver, en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.Vers 11 Want wijsheid is beter dan robijnen, en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.Vers 12 Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vinde de kennis van alle bedachtzaamheid.Vers 13 De vreze des Heeren is, te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.Vers 14 Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de Sterkte.Vers 15 Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.Vers 16 Door Mij heersen de heersers, en de prinsen, al de rechters der aarde.Vers 17 Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.Vers 18 Rijkdom en eer is bij Mij, duurachtig goed en gerechtigheid.Vers 19 Mijn vrucht is beter dan uitgegraven goud, en dan dicht goud; en Mijn inkomen dan uitgelezen zilver.Vers 20 Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts;Vers 21 Opdat Ik Mijn liefhebbers doe beerven dat bestendig is, en Ik zal hun schatkameren vervullen.