Waarschuwing tegen ontucht
Vers 1 Mijn zoon! merk op mijn wijsheid, neig uw oor tot mijn verstand;1 wijsheid,, verstand; Van het onderscheid dezer twee woorden wijsheid en verstand, zie boven Spreuk. 1:2.Vers 2 Opdat gij alle bedachtzaamheid behoudt, en uw lippen wetenschap bewaren.2 bedachtzaamheid Hebreeuws, bedachtzaamheden, zie boven Spreuk. 1:4.3 lippen Te weten, waarmede gij de wetenschap, die gij uit mijne lering krijgt, anderen moogt mededelen. Vergelijk Mal. 2:7.Vers 3 Want de lippen der vreemde vrouw druppen honigzeem, en haar gehemelte is gladder dan olie.4 Want Hier wordt reden gegeven, waarom de voorgaande vermaning bij de mensen behoort plaats te hebben.5 lippen Dat is, woorden. Zie Job 2:10. Dezelfde betekenis heeft het woord gehemelte, dat volgt. Alzo Job 31:30.6 der vreemde Zie boven Spreuk. 2:16.7 druppen Dat is, brengen zoete en lieflijke woorden zonder ophouden voort, waardoor de jonge mannen tot hare liefde aangelokt worden. Zie van deze manier van spreken Deut. 32:2, en de aantekening.8 haar gehemelte Dat hare redenen glijden in het hart door haar lieflijke vleiiing, gelijk de olie in de maag door hare gladheid. Vergelijk onder Spreuk. 26:28.Vers 4 Maar het laatste van haar is bitter als alsem, scherp als een tweesnijdend zwaard.9 het laatste Of, haar einde, of uitgang. De zin is dat de uitkomst van al de lieflijkheid en zoetigheid der vreemde vrouw en dergenen, die haar aanhangen, anders niet is dan gelijk in den tekst volgt. Alzo wordt het oorspronkelijke woord voor een ongelukkig einde genomen, Deut. 32:20, onder Spreuk. 14:13, en Spreuk. 23:32; Amos 8:10.10 een tweesnijdend Hebreeuws, een zwaard der monden; dat is, dat twee monden heeft. Versta, een zwaard, dat aan beide zijden snijdt. Alzo Ps. 149:6; Hebr. 4:12.Vers 5 Haar voeten dalen naar den dood, haar treden houden de hel vast.11 den dood, Hierbij wordt niet alleen de tijdelijke dood en het zichtbare graf verstaan, maar ook de eeuwige dood en de hel.12 houden Dat is, strekken daarheen, dat zij dezelve niet ontgaan zullen.13 hel Zie van de betekenissen van het woord Gen. 37:35.Vers 6 Opdat gij het pad des levens niet zoudt wegen, zijn haar gangen ongestadig, dat gij het niet merkt.14 Opdat Dat is, opdat gij niet komt bij uzelven te overwegen of men met haar zou kunnen verkeren en evenwel den weg des levens behouden; zo weet dat hare gangen en manieren van doen zo ongestadig, veranderlijk en dwalende zijn in het aanleggen van alle listigheid om u te verleiden, dat gij het niet zult kunnen bemerken, en zult dienvolgens van haar in het net des verderfs gevangen worden.15 pad Dat is, dat tot het ware leven leidt. Zie boven Spreuk. 2:19.16 gangen Hebreeuws, sporen; dat is, hare woorden en werken.17 ongestadig, Of, bewegen zich heen en weder, zijn weifelende; dat is dwalende, onzeker, met alle winden gedreven, nu tot deze dan tot die hangende, en dat om de mensen te verleiden.18 dat Of, [dat] gij het niet gewaar wordt, of bevindt, te weten dat hare gangen van het pad des levens afdwalen en den mens naar den dood leiden.19 merkt. Het Hebreeuwse woord is alzo dikwijls genomen. Zie Job 5:24.Vers 7 Nu dan, gij kinderen! hoort naar mij, en wijkt niet van de redenen mijns monds.Vers 8 Maak uw weg verre van haar, en nader niet tot de deur van haar huis;20 Maak uw weg Dat is, heb gene gemeenschap met haar en wacht u van omtrent haar te komen.Vers 9 Opdat gij anderen uw eer niet geeft, en uw jaren den wrede;21 anderen Te weten, de overspelers en haar man.22 eer Dat is, uw jeugd, sterkte, middelen, goeden naam en zielewelvaart. Versta hieronder ook de kinderen, die een hoereerder van de hoer krijgt; want die blijven meest in het huis der echtbreekster.23 geeft, Te weten, als een roof en prooi, om die kwijt te worden.24 jaren Te weten, uw jonge jaren en den besten tijd van uw leven.25 wrede; Versta het hoerengezelschap en den man der hoer, die u wredelijk vervolgen en de overheid overgeven zal. Vergelijk onder Spreuk. 6:34,35.Vers 10 Opdat de vreemden zich niet verzadigen van uw vermogen, en al uw smartelijke arbeid niet kome in het huis des onbekenden;26 vreemden Versta, niet alleen de overspeleres en haar man, maar ook alle hoerenwaarden, koppelaars, koppelaressen en overspelige gedrochten, die enige profijt van de onkuisheid trekken.27 van uw vermogen, Dat is, van uw tijdelijke middelen; alzo Hos. 7:9.28 al uw smartelijke Dat is, dat gij door uwen arbeid [met smart en moeite verenigd] gewonnen hebt. Vergelijk onder Spreuk. 14:23; Jes. 58:3.29 onbekenden; Of, uitlandsen; alzo onder Spreuk. 5:20.Vers 11 En gij in uw laatste brult, als uw vlees, en uw lijf verteerd is;30 brult, Of, schreeuwt. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk het getier en gebrul, dat de beesten en bijzonderlijk de leeuwen maken, als zij in enigen nood zijn, hoewel zij niet verzinnen vanwaar die komt. Vergelijk Ps. 32:3; Jes. 5:29,30; Ezech. 24:23.Vers 12 En zegt: Hoe heb ik de tucht gehaat, en mijn hart de bestraffing versmaad!Vers 13 En heb niet gehoord naar de stem mijner onderwijzers, noch mijn oren geneigd tot mijn leraars!Vers 14 Ik ben bijna in alle kwaad geweest, in het midden der gemeente en der vergadering!31 Ik ben Hebreeuws, ik ben na, of omtrent een weinig in alle kwaad geweest.32 kwaad Te weten, het kwaad der straf; zie Gen. 19:19; of versta ook daarbij het kwaad der schuld, waarvan zie Job 20:12.33 in het midden Dat is, in het openbaar voor de gemeente Gods en de ganse wereld.Vers 15 Drink water uit uw bak, en vloeden uit het midden van uw bornput;34 Drink Dit is een figuurlijke beschrijving tot Spreuk. 5:19 ingesloten, vertonende den schuldigen plicht, het welvaren en de gerustheid des gemoeds dergenen, die in den heiligen echtenstaat naar Gods ordinantie kuischelijk leven. De zin is, dat een ieder zich met zijn eigen wettelijk gezelschap alleen in alle eerbaarheid vermaken moet; gelijk volgt Spreuk. 5:18,19. Anderen hebben dit verstaan van het wettelijk bezit en gebruik der tijdelijke goederen en van de weldadigheid, die wij daarmede bewijzen moeten.35 vloeden Of, stromen.Vers 16 Laat uw fonteinen zich buiten verspreiden, en de waterbeken op de straten;36 fonteinen Versta, uwe kinderen, die uit u als uit ene fontein voortkomen; vergelijk Jes. 51:1. De zin is dat een ieder de zijnen eerlijk zou opkweken, opdat zij niet alleen het huisgezin sieraad en dienst zouden toebrengen, maar ook andere mensen, naar hunne gelegenheid, vriendschap en deugd doen.37 waterbeken Zie Ps. 1:3.Vers 17 Laat ze de uwe alleen zijn, en van geen vreemde met u.38 Laat ze Te weten, mits dat zij alleen u voor hunnen vader kennen en gij hen voor uwe kinderen; hetwelk niet kan geschieden onder de kinderen, die uit ene overspeleres geboren worden.Vers 18 Uw springader zij gezegend; en verblijd u vanwege de huisvrouw uwer jeugd;39 Uw springader Dat is, uw wettelijke huisvrouw, uit welke u de kinderen, omdat zij van het hert [zoals enigen schrijven] zeer innig bemind wordt.Vers 19 Een zeer liefelijke hinde, en een aangenaam steengeitje; laat u haar borsten te allen tijd dronken maken; dool steeds in haar liefde.40 zeer liefelijke Hebreeuws, hinde der liefde. Van deze wordt hier gewag gemaakt, omdat zij van het hert [zoals enigen schrijven] zeer innig bemind wordt.41 aangenaam Hebreeuws, ree der aangenaamheid.42 dronken maken; Of, bevochtigen, drenken, laven; dat is, met vreugde en wellust vervullen. Vergelijk onder Spreuk. 7:18.43 dool Dat is, vermaak u met haar gelijk iemand zich pleegt te vermaken in hetgeen geoorloofd is, en daarin zich zo te vergeten dat hij naar het ongeoorloofde niet eens omziet.Vers 20 En waarom zoudt gij, mijn zoon, in een vreemde dolen, en den schoot der onbekende omvangen?44 in een vreemde Dat is, in de liefde ener vreemde.45 onbekende Of, uitlandse.Vers 21 Want eens iegelijks wegen zijn voor de ogen des Heeren, en Hij weegt al zijne gangen.46 eens iegelijks Of, van een man.47 weegt Hebreeuws, weegt al zijne sporen; dat is, Hij beproeft als met een paslood, een iegelijks wegen, of zij recht of slim zijn; wetende volkomenlijk al het doen en laten der mensen.Vers 22 Den goddeloze zullen zijn ongerechtigheden vangen, en met de banden zijner zonden zal hij vastgehouden worden.Vers 23 Hij zal sterven, omdat hij zonder tucht geweest is, en in de grootheid zijner dwaasheid zal hij verdwalen.48 omdat Dat is, omdat hij geen onderricht of tuchtiging heeft willen horen, of, als hij ze hoorde, heeft willen aannemen.49 grootheid Of, vermenigvuldigheid; dat is, grote of menigvuldige dwaasheid.50 verdwalen. Te weten, van den weg des levens en alzo ter verdoemenis lopen.