Spreuken 31:1-9
De onderwijzing van Lemuël
Vers 1 De woorden van den koning Lemuel; de last, maarmede zijn moeder hem onderwees.Vers 2 Wat, o mijn zoon, en wat, o zoon mijns buiks? ja, wat, o zoon mijner geloften?Vers 3 Geeft aan de vrouwen uw vermogen niet, noch uw wegen, om koningen te verdelgen.Vers 4 Het komt den koningen niet toe, o Lemuel! het komt den koningen niet toe wijn te drinken, en den prinsen, sterken drank te begeren;Vers 5 Opdat hij niet drinke, en het gezette vergete, en de rechtzaak van alle verdrukten verandere.Vers 6 Geeft sterken drank dengene, die verloren gaat, en wijn dengenen, die bitterlijk bedroefd van ziel zijn;Vers 7 Dat hij drinke, en zijn armoede vergete, en zijner moeite niet meer gedenke.Vers 8 Open uw mond voor den stomme, voor de rechtzaak van allen, die omkomen zouden.Vers 9 Open uw mond; oordeel gerechtelijk, en doe den verdrukte en nooddruftige recht.