Vermaning der opperste Wijsheid
Vers 20 De opperste Wijsheid roept overluid daarbuiten; Zij verheft Haar stem op de straten.49 opperste Wijsheid Hebreeuws, wijsheden; in het getal van velen, dat is, de hoogste, uitnemendste, of opperste wijsheid. Alzo onder Spreuk. 9;1, en Ps. 49:4, alzo wordt Job 40:10 een groot beest genoemd behemoth, dat is beesten, in het getal van velen. Dit geschiedt om enige zaken te vergroten, of te vermenigvuldigen. Anders: elke wijsheid, of menigerlei wijsheid, of [wijsheid] der wijsheden. Men kan hier door deze wijsheid verstaan, òf de wezenlijke wijsheid des Vaders, welke is de Zoon Gods, daarvan zie onder Spreuk. 8, òf de wijsheid begrepen in de Heilige Schrift, die alle wijsheid der mensen teboven gaat. Sommigen verstaan de wijsheid, die door Gods Woord en de werken der Goddelijke voorzienigheid geopenbaard wordt.50 roept Te weten, door de predikers van Gods Woord, of ook door de werken der schepping en regering aller dingen.51 verheft Hebreeuws, geeft, dat is, zij verheft hare stem en laat ze horen. Alzo Gen. 45:2, onder Spreuk. 2:3, en Spreuk. 8:1.Vers 21 Zij roept in het voorste der woelingen; aan de deuren der poorten spreekt Zij Haar redenen in de stad;52 in het voorste Hebreeuws, in het hoofd der woelingen. Versta, de plaatsen waar grote vergadering is van volk, en waarin ook veel gewoels.53 der poorten Waar het gericht gehouden werd, en dus grote bijeenkomst van volk was. Zie Gen. 22:17.54 stad; Versta, elke stad van het land Israëls.Vers 22 Gij slechten! hoe lang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten?55 Gij slechten! Dit zijn de woorden der wijsheid, die Salomo aldus sprekende invoert. Van het woord slechten, zie boven Spreuk. 1:4.56 de spotters Zie Ps. 1:1.57 zotten Versta, niet narren en zinnelozen, die het redelijk gebruik van het menselijke verstand niet hebben, maar die beroofd zijn van de ware wijsheid, ten eeuwigen leven leidende, noch genegen zijn daarnaar te trachten, maar alleen met dit tijdelijke leven zich bekommeren.Vers 23 Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken.58 Keert u Te weten, om dit aan te horen en na te volgen. Anders: bekeert u op mijne bestraffing; dat is, doet boete en betert u door kracht van mijne bestraffing. Versta, ene bestraffing, welke geschiedt door woorden van onderwijzing en vermaning. Alzo onder Spreuk. 1:25,30.59 Mijn Geest Dat is, de kennis van mijn zin en wil. Zie het woord geest zeer in gelijken zin, dat is voor de gave des verstands genomen; Ps. 76:13, onder Spreuk. 29:11; Joël. 2:28.60 uitstorten; Ene manier van spreken, genomen van de fonteinen, uit welke het water met groten overvloed voortspringt. Zie van het Hebreeuwse woord Ps. 19:3. Het wordt gebruikt in het goede, gelijk hier en in de voorgemelde plaats; en in het kwade, gelijk onder Spreuk. 15:2,28.Vers 24 Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte;61 uitgestrekt Te weten, om u tot bekering te nodigen. Zie gelijke wijze van spreken Jes. 65:2.Vers 25 En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt;62 verworpen, Het Hebreeuwse woord is in gelijken zin genomen, onder Spreuk. 4:15, en Spreuk. 8:33, en Spreuk. 13:18, en Spreuk. 15:32. Anders: Hebt [u van] mijn raad onttrokken, of ontbloot. Anders: Hebt mijn raad doen ophouden.Vers 26 Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt.63 vreze Dat is, het kwaad en ongeluk, waarin gij zeer bevreesd en verslagen zult zijn, of waar gij voor vreest. Alzo in Spreuk. 1:27; zie Job 39:25.Vers 27 Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt;64 verwoesting, Die zich wijd en breed met groot geruis uitspreidt en geweldige schade doet. Zie van deze gelijkenis ook Ps. 35:8, en de aantekening onder Spreuk. 3:25; Jes. 10:3, en Jes. 47:11.65 als een wervelwind; Dat is, zeer snellijk, schrikkelijk en geweldiglijk. Zie van zulk ene gelijkenis ook Job 9:17.Vers 28 Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;66 vroeg zoeken, Dat is, met grote zorg en vlijtigheid zoeken. Zie Job 8:5.Vers 29 Daarom, dat zij de wetenschap gehaat hebben, en de vreze des Heeren niet hebben verkoren.67 de wetenschap Zie boven Spreuk. 1:4.Vers 30 Zij hebben in Mijn raad niet bewilligd; al Mijn bestraffingen hebben zij versmaad;Vers 31 Zo zullen zij eten van de vrucht van hun weg, en zich verzadigen met hun raadslagen.68 Zo zullen zij Of, daarom zullen zij eten, enz.69 eten Dat is, ontvangen en verkrijgen de straf of vergelding van hun boze werken. Zie Job 21:25.70 vrucht Dit woord is genomen voor allerlei kwaad of goed, dat ergens uit voortkomt; voor het kwaad, gelijk Spreuk. 1:31, Jes. 10:12; Jer. 6:19; Micha 7:13; Luk. 6:43; voor het goed, onder Spreuk. 8:19, en Spreuk. 31:31; Amos 6:12; Gal. 5:22; Filipp. 1:11.71 zich verzadigen Dat is, een verdrietigen overvloed van plagen over zich brengen, veroorzaakt door hun ongezeggelijke en hardnekkige zinnen. Zie van deze manier van spreken Job 7:4, en de aantekening.Vers 32 Want de afkering der slechten zal hen doden, en de voorspoed der zotten zal hen verderven.72 afkering Te weten, waardoor zij zich afwenden van de lering en vermaning der wijsheid.73 zal hen doden, Te weten, de slechten; hetwelk geschiedt door middel van de overheid, of andere middelen en van God zelf.74 voorspoed Versta, die zij of andere bozen menigmaal in dit leven hebben, waardoor zij in hunne afwijking gestijfd worden.Vers 33 Maar die naar Mij hoort, zal zeker wonen, en hij zal gerust zijn van de vreze des kwaads.75 zeker wonen, Hebreeuws, in, of met zekerheid; dat is, niet alleen zonder kwade bejegening, maar ook zonder vrees daarvan. Dezelfde manier van spreken is Lev. 25:18; Deut. 33:12; Jes. 47:8; Jer. 23:6; Ezech. 39:26, enz.