De Christen vrij van de Wet
Vers 1 Weet gij niet, broeders! (want ik spreek tot degenen, die de wet verstaan) dat de wet heerst over den mens, zo langen tijd als hij leeft?1 de wet verstaan Namelijk door Mozes gegeven; welke niet alleen de Joden maar ook de Christenen schuldig zijn te verstaan.2 heerst over den mens, Dat is, den mens verbindt om die te gehoorzamen.3 zo langen tijd als hij leeft? Namelijk dien de wet is gegeven; want de wet gebiedt eigenlijk niet de doden, maar de levenden.Vers 2 Want een vrouw, die onder den man staat, is aan den levenden man verbonden door de wet; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrijgemaakt van de wet des mans.4 die onder den man staat, Namelijk door den band des huwelijks.5 is aan den levenden man Namelijk om Hem getrouw en gehoorzaam te zijn, zolang hij leeft. Want hoewel den man in het Oude Testament toegelaten was de vrouw een scheidbrief te geven, zo is nochtans zulk verlaten van God nooit voor goed gekend. Zie Matth. 19:8.6 vrijgemaakt Grieks ledig gemaakt; dat is, los en vrijgemaakt.7 van de wet des mans. Dat is, van de verbintenis, waarmede haar de wet aan den man verbindt.Vers 3 Daarom dan, indien zij eens anderen mans wordt, terwijl de man leeft, zo zal zij een overspeelster genaamd worden; maar indien de man gestorven is, zo is zij vrij van de wet, alzo dat zij geen overspeelster is, als zij eens anderen mans wordt.8 eens anderen mans wordt, Dat is, aan een ander man trouwt en zijne vrouw wordt, gelijk ook in het einde van Rom. 7:3.9 genaamd worden; Dat is, inderdaad zijn en met recht genaamd worden, gelijk dit Griekse woord Chrematizein ook genomen wordt; Hand. 11:26.Vers 4 Zo dan, mijn broeders, gij zijt ook der wet gedood door het lichaam van Christus, opdat gij zoudt worden eens Anderen, namelijk Desgenen, Die van de doden opgewekt is, opdat wij Gode vruchten dragen zouden.10 der wet gedood De tegenstelling scheen te vereisen dat de apostel zou zeggen: De wet is u gedood, of gestorven, alzo de heersende macht der zonde door de wet, of de wet zelve, hier als de man gesteld wordt, die over ons heerst door hare dreigementen tegen de zonde, en aanritsingen tot de zonde vanwege de verkeerdheid onzes vleses, gelijk hij hierna Rom. 7:8 zal verklaren; maar de apostel heeft hetzelve liever omgekeerd, omdat het vreemd zou geschenen hebben zo hij gezegd had dat de wet van Christus gedood was, daar hij maar verstaat, dat de heersende macht der wet gedood was; hetwelk door deze wijze van spreken; wij zijn der wet gedood, dat is, de wet heeft deze dreigende en aanritsende macht niet meer over ons, dewijl wij dood voor haar zijn, wel zo bekwamelijk kan verstaan worden.11 door het lichaam van Christus, Dat is, door de offerande, des lichaams van Christus aan het kruis volbracht, waardoor Hij den vloek der wet en de macht der zonde onder de wet heeft teniet gedaan, en ons daarvan verlost; gelijk in Rom. 6breder is verklaard. Zie ok 1 Cor. 15:56,57.12 eens Anderen, Of, voor een anderen, namelijk Christus Jezus.13 Die van de doden opgewekt is, Namelijk niet alleen om zelf te leven, maar om ons ook met Hem te doen leven en met Hem te verenigen.14 opdat wij Gode Namelijk de vruchten van dit geestelijk huwelijk met Christus, welke zijn de vruchten van heiligheid en rechtvaardigheid, waardoor God van ons wordt geëerd en geprezen; Joh. 15:8.Vers 5 Want toen wij in het vlees waren, wrochten de bewegingen der zonden, die door de wet zijn, in onze leden, om den dood vruchten te dragen.15 in het vlees waren, Dat is, in de verdorvenheid onzer natuur en heerschappij derzelve. Zie hierna Rom. 8:5, en vervolgens.16 die door de wet zijn, Dat is, die door de wet ontdekt en opgeritst worden, gelijk door de zon de kwade dampen ontdekt en opgewekt worden, die in het aardrijk verborgen zijn. Zie Rom. 7:8.17 in onze leden, Dat is, de verdorvenheid, die in de ziel voornamelijk hare zitplaats had, verspreidde zich door hare kwade bewegingen door al de leden, en bracht door dezelve deze kwade vruchten voort, waarvan het einde de dood is. Zie Matth. 15:18,19; Jak. 1:14,15.Vers 6 Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des geestes, en niet in de oudheid der letter.18 vrijgemaakt van de wet, Zie hierboven de aantekeningen Rom. 7:4.19 overmits wij dien gestorven zijn, Dat is, overmits de heersende macht der wet en der zonde door Christus' dood en Geest in ons is teniet gedaan. Anders, overmits die gestorven is; namelijk de wet, ten aanzien van hare dwingende, verdoemende en aanritsende kracht.20 onder welken wij gehouden waren; Grieks in welken.21 dienen Namelijk Gode.22 in nieuwigheid des geestes, Dat is, in ware heiligheid, waartoe wij van den Heiligen Geest zijn vernieuwd, door de predikatie des Evangelies, die een dienst der rechtvaardigheid en des Geestes wordt genaamd, 2 Cor. 3:8,9.23 in oudheid der letter. Dat is, in de oude verdorvenheid, die door de uitwendige letter der wet meer en meer wordt aangeritst tot de zonde; alzo de wet den zondaar wel verdoemt, maar de kracht niet medebrengt om de zonde te laten. Waarom de wet een doodslaande letter en een dienst des doods wordt genaamd; 2 Cor. 3:6,7.